Een outsider die de mensheid geestig fileert en beschouwt: er is weer een nieuwe roman van Esther Gerritsen

Boek (fictie) - De trooster

Esther Gerritsen ontroert met een roman over onverwachte vriendschap in een klooster annex retraitecentrum.

In de kapel van het klooster (tevens retraitecentrum, het zijn geen gouden tijden voor de kerk) staat een houten piëta. Jezus is uitgemergeld en gewond. De seculiere gasten van het retraitecentrum vinden het beeld zonder uitzondering wanstaltig. Maar voor Jacob, de mismaakte conciërge en koster van het klooster, is het beeld juist favoriet. Zo was het echt, vindt hij, hieraan is niets verfraaid.

Jacob ergert zich aan de retraitegasten, zoals hij zich aan alles en iedereen ergert, behalve aan Jezus Christus. 'Ik zou die fluisterende, honende mensen moeten vertellen dat de beelden van Christus voor mij zijn als de kinderfoto's in hun portemonnee', bedenkt hij. 'Iedereen begrijpt dan toch ook dat afkeer ongepast is.'

Foto Martyn F Overweel

Een outsider die de mensheid geestig fileert en beschouwt: er is weer een nieuwe roman van Esther Gerritsen. In De trooster beschrijft de auteur van romans als Roxy en Superduif het sobere leven in een klooster, bezien vanuit de nurkse Jacob, een man die niettemin gelukkig is. Hij is tevreden in de orde en wil niets meer, behalve dat er nooit meer iets verandert. Precies wanneer hij dat bedenkt, wandelt Henry Loman binnen. Een minister met een #MeToo-schandaal aan z'n broek (Gerritsen gebruikt de hashtag niet) die een tijdje wil nadenken.

Terwijl de kloosterbroeders zich voorbereiden op het Paasfeest, raakt Jacob onbedoeld bevriend met Henry. Die is geïntrigeerd door de botte lekenbroeder. Jacob is zo verbaasd en vereerd door zijn aandacht dat hij alles doet om nog dichter bij Henry te zijn. En daar gaat het mis - natuurlijk gaat het mis. Jezus hangt niet voor niets aan het kruis.

Zoals Jacob in de kapel ontroerd raakt door de afbeelding van lijden, zo ontroert Gerritsen de lezer met haar fijnzinnige, intelligente beschrijvingen van menselijk falen. Maar het is in dit boek vooral de hoop, het geloof en geluk dat Gerritsen zo puur en precies heeft gevat. 'Ik las de woorden van de psalm die we gingen zingen zoals altijd met twijfel, maar ik zong ze met zekerheid. Het is mijn lichaam dat gelooft, het zijn mijn stem en mijn handen.' Het boek is doordrenkt van het geluk dat de ontluikende vriendschap Jacob geeft. Het verhaal is bijna een Griekse tragedie, en toch leest De trooster als een boek waar het zonlicht invalt.

De trooster

Fictie

Esther Gerritsen

De Geus;

224 pagina's; euro 20,99

Jacob wordt meegesleept door zijn behoefte erkend te worden door Henry, een behoefte die hij dacht niet te kennen. Hij gaat langzaam de grens over in deze religieuze, symbolisch geladen omgeving. Het roept associaties op met bijbelse waarschuwingen als de brede en de smalle weg, maar zijn 'grens' is slechts een innerlijke grens, alleen waarneembaar voor Jacob zelf. Er zijn in het klooster immers geen echte 'regels', zoals hij Henry probeert uit te leggen. 'Zo doen we dat gewoon.'

Zonder die duidelijke markeringen, en in een wereld zonder Jezus, blijven we echter zitten met de schuld. En daar zit de fascinatie voor de schrijver: wat doen we met 'dit eeuwige spel waar de schuld wordt doorgegeven als de zwartepiet in het kaartspel'? Waar gaat die naartoe, als er niemand opstaat die de schuld op zich kan nemen? Een onvergetelijk beeld, die zwartepiet, dat het klooster, en het hele boek, doet openscheuren en opent naar de wereld.