Een poëtische ode aan slijtage en ouderdom

Recensie LEK

De 'audiomachinisten' van BOT brengen met hun roestige apparaten een poëtische ode aan slijtage en ouderdom. Het muziektheatergezelschap verrast met introverte songs over vergankelijkheid en dood.

Lek Foto Rene den Engelsman

Ze noemen zichzelf audiomachinisten, omdat ze muziek maken met roestige apparaten die rijp lijken voor de schroot. Alles waar een kras op zit, krijgt in hun handen een ziel. Zo onttrekken de vier mannen van het Arnhemse muziektheatergezelschap BOT prachtig rauwe klanken aan een installatie met fietspompen en rubberlaarzen, als begeleiding voor rafelige liedjes. Hun vorige voorstelling Ramkoers werd een festivalhit tot ver over de grens. Niet in de laatste plaats door een rondtollende pianist in ijzeren wiel en een achtergrondkoor van zoemende naaimachines.

Het kan niet anders of BOT gaat dat succes herhalen met LEK, een poëtische ode aan slijtage en ouderdom, die tijdens Oerol in première ging en dit weekend te zien is op Festival Over het IJ. De audiomachinisten zingen introverte songs over vergankelijkheid en dood. De toon wordt gezet door leadzanger Job van Gorkum op trapharmonium, met een ontroerend lied over 'de witte hand' die stil door de voordeur sluipt en op je schouder kruipt.

De polka-klepperende kunstgebitten van Geert Jonkers zorgen voor een vrolijke tegenkleur. Doan Hendriks lijmt de eigenwijze wijzers van een klok. En toetsenist Tomas Postema houdt een uit elkaar vallende piano intact. Zo blijft de toon licht en weemoedig, want valt de mens uiteindelijk niet net zo uit elkaar als deze machines? Om toch ook op hoge leeftijd een mooi kwetsbaar geluidje te produceren? Het sterkste symbool is de zelfrijdende rollator met klepperende oudedamesschoenen. Het hulpmiddel mag dan zichzelf besturen en ritmisch begeleiden, je weet dat de tocht maar één kant op roffelt: richting uitgang.

LEK, Muziektheater,
BOT, 10/6, Koeienschuur Spanjer, Hoorn.
Te zien van 14 t/m 16/7 op Festival Over het IJ, Casco Amsterdam.