EEN PAAR FLINKE SCHEUTEN BOEDDHA

Jonathan Harvey componeerde de vermoedelijk eerste en enige opera waarin Richard Wagner zelf als dramatis persona rondloopt. Ruim anderhalf uur gaat het over Wagners ‘laatste seconden’....

Roland de Beer

De ochtendkoffie heeft Richard Wagner tijdens zijn laatste dagen in februari 1883 niet goed willen smaken. Volgens dokter Keppler, zijn huisarts in Venetië, leed de componist aan slapeloosheid, hernia, enorme gasontwikkelingen in het maag-darmkanaal en pijnlijke borstkrampen als gevolg van een vettige degeneratie van de hartspier, speciaal de rechter hartkamer.

Massages en een nieuwe breukband waren al voorgeschreven, maar de 69-jarige patiënt had de slechte gewoonte ook allerlei oude pillen en poeders te blijven slikken. Dat Wagner, aldus dokter Keppler, als gevolg van zijn ‘eigenaardige geestesaanleg’ voortdurend stelling nam in brandende kwesties in de kunst, de wetenschap en de politiek, wilde de genezing ook al niet bevorderen.

Wagner las over Boeddha, de wijze uit Azië. De lectuur bracht hem yin noch yang. Zijn krampen werden steeds heftiger. Wagner droomde geprononceerd. Hele verhalen, niet zelden over zijn moeder. In de nacht van 10 op 11 februari werd hij in zijn dromen bezocht door de zangeres Wilhelmine Schröder-Devrient en andere ex-minnaressen, en kreeg hij brieven die hij ongeopend weglegde: ‘Stel, dat Cosima jaloers wordt.’

Daverende ruzie had hij twee dagen later met zijn vrouw Cosima. Een scène die volgens Wagners biograaf Martin Gregor-Dellin maar één aanleiding kan hebben gehad, het feit dat de componist de sopraan Carrie Pringle had uitgenodigd hem op te zoeken in zijn werkvertrek in het Palazzo Vendramin. De jonge Pringle had een half jaar eerder de rol vertolkt van ‘Bloemenmeisje’, in Wagners Parsifal-productie in het festival van Bayreuth. Ze had daar zodanig de aandacht getrokken van de licht verkikkerde componist/regisseur, dat ze bij iedereen over de tong was gegaan.

Cosima trok zich na haar uitbarsting huilend terug in de salon, ging achter de piano zitten en speelde Schuberts Lof der tranen. Wagner zette zich aan zijn schrijftafel, voegde enkele zinnen toe aan een opstel over het vrouwelijke in de mens (‘Liebe. Tragik’), kreeg krampen, en liet de bel rinkelen die het dienstmeisje Betty moest optrommelen.

‘De rest is fantasie, haha’, zegt Jonathan Harvey, componist van een nieuwe opera, Wagner dream, waarin de echtelijke confrontatie, de hartaanval en de vergeefse komst van dokter Friedrich Keppler zijn gestileerd tot een korte gesproken openingsscène. Zonder piano in beeld en zonder Venetiaans palazzo aan het Canal Grande.

Maar mét de klank van Schuberts Lob der Tränen. Ingekapseld in een iriserende, fijnmazige partituur naar mild-modernistische snit, voortvliedend op instrumentklanken die breed uitwaaieren met hulp van live-elektronica. De Brit schreef het stuk in opdracht van de Nederlandse Opera. Het beleefde eind april een try-out in Luxemburg, en is de komende weken te zien in het Holland Festival.

En wat zijn Wagners laatste woorden, voor hij stuiptrekkend de geest geeft in Harveys Wagner dream?

Johan Leysen (Wagner) zegt niet: ‘Het volk is de kunstenaar van de toekomst.’ Het frappante visioen van de popcultuur dat ooit opdook in een van Wagners cultuurfilosofische essays, Das Kunstwerk der Zukunft, blijft in Harveys opera zorgvuldig buiten beeld.

Evenmin zegt de acteur Johan Leysen: ‘Er bestaat maar één manier voor de Jood om van zijn eeuwige vervloeking af te komen: de ondergang.’ Harveys opera behelst geen anti-judaïsche stellingnames of premature adviezen aan Heinrich Himmler en Adolf Eichmann, zoals te vinden in Wagners essay Das Judentum in der Musik – een studie uit 1850 waarvan de populariteit inmiddels is getaand.

Dit zijn Wagners laatste woorden in Wagner dream, gecomponeerd op een libretto van Jean-Claude Carrière:

‘Cosima*’

‘Co*’

Waarbij de stervende zijn hand uitsteekt naar zijn laatste strohalm, de dienstbode-bel. Het geluid van de bel verandert. Het neemt de akoestische vorm aan van een zinderende gongslag – de klank bij uitstek van het boeddhisme. In dit geval bewerkt met elektronica-programma’s, door Harvey ontwikkeld in de IRCAM-studio’s in Parijs.

En daarmee ontvouwt Harveys opera zich pas echt. Wagner dream, vermoedelijk de eerste en enige opera waarin Richard Wagner zelf als dramatis persona rondloopt, gaat ruim anderhalf uur lang over Wagners ‘laatste seconden’. Zoals de held in Tristan und Isolde er een volle derde akte over doet om dood te gaan, nadat hem een fatale wond is toegebracht, zo ziet de Wagner van Harvey in zijn uitdijende stervensmoment een compleet gezongen drama aan zich voorbijtrekken. ‘Ik houd van dat aspect van Wagner’, zegt Harvey, ‘dat enorme verschil dat hij maakt tussen echte tijd en psychologische tijd.’

Hij heeft het niet van binnen gezien, het onderkomen in Venetië waar de ouder wordende Wagner inspiratie zocht. Harvey, van huis uit geen opdringerig type: ‘De RAI zit er nu in, de Italiaanse radio.’ Het bleef wat Harvey betreft bij een tochtje met de busboot. Aan de gevel die uitziet over het Canal Grande zit een gedenkteken.

De opera die Johan Leysen/Richard Wagner in gouden lichtstralen voorbij ziet komen in Harveys Wagner dream, is een project dat in het hoofd van de echte Wagner meer dan een kwart eeuw heeft rondgespookt, zonder dat hij er een vorm voor wist te vinden.

Vereist het al de nodige moed om de grondlegger van het Gesamtkunstwerk tot onderwerp te maken van een nieuwe opera van kamermuzikale en elektronische makelij, het vereist bovendien een meedogenloze afbakening van het onderdeel van het complex-Richard Wagner waar de opera over moet gaan.

De vegetariër. De antisemiet, de kuuroordbezoeker. De Freudiaan avant-la-lettre, herschepper van oermythen en schepper van een Festspielhaus – die Wagners zijn wat minder vergeten of onbekend dan de Richard Wagner die een drama over Jezus Christus ontwierp, granaten transporteerde en met de anarchist Bakoenin op de barricaden stond tijdens de revolutie in Dresden.

Maar waar zelfs ingevoerde Wagnervorsers weinig raad mee weten, is met Wagners drama-ontwerp Die Sieger. Een vagelijk misleidende titel, die niets te maken heeft met visioenen van speerdragers, berenvellen of de operatie-Stahlhelm, maar alles met balans, zielenrust en de triomf van het spirituele over het lichamelijke.

Met Boeddha. Wagner leerde hem kennen via zijn lijffilosoof Schopenhauer, en trachtte zijn bedoelingen uit te spitten door de lectuur van 19de-eeuwse Boeddha-studies van Eugène Burnouf en Carl Friedrich Köppen.

Het voordeel voor Jonathan Harvey, zelf vijftien jaar geleden tot het boeddhisme geraakt via transcendente meditatie, is dat Wagner erin bleef steken. Harvey: ‘Hij kreeg, haha, geen grip op de wereld van mangobomen en lotusbloemen die hij meende te moeten beheersen met Die Sieger.’

Wel schreef Wagner een gedetailleerd drama-ontwerp, bezet met helder omlijnde karakters en vervuld van roerende tragiek. Het behelst de onmogelijke liefde van Savitri, een meisje uit de paria-kaste, voor een prinselijke monnik, Ananda. Voor hun schandalige verlangens lijkt geen uitweg.

Redder in de nood is Boeddha zelf. De Gouden Leraar onderwijst het meisje in de goddelijke liefde. Ze ziet af van haar zelfverbranding, zweert haar zinnelijkheid af en gaat op in de boeddhistische gemeenschap. In Harveys Wagner dream, geënsceneerd door Pierre Audi, ontrolt dat schouwspel zich in gezongen vorm en op een apart, hooggelegen plateau. Met een gouden bariton (Dale Duesing), omringd door medesolisten als een knorrige ‘Oude Brahmaan’, en omringd door een onzichtbaar monnikenkoor. Hun wereld gaat gehuld in etherische klankgewaden, en contrasteert met de prozaïscher sferen van irritatie, geknakte bloemen en falende hartkleppen waar de niet-zingende Richard Wagner het moet zien te rooien.

Het is Harveys eigen vondst, die dubbelvorm van praten en zingen. ‘Ik heb nooit het plan gehad Wagner te laten zingen. Ik zou het me daar verdraaid lastig mee hebben gemaakt.’ Zijn Carrie Pringle belichaamt de onmogelijke liefde. Cosima is de vleesgeworden barrière – tot de laatste stuiptrekking hun hogere eenheid herstelt.

Harvey (68), nagenoeg even oud als Wagner in Wagner dream, koestert een onwrikbaar geloof in reïncarnatie. ‘Ik houd van de gedachte dat er naast het leven dingen zijn die ik niet kan bevatten. Grote kunst is daar één van. Die staat buiten de tijd. De schoonheid van een Beethoven, een Wagner – die vormt voor mij het bewijs van een bepaalde intuïtie. Dat er zintuigen bestaan voor een leven in de toekomst en in het verleden. Maar je hoeft geen boeddhist te zijn om in reïncarnatie te geloven. De helft van de mensheid gelooft erin.’

Liever gaat Harvey op werkvakantie naar India dan naar het Beierse Bayreuth. Al zag hij daar veertig jaar geleden menig Wagnerwerk, onder andere het ‘Bühnenweihfestspiel’ Parsifal. Ook een opera, trouwens, waarin Wagner een paar flinke scheuten Boeddha goot: afzwering van de vleselijke lust, een ‘reine’ dwaze held die ‘wetend’ wordt door ‘medelijden’, een satanische vrouw die de Verlosser uitlachte en sindsdien al reïncarnerend door de geschiedenis trekt.

Het drama van Parsifal zou gauw afgelopen zijn geweest als Wagner niet alleen de satanische Kundry maar gewoon iedereen had laten reïncarneren, erkent Harvey. ‘Maar denk erom, een reïncarnatie schijnt ook bijzonder onplezierig te kunnen zijn. Een ingewikkelde toestand, zelfs voor Tibetaanse monniken.’

Wagners spiritualiteit beperkte zich soms tot het aan de eettafel imiteren van een klopgeest, om zijn gasten aan het schrikken te maken. Voor Harveys opera was het goed dat Wagners trein, op weg naar Venetië, de spoorbrug bij Verona juist nét had gepasseerd toen deze eind 1882 instortte. Wat zou hij van Wagner dream hebben gevonden? Harvey: ‘Hij zou de versterkers en de synthesizer in ieder geval fantastisch hebben gevonden. Wagner zou dol zijn geweest op het IRCAM.’

Lucide conclusie van Johan Leysen/Richard Wagner in Harveys Wagner dream: ‘Wat moet dat daar? Is dat van mij? Dat kan ik nooit gemaakt hebben!’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden