Review

Een prachtige overdaad aan wit

Twee tentoonstellingen over Jan Schoonhoven

Twee tentoonstellingen over Jan Schoonhoven, beide een openbaring in een prachtige overdaad aan wit. De tekeningen, schilderijen, reliëfs en de veelal onbekende muurdecoraties van Jan Schoonhoven zijn dit najaar op twee plaatsen te zien.

Jan Schoonhoven, Fragment van R71-20, 1971. Collectie Stedelijk Museum Schiedam. Beeld Stedelijk Museum Schiedam

Wit. Kraakhelder wit dat met bakken over je heen dendert. Je ontkomt er natuurlijk niet aan voor wie een tentoonstelling van Jan Schoonhoven bezoekt. De tekeningen en vooral de reliëfs van de Delftse kunstenaar hebben een overdaad aan wit: opgebouwd uit karton en papier maché waar overheen de witte latexkwast is gehaald. Nee, witter kun je het niet krijgen.

Maar nu worden al die reliëfs in het Stedelijk Museum Schiedam ook nog eens tegen even witte muren gepresenteerd. Een relevatie. Veel musea hebben hun muren wit geschilderd uit gemak: je kunt er alles tegenaan hangen zonder dat het vloekt. Andere hebben witte muren uit theoretische overwegingen: je 'bladert' langs de kunstwerken als door een kunsthistorisch overzichtsboek. Beide overwegingen zijn door de jaren heen uitgegroeid tot een slaapverwekkende vanzelfsprekendheid. Maar als er één kunstenaar is bij wie de muren noodzakelijk wit moeten zijn, uit urgentie en de wens tot maatwerk, dan wel Jan Schoonhoven.

Dit najaar zijn de tekeningen, schilderijen, reliëfs en de veelal onbekende muurdecoraties van Schoonhoven op twee plaatsen te zien. Naast de expositie De werkelijkheid van Jan Schoonhoven in Schiedam is er ook Kijk, Jan Schoonhoven in Museum Prinsenhof in Delft, de stad waar Schoonhoven (1914-1994) is geboren en gestorven. Maar meer nog: de omgeving waaraan hij de ingrediënten voor zijn werk heeft ontleend.

Schat aan achtergrondinformatie

Natuurlijk is er in het Prinsenhof ook een zaal met Schoonhovens blanke reliëfs te zien, maar het museum koos er vooral voor de sporen uit het verleden in beeld te brengen. Daarmee wordt de biografie van Schoonhoven als een factsheet over zijn werk gelegd. De bescheiden expositie geeft een schat aan, deels onbekende achtergrondinformatie prijs. Tv-beelden van de magere Schoonhoven, op weg van zijn woonhuis naar het PTT-hoofdkantoor in Den Haag, waar hij jarenlang een vaste betrekking had. Familiekiekjes met zijn vrouw Anita die in Delft jazzconcerten organiseerde (veelal op kosten van haar succesvolle echtgenoot).

Vroege tekeningen die de voorliefde van Schoonhoven voor Paul Klee, Matisse en Picasso verraden, maar ook voor kerkbouw en het katholicisme. Foto's van de Deftse binnenstad, met zijn regelmatige bestrating, schuine luiken, putdeksels, paaltjes en hekken; motieven die je zo in zijn tekeningen en reliëfs kunt herkennen, soms zelfs letterlijk.

Verrassend is het miniatuurkerkje dat Schoonhoven voor zijn zoontje maakte, als speelgoed, uit 1955, in de tijd dat hij artistiek aan de grond zat. De fragiele constructie is met karton en papier-maché in elkaar geknutseld en (wellicht) de eerste proeve van het materiaal waaruit hij later zijn beroemde oeuvre heeft opgebouwd. Ook verrassend: de grote linoleumcollages en keramische wandbeelden die Schoonhoven maakte, als 'opdrachtnemer tegen wil en dank'. Het onbekende werk en de biografische verhalen maken de ontstaansgeschiedenis van Schoonhovens oeuvre inzichtelijk en de expositie wat didactisch.

Een straat als passende hommage

Wellicht verrijst tussen het onlangs opgeleverde Centraal Station en het Museum Prinsenhof ooit de Schoonhovenallee.

Elke stad kent ze wel: de buurten met zijn straten en pleintjes die naar bekende kunstenaars zijn vernoemd. Soms is het zelfs zo dat de kunstenaars er ook daadwerkelijk hebben gewoond. Dan krijgt zo’n naam toch een extra betekenis, als eerbetoon van de stad aan degene die zij heeft voortgebracht. Het Rembrandtplein in Amsterdam, de Frans Halsstraat in Haarlem, het Scheffersplein in Dordrecht om er een paar te noemen. Terecht dat in Delft het idee is ontstaan voor een Jan Schoonhovenstraat of -plein of -plantsoen. Alleen de plaats is nog onduidelijk. Een eerder aanbod een steegje naar de Delftse kunstenaar te vernoemen, werd door belanghebbenden en enthousiastelingen verworpen: te obscuur.

Maar een mooie, nieuwe gelegenheid doet zich nu voor. Tussen het onlangs opgeleverde Centraal Station en het Museum Prinsenhof wordt een nieuw traject gebouwd. Met groenvoorziening, zoals dat heet. Voor een kunstenaar die weliswaar geen millimeter natuur in zijn werk verbeeldde, maar wel elke vierkante meter in de Delftse binnenstad kende en ‘gebruikte’ een passende hommage: de J.J. Schoonhovenallee.

Onlosmakelijk verbonden

Grofweg heb je twee verschillende tentoonstellingsmodellen: de ene probeert je de geëxposeerde kunstwerken te laten begrijpen; de andere wil je de kunst laten ondergaan. Voor Delft geldt de eerste benadering, in Schiedam de tweede. Door dit onderscheid zijn de twee tentoonstellingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zozeer zelfs dat ze ook het beste in die volgorde te bezoeken zijn.

Wie de gekte en monomanie van Schoonhoven in zijn volle omvang wil beleven, moet uiteindelijk toch naar Schiedam. Om te merken dat de maker werkelijk geobsedeerd moet zijn geweest door vlakjes en lijntjes. Zaal na zaal, muur na muur rijgen de witte vierkantjes, rechthoeken en driehoeken zich aaneen. In allerlei mathematische ordeningen en witvarianten. Mooi ook hoe het invallende zonlicht het wit verder opsplitst in talloze schakeringen, zoals alleen eskimo's ze kunnen onderscheiden en benoemen.

Kijk, Jan Schoonhoven, Museum Prinsenhof, Delft. prinsenhof-delft.nl

De werkelijkheid van Jan Schoonhoven, Stedelijk Museum Schiedam. stedelijkmuseumschiedam.nl

Beide t/m 14/2/2016.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.