Een paar avonden aan tafel met Charles de Gaulle en André Malraux

Een paar lange avonden zitten ze samen in de Boisserie, de oude generaal en de iets minder oude schrijver. Het is er stil, op de bomen van het park rond het grote huis in Colombey-les-Deux-Églises ligt sneeuw. In een wachthokje bij de ingang staat een militair met een pistoolmitrailleur. Verder is er niets, niets dan het lege land van Frankrijk dat ze zo vaak vergeefs beminden.

Charles de Gaulle en André Malraux vormden een merkwaardig koppel. Wat zag de generaal toch in die schrijver met zijn dure smaak en zijn voorliefde voor Oost-Azië? De een was koppig en altruïstisch, de ander flamboyant en romantisch. Ze leren elkaar aan het eind van de oorlog kennen. De Gaulle is blijkbaar zo onder de indruk van de commandant van de brigade Alsace-Lorraine dat hij hem minister van Voorlichting maakt in zijn eerste regering . Vanaf 1958 zal Malraux minister van Cultuur zijn in alle regeringen van De Gaulle. Tien jaar later, als de president door Frankrijk in de steek lijkt te worden gelaten, organiseert Malraux de beroemde mars over de Champs-Élysées, waar vele honderdduizenden hem trouw betonen.

Het is 1970 als Malraux bij de De Gaulle op bezoek gaat. In mei '68 was gebleken dat de tijd de president had ingehaald, niet lang daarna had hij zich via een referendum laten wegsturen. Geen president meer, alleen nog dit eenzame huis waar de man op bezoek komt die bij officiële vergaderingen altijd aan zijn rechterhand zat. 'À ma droite, j'ai et j'aurai toujours André Malraux, ami génial', zoals Henk Wesseling hem in zijn voorwoord citeert.

Nu zou je verwachten dat zich tussen beide heren een gesprek op niveau zou ontwikkelen. Over Napoleon en de verplichting het met grootsheid niet op een akkoordje te gooien, over de Algerijnse 'kwestie', over Rome als de eerste atheïstische beschaving, over politieke tegenstellingen ('Over nog geen honderd jaar zal wat wij rechts en links hebben genoemd tot de hersenschimmen behoren').

Geen zorg, dat en nog veel meer waarover twee belezen heren met een lange politieke loopbaan van gedachten kunnen wisselen komt aan bod. Maar het fantastische van dit Gevelde eiken, zoals Malraux zijn weergave van de gesprekken noemde, schuilt in de vele zijpaden die ze bewandelen. Jackie Kennedy wordt behandeld 'Een dappere vrouw, en heel goed opgevoed' maar ook de pyjama van Brigitte Bardot en de kattencommando's die de Engelsen in de middeleeuwen inzetten.

Over mei '68 heeft De Gaulle stellige opvattingen. 'Een beschavingscrisis', vindt hij, die niets goeds zal opleveren. 'Als ik alvorens te sterven nog eens een Franse jeugd mocht terugzien', verzucht hij. Het weerzien met een jeugd naar zijn hart zal de generaal niet vergund zijn, hij sterft niet lang daarna.

Malraux wordt na de gesprekken opgehaald door een auto met spijkerbanden. Zijn laatste herinnering aan De Gaulle is te mooi om niet te noemen: 'Een menhir in zijn lange mantel met capuchon, belaagd door de ijzeren winter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.