Een regenboog die in de voorkamer past

Bernard Frize, tot en met 3 januari bij Stichting De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Open: di-zo 11-17 uur. Catalogus * 30,-....

BEELDENDE KUNST

Bernard Frize is geen Piet Mondriaan. Allicht niet, Frize is Frize. Hij is niet dood, hij leeft en zet de traditie van de schilderkunst voort op zijn manier, veelkleurig en zijdezacht. Aan zijn verf voegt hij hars toe, zodat de huid van zijn schilderijen gaat glanzen. De bonte vlakken, de rechte lijnen en de gebogen strepen, die hij in lange kwaststreken over het doek uitveegt, versmelten tot een oogstrelend floers. Heldere en toch fluisterende kleuren, móóói, och wat is dat mooi!

Maar geen Mondriaan. Moet dat dan? Dat hoeft niet nee. De kunst is vrij. De schilder onderwerpt haar aan de wetten die hij zelf verkiest, Bernard Frize (Parijs, 1949) zo goed als Mondriaan. Die regels zijn hun zaak. Daar hoeft de toeschouwer zich niet om te bekommeren. Die mag kijken. En de uitkomsten vergelijken. Dat wel. Dus, goedkope slag van de criticus: de allure van Mondriaan ontstijgt de miljoenen; de schone sier van Frize verdient een miljoenenpubliek.

Maar duur of een schijntje waard, de kunst dan wel het kritisch oordeel, daar gaat het hier niet om, om geld. De Victory Boogie Woogie zet een standaard als glorieus schilderij. Die standaard is immer actueel, eens te meer nu het doek net in Nederland straalt, publiekelijk, eindelijk: de Victory houdt waarden hoog, in artistieke zin, ze scherpt het vermogen tot onderscheid.

Mondriaans kleuren en lijnen zijn soeverein, uitgebalanceerd en klaar, zelfs indien onaf. Die van Frize zijn pronkzuchtig, zoetvloeiend en inwisselbaar, na te volgen van doek tot doek.

Dat doet de kunstenaar zelf dan ook. Hij vervaardigt reeksen elegant geschakeerde schilderijen, die stuk voor stuk verleidelijk genoeg zijn om ze eens van dichtbij te bekijken - een genoegen voor op de zondagmiddag - en ze dan voor lief te nemen, de gemoederen gesust: waarlijk geruststellend, dat de actuele kunst ook zo bevattelijk, welgevoeglijk en eenvoudig fraai kan zijn.

Stichting De Pont in Tilburg brengt er een overzicht van, de eerste solo-presentatie van Bernard Frize in Nederland, met een dertigtal recente schilderijen, gegroepeerd naar de door hem toegepaste techniek.

Een serie handzame doeken is telkens bedekt met één brede kleurenbaan, een verticale veeg die een flauwe bocht maakt, als de uitsnede van een licht bewogen gordijn of een in de voorkamer passende afspiegeling van de regenboog. Hiervoor gebruikte Frize verschillende kwasten ineens. Hij maakte ze aan elkaar vast - een waaier van penselen, allemaal in een andere tint gedoopt - en daarmee trok hij fijne voren over het linnen. De kleuren lopen in elkaar over of juist net niet. Ze tekenen zich ook naast elkaar af, zoals in een kwast de afzonderlijke haren.

Frize is geen geheimzinnige kunstenaar. De ontstaansgeschiedenis van zijn schilderijen ligt open en bloot op het doek. Zonder dubbele bodem. De materie, harmonieus geordend, is zichzelf genoeg: het strak gespannen linnen en daarop die combinatie van verf en hars in alle mogelijke, maar steevast elkaar respecterende kleuren, een roes of een ruis, aangebracht met afwisselend vingersmalle en bezembrede penselen. De procedure is inzichtelijk, te herleiden via de richting van een kwaststreek of, daarentegen, herkenbaar aan het ontbreken van zo'n nervenspoor.

Dat is een vondst: Frize beplakte een heel doek met ronde verfvelletjes, een bont patroon van verharde alkydhars, rechtstreeks uit het blik, opgelicht van de nog vloeibare massa eronder. De verfvelletjes zijn verkleefd tot een warreling van superconfetti, een feestelijk kunstwerk, en een voorbeeld ook voor thuis, inclusief gedetailleerde receptuur 'voor een praktisch kant en klaar schilderij', origineler dan een ansichtkaartje, dé verjaardagsgroet voor vriend of vijand. Vergeet daarbij in geen geval de tip uit de catalogus: 'gebruik grotere verfblikken voor grotere schilderijen.'

Zo gemakkelijk als het eruit ziet zal het zeker niet zijn (het recept, 'Opgepast', waarschuwt dat de verflaagjes snel scheuren), maar dát het er zo gemakkelijk uitziet, in de diverse aanschouwelijke varianten bij De Pont, voedt wel de bedenking dat Frize een betrekkelijk vrijblijvend vervolg geeft aan de abstracte kunst, zoals we die kennen van de precieze Mondriaan - onverzettelijk zelfs in zijn dynamische Boogie Woogies - of de rigoureuze Sol LeWitt, met wie Frize zijn voorkeur deelt voor een van te voren vastgestelde methode: een concept dat het eindresultaat bepaalt.

'Ik bedacht dat mijn werk uit hele simpele beelden zou moeten bestaan, schilderijen die direct voorkomen uit de materialen, de gereedschappen, de technieken', zegt Frize. 'Ik kies een manier van opereren en het schilderij is simpelweg een gevolg daarvan.' Het gevolg is een keur aan rasters van horizontalen en verticalen in allengs verblekende tinten: de kleur verzadigd bij de aanzet van een lijn, vervaagd tegen het einde - het penseel leeggelopen onderweg, zoals dat gaat, en als zodanig bij voorbaat goed.

Of het gevolg is een herhaald visgraatpatroon, schijnbaar grillig, maar eveneens naar plan. Een aantal kwaststreken vertrekt van links naar het midden, waar de lijnen samenkomen in een centrale as.

De heldere kleuren versmelten en stromen vervolgens weer uit, nu naar rechts, ietwat smoezeliger, maar nog altijd smaakvol, rijk aan nuances. Zo komen ze en gaan ze, doek na doek, nooit in een vloek, steeds in een zucht.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden