EEN OUDE MAN IN HOUTHAKKERSHEMD

Lange tijd was het in Hollywood verboden God in een film op te voeren. Toen het wel mocht, heerste de angst Hem te kort te doen....

God is een kaskraker. Na zijn succesvolle optreden in Bruce Almighty (2003) – goed voor zo’n 400 miljoen aan inkomsten – keert hij terug in de bioscoop in de komedie Evan Almighty. Daarin is Hij opnieuw te bewonderen met dat ironische hoofd en in die fijne witte kleren – weinigen hebben zo’n stijlvol zomers kloffie als Hij.

God is niet dood. En als Hij dat al is geweest, dan is zijn wederopstanding van een imposant kaliber. God is tegenwoordig overal, en zijn fans zijn fanatieker dan ooit. Een paar Deense spotprenten kunnen hen al tot grote woede brengen, evenals een onhandige uitspraak van paus Benedictus XVI – toch een van zijn vertegenwoordigers op aarde. Ook de God van het Westen heeft de touwtjes weer stevig in handen; in Nederland, dat al jaren ontkerkelijkt zou zijn, is een kabinet tot stand gekomen waaraan maar liefst twee christelijke partijen deelnemen.

In 2003 werd Bruce Almighty een hit. Niet omdat er in de film wordt gespot met het Opperwezen, maar omdat de scenarioschrijver de bioscoopbezoeker de zaal uitstuurt met de gedachte dat het goed is iets voor de wereld te betekenen. Dat is de opdracht die Hij in de komedie aan een door Hem uitverkoren burger meegeeft. Het is de hoogste tijd, vindt God, de mensen erop te wijzen dat ze allemaal een relatie met Hem hebben, en Hem nog altijd dienen te gehoorzamen.

De makers van Bruce Almighty en het vervolg, Evan Almighty, vanaf vandaag in 69 zalen, dragen een oude boodschap uit. ‘I’m just messing with ya’, zegt God tegen Bruce, nadat Hij de klagende televisieverslaggever uit Buffalo heeft uitgedaagd. Laat maar eens zien dat het met de Schepping beter kan. Bruce gebruikt de goddelijke gaven die hij mag lenen aanvankelijk voor ingrepen in zijn eigen leven – de borsten van zijn geliefde zijn plots aanmerkelijk groter –, maar uiteindelijk kan niemand oog in oog met Hem komen te staan zonder er een beter persoon door te worden. Ook Bruce niet. Hij komt tot het inzicht dat het wonder niet zit in het winnen van de loterij, maar ‘in jongeren die kiezen voor onderwijs in plaats van drugs’.

In Evan Almighty is het niet anders: als God de nieuwbakken politicus Evan vertelt dat hij een nieuwe Ark van Noach moet bouwen, verzet die zich fel. Kom op, zeg! Hij heeft een drukke baan! Om daarna te beseffen dat het dienen van de mensheid de grootste ambitie is die de mens op aarde kan hebben.

Met de casting van de Afro-Amerikaanse acteur Morgan Freeman schiepen de makers van Bruce Almighty en Evan Almighty een nieuw, eigentijds beeld van God. De man in het wit oogt meer als een gewiekste zakenman dan als de oudtestamentische schepper. God kent inmiddels zijn pappenheimers. Wanneer de mens tegensputtert, moet hij gewoon even onder druk worden gezet.

Het heeft lang geduurd voordat filmmakers God als een eigentijdse, menselijke verschijning durfden neer te zetten. Regisseurs en producenten hebben lang geworsteld met het gebod dat afbeeldingen van Hem verbiedt. De musea hangen vol met Jezussen, Maria’s, en goddelijke verschijningen – met als bekendste God natuurlijk de oude grijsaard met de wapperende lokken van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel. Regisseurs hielden het gedurende de afgelopen 110 jaar – ouder is de filmkunst nu eenmaal niet – vooral bij vage verwijzingen. God was een stem vanuit het zwerk, of een beleefde engel die namens Hem het woord voert. Maar God als actieheld, of als een afgewezen minnaar – niemand die het durfde.

De eerste speelfilm waarin God door een acteur wordt gespeeld is The Green Pastures uit 1936, een productie met louter Afrikaans-Amerikaanse acteurs. The Green Pastures is bedoeld als de neerslag van de Godsbeleving van de zwarten in het diepe zuiden van de Verenigde Staten, met de hemel als een zonovergoten katoenplantage en Rex Ingram als de Heer. Jazeker: Ingram draagt een nobele, lange baard.

Pas in de jaren veertig en vijftig krijgt God een vastere plek in filmscenario’s. De rampspoed van de Tweede Wereldoorlog doen schrijver en regisseurs vragen stellen over het bestaan en de joods-christelijke geschiedenis. Al blijft God zelf onzichtbaar: in films als A Guy Named Joe (1943) en It’s a Wonderful Life (1946) wordt zijn plaats ingenomen door engelen. In The Ten Commandments (Cecil B. DeMille, 1956) heeft God alleen een gewichtige stem. Dat is in The Bible van John Huston (1966) niet anders.

Pas in de jaren zeventig komt de ommekeer. Omdat in die jaren alles op zijn kop wordt gezet, moet ook de Hays Production Code – een zelfregulering binnen de filmwereld die er sinds 1930 voor zorgde dat er in films niets blasfemisch gebeurt – eraan geloven. In Oh, God! (Carl Reiner, 1977) wordt God gespeeld door de komiek George Burns. Hij maakt van Hem een doodgewone, oude man in een houthakkershemd die schuldbewust door het leven gaat. Natuurlijk is er met de schepping veel mis gegaan, erkent God. Tabak had er beter niet kunnen zijn, en giraffen hadden achteraf ook niet gehoeven. Het grote plaatje, dat is best gelukt, maar in de details heeft hij het laten sloffen.

In interviews vertelde regisseur Reiner destijds dat er niets mis is met een menselijke, persoonlijke God. Een oude God als Burns zou Hem alleen maar beter maken. ‘Als je zegt dat God abstract moet blijven, zeg je dat niemand weet wie of wat God precies is en dat Hij alleen maar in onze hoofden bestaat.’

Reiners verdediging werd jaren later bevestigd in het boek God in the Movies: A Sociological Investigation (2000) van Albert J. Bergesen en Andrew M. Freeley.

Volgens Bergesen en Freeley bieden personages als God in een houthakkershemd het moderne publiek de kans zich te identificeren met een hogere macht die zij rationeel niet kunnen vatten. God als gewone man is en blijft echter een metafoor. Door Hem als een buurman neer te zetten wordt het werk van de Heer toegankelijker gemaakt, maar niet prozaïscher.

Die manier van kijken maakt het mogelijk God ook te zien in films waarin hij officieel helemaal niet verschijnt. Hoe zit het met het reusachtige konijn uit Donnie Darko (2001) dat alleen door de puber Donnie gezien kan worden en dat hem vertelt dat het einde der tijden nadert? Is Don Corleone, die in The Godfather (1972) beschikt over leven en dood, niet een variant op God? En wat te denken van de voetballer Zinédine Zidane in Zidane – die ook vandaag in première gaat? Door velen toegejuicht. Toch in zijn eentje. De lijnen uitzettend. ‘Een moderne God?’, antwoordde maker Philippe Parreno in 2006 in Cannes. ‘De film is een portret van de 21ste eeuw. Daarin past ook een God. Een onbereikbaar persoon die ontroering brengt, en soms nogal opvliegend is.’

Met het menselijk maken van God is niet meteen de deur open gezet voor elke God die aan het hoofd van scenarioschrijvers ontspruit. In 1999 ontspon in de Verenigde Staten een discussie over Dogma van Kevin Smith. Daarin stuiten twee gevallen en stonede engelen op een vrouwelijke God. Zij wordt ook nog eens – op een gegeven moment zelfs in ondergoed – neergezet door Alanis Morissette, een zangeres wier liedjes niet bepaald kerkelijk genoemd kunnen worden.

Blasfemie, luidde het oordeel van de rooms-katholieke kerk. ‘Een oprechte poging het geloof vertrouwelijk te maken’, riposteerde regisseur Smith.

De humor waarmee God in Evan Almighty zijn werk doet – hij maakt het Evan onmogelijk zijn baard af te scheren zodat die vanzelf op een Messias gaat lijken –, maakt van Hem een aaibare autoriteit. Deze God is de neerslag van wat velen tegenwoordig onder God verstaan. Een kracht die er is, en die ook in onszelf kan zitten. God is bij de mens, in de mens, is mens geworden. ‘Mensen willen altijd maar dat ik van alles voor ze doe’, klaagt Hij in Bruce Almighty. ‘Ze moeten nu eindelijk maar eens gaan beseffen dat ze zelf over de kracht beschikken. Wil je een wonder aanschouwen? Zorg dan dat je er één wordt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden