AnalysePeter Vos

Een paar krabbeltjes, wat vlekjes aquarelverf, en toch helemaal mus. Helemaal Peter Vos

Op eenzame artistieke hoogte verkeerde illustrator Peter Vos in een dal. Wat dan hielp: vogels tekenen. Binnenkort verschijnt postuum zijn Vogeldagboek.

Schetsen en ­tekeningen uit het Vogeldagboek van Peter Vos.Beeld Peter Vos

Het staat met pen geschreven, in die sierlijke letter waaruit je meteen dat ene handschrift herkent uit sommige van zijn werken. ‘De roeken hoor je als eersten, in ’t donker nog, en hanen natuurlijk. Dan merel, zanglijster, heggemus, roodborst, w’koning, Dageraad, de vink slaat’.

In het dagboek van Peter Vos (1935-2010) is het donderdag 5 maart 1992, als hij zijn eerste regels schrijft van een nieuwe fase in zijn leven. De kunstenaar en illustrator zit duidelijk niet in de grote stad. Grachtengordeldier Vos heeft zich teruggetrokken op het platteland van Lunteren, in Gelderland. 

Daar had hij vaker verbleven, in een familiehuisje van zijn geliefde Saïda. Nu zat hij er vele maanden en met een reden: hij moest herstellen. De dood van zijn hartsvriendin Renate Rubinstein, eind 1990, had hem mentaal verlamd. Evenals het stadse sociale verkeer en zijn daaraan gepaarde drankgebruik. Vos vocht tegen depressies en vluchtte. Weg van de stad, van de mensen.

Daar, op eenzame artistieke hoogte, verkeerde hij in een dal. Peter Vos, de man van talloze bekende boekomslagen, voor onder anderen Simon Carmiggelt en Renate Rubinstein (maar ook voor boeken van George Orwell). De man van de ‘leeuwtjes’ in de rubriek Terzijde van weekblad Vrij Nederland, de rubriek vol aforismen en notities, afgewisseld met in pen getekende leeuwtjes in verschillende stemmingen en hoedanigheden. De verbeelder van twee delen Sprookjes van de Lage Landen. En wellicht voor de meesten nog wel de maker van het Beestenkwartet, het kaartspel in zwart-wit waarmee hij een gezicht gaf aan de Sloddervos, de Snotaap en de Schijtlijster. Het moet nog in duizenden Nederlandse laatjes liggen.

Peter Vos in zijn atelier in Amsterdam met een ­opgezette reiger, 1975.Beeld Hollandse Hoogte

Die man dus, die alles leek te kunnen, met misschien wel het grootste tekentalent uit de 20ste eeuw – die man twijfelde aan alles, het meest aan zichzelf en zijn werk. En maakte, dat zul je altijd zien, in die periode werk dat je als de kern van zijn oeuvre zou kunnen typeren.

Natuur had hem altijd getrokken, met het stadse leven onderhield Vos een zeer gemengde verhouding. De tol van de stad was hoog. Vos was niet bestand tegen de opwinding en de drank. Door zijn verlegenheid, zijn karakter, was hij te lief voor het harde leven. Te bescheiden, te slordig en veel te weinig zakelijk ook. Hij gooide nogal eens werk weg, of deelde het achteloos uit aan gretige handen.

In Lunteren was Vos alleen, met zichzelf, met de natuur en vooral met de vogels. Telefoon was er niet in het huisje. Wel zo rustig. Elke ochtend liep hij tussen 10 en half 11 naar een lokale telefooncel om van Saïda te vernemen of er nog nieuws was, of een opdracht misschien.

Het kijken naar en tekenen van vogels kon hem meestal – op enkele keren in zijn laatste jaren na misschien – uit het dal halen, zo leerde de ervaring. Zo ook nu, al ging het moeizaam en lagen er hobbels op de weg omhoog.

Ondanks zijn stemmingswisselingen stelde Vos zichzelf in die periode een opdracht: werken aan een definitieve versie van een Vogeldagboek voor Saïda, een van de vele werken in een oplage van één die hij zou maken voor geliefden, vrienden en bekenden.

Twaalf schetsboekjes vulde hij daarvoor; ze staan vol met snelle schetsen van de tuinvogels die hem in Lunteren bezochten. ‘Tuinmodellen’, zoals hij ze noemde. Steeds opnieuw kon de tekenaar het niet laten te kijken, te observeren, om daarna met enkele rake pennenstreken een houding vast te leggen, een blik, een contour, een detail. Op het bezetene af. Zoals zijn Saïda zich herinnert: je kon met hem in gesprek zijn, maar altijd ging die blik over je schouder naar buiten, zodra daar een snelle schim van een vogel opdoemde. Dan móést hij kijken, kijken, kijken, en greep hij naar de tekenpen. Even die ene houding vastleggen, die pootjes, die ene vleugel, die schuine blik.

Zijn schetsboekjes dienden meer doelen. Ze hadden ook de functie van fotoalbums, schreef hij ergens in zijn dagboek. ‘Herinneringen aan geziene wonderen’.

Vaak ging hij naar buiten. Kilometers fietsen naar het Wekeromse Zand, met tekenboekje en potlodenset in de zak en de Zeiss op de borst. Op zoek naar die ene ransuil of de middelste bonte specht die hij had ontdekt. Elke vogelwaarneming werd genoteerd, volgens een eigen systeem van indelingen en symbooltjes: ‘gezien’, ‘gehoord’ of ‘gezien én gehoord’.

Een enkele keer ging hij per trein naar Arnhem, voor een bezoek aan Burgers’ Dierenpark. Soms gaat de reis naar Barneveld, naar de mooie winkel in schildersartikelen, waar ook schilder Herman Gordijn kwam. Maar het meest was hij in en om huis.

‘Your easy reading is our damned hard writing’, luidt een klassiek gezegde uit de Amerikaanse journalistiek. Analoog daaraan zou je over het werk van Vos hetzelfde kunnen zeggen. Onze aangenaam zachte kijk is het resultaat van zijn harde werken.

Schetsen en ­tekeningen uit het Vogeldagboek van Peter Vos.Beeld Peter Vos

De vogels van Vos zijn geen vogelplaatjes. Het zijn geen tekeningen voor de vogelgids. Geen poeslieve pluizenbolletjes voor een belegen damesblad, koffiemok of dienblad. Het gaat niet om de vertedering, ook al straalt de aaibaarheid soms onmiskenbaar van het papier af.

Vos tekende geen vogels. Hij tekende die éne vogel. Een portretje van een individu, met een uniek karakter dat hij wist te vangen in een paar rake lijnen van het dunst verkrijgbare Rotring-pennetje. Het gaat om de verfijning, van een houding of een uitdrukking. Die blik van de roodborst die je vanaf de pagina doordringend, bijna streng aankijkt. Die ene karakteristieke houding van dat meesje op een onzichtbaar pindanetje.

Zo werden zijn vogels Vosjes. Pareltjes die glinsteren van het talent. De glans kwam van hun schepper, de meester, de kunstenaar. Dat maakt dat de vogels van Vos geen ‘gewone’ illustraties zijn. Misschien zijn ze wel een afspiegeling van zijn eigen persoonlijkheid.

Zijn vele vogeltekeningen – het moeten er duizenden zijn – passen niet in een stroming. Vos zette zich af tegen de beweging van Wildlife Artists – te veel ‘plaatjes’, te weinig ‘kunst’.

Ja, zijn vogels gelijken naar de natuur. Het is verbluffend hoe hij in miniatuurtjes de kleinste details wist te vangen. Die ragfijne lijntjes, die alle kanten op zwiepen en springen, en toch één logisch, natuurlijk geheel vormen. Maar dat is vakmanschap – van het hoogste niveau, maar vakmanschap. Bij Vos ging het om meer.

De twaalf schetsboekjes zijn in bezit gebleven van zijn Saïda, die ze bewaart in een schoenendoos. Zwarte boekjes op zakformaat zijn het, van Winsor & Newton, Vos’ favoriete merk. De afgeknipte blauwe kartonnetjes van zijn pakjes Rizla-vloeitjes zitten nog tussen de pagina’s, precies waar de verstokte roker ze zelf had gestoken, kennelijk om te markeren voor later, of om nog eens op terug te komen.

Het zijn niet alleen tuinvogelschetsjes die erin staan. Ook de eekhoorn komt geregeld langs, net als de ‘aanloopkip’ en de witte tamme gans. Tussen de levende have door duiken primaire ideetjes op voor opdrachten, boekomslagen of losse werken. Maar het meest zijn het die vogels.

‘Als Peter Vos zijn werk (en zichzelf) niet zo klein had gehouden, was hij een Rembrandt geweest’, stelde Koos van Zomeren (voor wie Vos verscheidene illustraties en boekomslagen maakte) eens treffend. Nergens liggen de fundamenten van het vakmanschap en dat fenomenale talent zo voor het grijpen als in die snelle schetsjes.

Hoewel hij er zelf anders over leek te denken (twijfel typeert de ware kunstenaarsziel), is vrijwel elk lijntje raak. Eén bladzijde, formaat zakagenda, met vijf trefzeker gekraste steenuiltjes in losse houding – je blijft je verbazen. Verderop: een musje, ter grootte van een duimnagel. Een paar krabbeltjes en wat vlekjes aquarelverf, meer lijkt het niet. En toch helemaal mus. En veel meer nog: helemaal Vos. En dat twaalf boekjes vol, als prelude op de grande finale: dat ene unieke Vogeldagboek 1992 voor Saïda. Nooit bedoeld ter publicatie, en nooit helemaal afgemaakt. Maar ook onafgemaakt is zijn tekenen te geniaal om onopgemerkt te blijven. En daarom nu gepubliceerd, tien jaar na zijn dood.

Zo krijgen we een blik op een tijdperk, en op het gecompliceerde karakter van een groot kunstenaar en diens kunstenaarschap. Een leven vol vogels. Vos herkende er levenslust in, lichtte hij in 2003 toe in het Marathoninterview met de VPRO-radio. En ontleende er die levenslust aan in tijden dat zijn ‘pestbuien’ hem weer in de weg zaten.

Het is geen huiskamerpsychologie om de link te leggen met zijn getekende Metamorfosen van Ovidius. Terugkerend thema daarin: een man die tot vogel transformeert. Een man die aan de zwaartekracht van de aarde, van het leven, ontkomt door op te stijgen, zich te verheffen en weg te vliegen van de mens. Die man is hijzelf. Hij tekende zijn andere, misschien wel betere ik. Zijn vogels hebben het eeuwige leven, en daarmee hun schepper: Peter Vos.

Dit is een sterk ingekorte en bewerkte versie van een biografische schets uit ‘Peter Vos: Vogeldagboek’, dat op 22/3 verschijnt bij Uitgeverij Müller; € 24,95. 

Uit het Vogeldagboek van Peter Vos.Beeld Peter Vos

Mooi hè, alles?

In 2003 sprak VPRO-journalist Chris Kijne drie uur lang met Peter Vos in het radioprogramma Het Marathoninterview. Daarin ging het over een Loesje-poster met de tekst: ‘Mooi hè, alles?’ Vos: ‘In die stemming ben ik regelmatig. Dat ik de tuin of de straat in kijk, of een meeuw voorbij zie vliegen en denk: wat is dát beeldschoon, zeg. (...) Er zijn op aarde eigenlijk veel redenen om vrolijk te worden. Als je niet te ver kijkt.’ 

Het interview is te beluisteren op www.vpro.nl/programmas/marathoninterview/luister/overzicht/v/peter-vos.html 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden