EEN REEKS MOOIE, LEGE BEELDEN

Enkele tellen blijft de camera van Darius Khondji naar boven gericht. In het filmkader zijn stoplichten te zien, bungelend aan draden boven een verlaten kruispunt....

Een typisch Amerikaans plaatje levert dit shot op. Een voor buitenlanders opvallend plaatje, omdat zij niet met dit soort stoplichten bekend zijn. De verkeerslichten, waaiend in de wind, maken al snel mijmeringen los. Over de kwetsbaarheid van een groot land. Of over hoe de mens uit alle macht controle probeert te krijgen over de wereld.

My Blueberry Nights, de eerste Engelstalige productie van de Chinese regisseur Wong Kar-wai, staat bol van dergelijke clichés. In de roadmovie komt Amerika naar voren als een land waar de liefde door haast en hebzucht over het hoofd wordt gezien.

De zangeres Norah Jones speelt in Wongs negende speelfilm de zwijgzame Elizabeth. Zij lijdt aan een ernstige vorm van liefdesverdriet. In een New Yorks café vindt zij behalve een heerlijke bessentaart een luisterend oor bij de Britse barman (Jude Law). Hoewel de man en vrouw iets voor elkaar lijken te voelen, neemt zij de benen en begint ze aan een zwerftocht door de Verenigde Staten.

Tijdens die reis naar zingeving stapelt Wong het ene overbekende beeld op het andere. Er wordt gescheurd over een verlaten Route 66 en gegokt in volle en tegelijk ijskoud ogende casino’s. Als er wordt gedronken, dan ogen de kroegen bedompt en donker.

Zoals bij iedere grote filmmaker hebben de films van Wong eigenlijk allemaal hetzelfde thema. Over onvervulde verlangens gaat het bij hem, over het gevoel net naast de werkelijkheid te leven. Ook My Blueberry Nights handelt over smachten en dromen. Wong voegt de daarbij passende sfeer toe, met hotelkamers en kroegen waarin kleuren en klanken meer zeggen dan de woorden die de personages met elkaar uitwisselen.

Toch blijft de magie achterwege. Wongs (tijdelijke) verhuizing van Hong Kong naar Amerika is als een scheikundeproef die geen enkel effect in het buisje met chemicaliën teweeg brengt. Zelfs na flink schudden blijft het doods.

Een probleem is het camerawerk van Khondji, die vooral zijn best doet het ritmische, tastende werk van Wongs voormalige bondgenoot Christopher Doyle na te maken. Ook Ry Cooders inbreng heeft de echo van oud succes; hij combineerde zijn soundtrack voor Paris, Texas met het liefdesthema uit Wongs In the Mood for Love.

Een van de grootste stoorzenders in My Blueberry Nights vormt de voice-over, die de poëzie van de schaduwen en kleuren platwalst met uitleggerige teksten. Ook de lege blik van Jones werkt niet – een paar geloken ogen blijft bij haar gewoon een paar geloken ogen.

Wat na afloop rest, is de prangende vraag waarom Wongs intuïtieve werkwijze in de Verenigde Staten in clichés blijft steken, terwijl dezelfde aanpak in Hong Kong juist meesterwerken opleverde?

Het meest logische antwoord daarop luidt dat Wong tijdens zijn internationale avontuur de grens tussen cliché en betekenisloosheid uit het oog heeft verloren. Zijn onuitgesprokenheid is onder auspiciën van producent Harvey Weinstein verworden tot een plaatjesboek vol uitroeptekens.

De bungelende verkeerslichten zijn het schrijnendste voorbeeld van onmacht. Wong geeft ze een geïsoleerde, bijzondere plek, zoals hij alle stereotiepe beelden van Amerika heiligt met zijn hongerige blik van de buitenstaander. Overal ontdekt hij schoonheid en betekenis, omdat hij die er zelf aan geeft.

Die gretigheid heeft iets van de 17-jarige schoolverlater die tijdens zijn eerste grote reis over de grens elk mooie gebouw en elk beeld fotografeert. Wong Kar-wai maakte in Amerika geen film. Hij verzamelde losse indrukken.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden