Een pandemie op zijn tijd is gezond voor de kunst

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Zondag was ik getuige van zoiets bijzonders dat ik alleen maar voor u kan hopen dat u ook in het publiek zat. Was u er niet, dan zijn er nog kansen om de voorstelling te zien, maar zoals zondag wordt het natuurlijk nooit meer. Zo’n Van Gogh ziet er bij hetzelfde kunstlicht iedere dag hetzelfde uit, maar die trillende luchtmoleculen zijn wispelturige bitches.

In de Cenakelkerk in Heilig Landstichting voerde een sextet rond bas-bariton, regisseur en initiatiefnemer Marc Pantus Wagner uit. Om precies te zijn: de derde akte van Richard Wagners Parsifal. Niet met orkest, maar met synthesizer, piano, harmonium en af en toe zelfs een basgitaar (al leek dat instrument er vooral voor het visuele effect) en drie zangers. Pantus nam zowel de rollen van Gurnemanz als Amfortas op zich. Kortom, een project dat is toegesneden op wat kan in coronatijd en zodanig uitpakt dat je bijna zou denken dat een pandemie op zijn tijd wel gezond is voor de kunst.

De locatie alleen al: een briljante vondst. Waar ben ik aanbeland, denk je als je de koepelkerk (1915) met Bijbeltaferelen in regenboogkleuren betreedt – de gedateerde oosterse sfeer heeft een vervreemdende uitwerking. Daarmee is je decor voor deze gewijde graalriddersopera al zo goed als af. De kerk staat op een heuvel in het bos, wat weer herinnert aan de ‘groene heuvel’ in Bayreuth waarop Wagner zijn eigen operahuis liet bouwen.

Er werd uitstekend gezongen door Pantus, Marcel Reijans (Parsifal) en Merlijn Runia (Kundry). Over de regie zal ik niets verklappen. Wie het stuk al kende, kon de strijkers erbij dromen, maar wie mist een orkest als grootmeester Dirk Luijmes zijn harmonium laat ademen? Deze musici moeten intens houden van die muziek, de voornaamste reden voor het succes.

Zo kreeg ik in de week dat ik opera vooral met de sportschool was gaan associëren (door de campagne waarmee De Nationale Opera de nieuwe chef-dirigent in de markt zet: de boodschap dat Lorenzo Viotti niet alleen kan boksen, maar ook kan skateboarden, zwemmen, duiken, met zwoele blik spaghetti kan eten, you name it, is overgekomen, dank) ook weer zin in de XL-variant. Zo’n bedwelmende Wagner, maar dan álle akten, in een volle Stopera en met zangers die elkaar weer op het podium mogen aanraken, want wie gelooft dat geliefden op anderhalve meter echt geliefden zijn?

Zo’n Wagner is nog ver weg. Voor de klassieke concertzalen ziet het er ook nog niet goed uit. Veel zalen hebben een concertoverschot doordat er concerten naar dit najaar zijn verplaatst. Het publiek wacht af. En dan is er nog wat gedoe over dat coronabewijs dat je bij binnenkomst moet tonen.

Bij de Salzburger Festspiele zag ik zowel in de zalen als in de horeca dat dit probleemloos kan gaan. Het lijkt me het minst slechte middel om eraan bij te dragen dat die concertzalen zo veilig mogelijk zijn. Het publiek dat op klassieke muziek afkomt, is over het algemeen wat ouder, dus kwetsbaarder, daarom mogen we in de concertzaal en opera verwachten dat iedereen voorzichtig is en verantwoordelijkheid neemt. Eén superspreader in het Concertgebouw en de boel ligt zo weer plat. Enige troost: dan heeft Marc Pantus weer tijd om iets moois voor ons te verzinnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden