Een omsingeling van manshoge kelen De zomer van Rob Birza is hemels en hels

Wonderjongen Rob Birza is uitgegroeid tot een malicieus alchimist. Als geen ander kan hij de verf (van eigen makelij) laten oplichten als neon of laserstralen....

DE slangenbezweerder Rob Birza (1962, Geldrop) jaagt zijn adem door zijn fluit. Hij krijt het uit, bij vlagen melodieus, in harmonie met de partituren van Bach, maar vaker kraaienvals. Alsof tegen de wende van het millennium de hellehond hem op de hielen zit, zo snerpt zijn instrument.

Het penseel is de schilder niet genoeg. Een serpent is nu zijn toverstaf. En wij zijn het, die naar zijn pijpen dansen: bedwelmd, maar ook bedreigd, want op de klanken van zijn fluit haalt Birza de apocalyps nabij. Zijn blazen is hijgen; een heilig moeten; een ritueel dat een belofte van verlossing inhoudt, voor zover het met vaart het kwaad overstemt.

Gaan we naar het vagevuur of naar het paradijs?

De magiër zwaait met zijn scepter - blokfluit, schilderskwast of houtskoolkrijt - en stuurt ons van hot naar her, van het zuiden naar het noorden en terug naar het midden van het land, op bedevaart langs vijf uiteenlopende oorden van verschrikking en van levensvreugd.

In Tilburg, Leeuwarden en Amsterdam verspreidt hij om en om een hemelse en helse gloed. Beneden de rivieren drommen menseneters samen met draken, briesend in de duisternis. Hogerop, aan een gezelschap gifgroene marsmannetjes voorbij, bloeit een bloemenweelde in het licht van de regenboog.

Birza bespeelt het hele spectrum. Hij is een groot kunstenaar: uitgegroeid van de wonderjongen die met zijn virtuoze schilderijen nog voor zijn dertigste in het Stedelijk soleerde, tot een malicieuze alchimist die zijn pigmenten vermengt met gal, schrille klanken aan zijn kleuren toevoegt en de ruimte verzengt met een kolk van geluid en licht.

'Een zomer lang Rob Birza', luidt de verzameltitel van zijn exposities. Vandaar dat noodweer. De schilder grijpt om zich heen - Master of the Universe.

Hij lokt het publiek uit de tent met twee slangen, kronkelend naast een nachtblauw gordijn in de hal van Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. De slangen glijden tevoorschijn op een videomonitor, en wervelen langzaam weg. Ze draaien in steeds kleinere kringen om hun as, tot ze door een helgele zon worden verzwolgen - en onverslagen hun cirkelgang hervatten.

De slangen zijn ontwaakte muziekinstrumenten: blokfluiten die de toeschouwer hypnotiseren en hem ertoe verleiden voorzichtig, met de tred van een slaapwandelaar, gehoor te geven aan hun beweging. Het gordijn met kwasten van goud en het schemerdonker aan gene zijde stellen een sprookje in het vooruitzicht: een fluwelen atmosfeer, ontstegen aan de Verhalen van 1001 Nacht. Birza blaast die illusie aan, uit alle macht.

Een filmbeeld toont hem in close-up, één met zijn fluit, die de hele kamer in lichterlaaie zet. Een kapitale kroonluchter van Venetiaans glas, een dubbele bloemenkrans, danst op zijn muziek. De blauwe kaarsenvlammen flakkeren. In hun schijnsel bloesemen de bloemen; met het wegsterven van elke toon verwelken ze. Het licht leeft op de adem van de kunstenaar. Zijn spel is een strijd. Tegenover zijn gezicht projecteren de kaarsen hun pit: een kring van stippen in een schaduwfilm, kortstondig stralend, een telkens dovend sterrenbeeld.

Birza brengt zijn publiek in een roes, maar gunt het geen rust. Ook het kalmere achterkamertje in Bureau Amsterdam is een dubieuze lusthof. Glanzende foto's van per computer gemanipuleerde fluiten staan hier in het gelid tegen de muur. Ze vormen een bloemenhaag of een koor rond de bezoeker, een omsingeling van manshoge kelen: de één stijf als een soldaat op wacht, de ander grillig. De fluit vervelt en verschiet van kleur. De slang wordt een toorts, de toorts een ijspegel, de pegel een naald - lees: injectiespuit, een teken aan de wand.

Nog domineert de droom, maar de nachtmerrie dreigt. De kunstmatig opgewekte roes kan dadelijk omslaan in een psychose. Birza kent de werking van verdovende middelen: experimenteren is niet het goede woord, hij buit ze uit en dient ze toe aan zijn publiek, in hoge doses, op zijn schilderslinnen en tekenpapier. Bij Bureau Amsterdam valt met het zwijgen van de muziek slechts de lamp uit. Elders springen in het donker massaal de doden uit hun graf, de duivels uit hun holen, de skeletten uit de kast.

En wanneer die zombies zich vervolgens vrijwillig verschuilen in hoeken en gaten waar ze ongrijpbaar zijn voor het verterende licht van de dag daarop, trekken ze de toeschouwer met zich mee. Zoals in Tilburg, bij Stichting De Pont. Daar verdringen ze elkaar in een hele reeks 'intieme' kabinetten: lijkenkamers voor het publiek, dat gastvrij wordt toegegrijnsd en welkom wordt geheten met de triomfkreet: The horror must go on!

De hallucinaties zijn overweldigend, trefzeker van kleur ontdaan, in bloedeloos zwart op wit: vellen vol voortijlende houtskoollijnen, krassen, vegen en kerven - als tatoeages in het papier gedrongen. De uit stripboeken, computerspelletjes en animatiefilms losgebroken gedrochten zijn omgevormd tot moderne nazaten van de monsters die de schilderijen bevolken van Jeroen Bosch, Pieter Breughel en James Ensor.

Bij Birza zijn ze oppermachtig. Tegenover zijn blik in de hel gloort geen glimp meer van het paradijs, niet in Tilburg, waar het Laatste Oordeel voor iedereen eensluidend klinkt.

De verdoemden zijn te talrijk en te sterk, gewelddadige krachtpatsers. Wie zich uitverkoren waant, wordt aan hun tong gespiest. Of platgespoten. Hun tanden zijn geslepen, hun spieren opgepompt, hun erecties bovenmenselijk. Ze verscheuren zichzelf en elkaar, loerend op ons, met ogen die uit hun kassen vallen - de bollen bengelend in een staat van ontbinding, dik dooraderd, van waanzin doordrenkt.

Cosy Monsters from Inner Space (1997-98) noemt Birza zijn recente uitspattingen, maar cosy, knus of gezellig, zijn zijn pikzwarte houtskoolgeesten alleen in de meest enge zin, die van akelig dicht op de huid - of eronder, erger dan tatoeages.

Relatief vrijgevochten, blijmoedig soms, zijn hun veelkleurige metgezellen een eind verderop: de geschilderde Cosy Monsters die opdoemen bij Galerie Fons Welters in Amsterdam. Zij maken zich op afstand vrolijk over ons, de gifgroene marsmannetjes nog het vriendelijkst. Ze buitelen als duikertjes door het heelal, lachen hun puntige tanden bloot en brengen ons een groet, wuivend met hun vleermuisvlerken.

Maar erg betrouwbaar zijn zij evenmin. Als Birza het niet doet, strooien zij ons maanzand in de ogen, voor het verwekken van nachtmerries. Ze ontsluiten zwarte gaten, die ons wegzuigen van het leven op aarde, langs blauwe plekken en een vuurwerk van bloedspatten, diep het hemelruim in. Lijkenpikkers zijn het, die er plezier in scheppen onze lichamen door te lichten. Wij zijn de pionnen in hun computerspel - transparante skeletten, melkwit, door Birza in één vloeiende beweging op het doek gelegd, badend in een kosmische gloed.

Dat kan de schilder als geen ander: zijn eigenhandig bereide verf - ei-tempera - laten fosforiseren als laser of neonlicht; de kleuren laten stralen als sneeuwkristallen, als de sterren, of als bloemen in de zon. Tussen beide werelden, die van de gruwel en het genot, gaapt bij hem een kloof van ettelijke kilometers, maar ze zijn te bereizen, in een dag of twee: Tilburg, Amsterdam én Leeuwarden, waar de demonen wijken achter een overdaad aan lelies, rozen, chrysanten, narcissen en violen.

Je zou ze willen plukken, maar ze zijn al gerangschikt in een glazen schaal, keramische pot of vaas van porselein. Birza schildert geen tuinen, maar tuilen vol: exuberante bloemen die nooit zullen verwelken, al neigen ze ertoe, op het toppunt van hun bloei. De Power Flower Portraits (1996-1997) zijn onaanraakbaar, met hun kelken op slingerende stengels exploderende boeketten, los van hun wortels in het paradijs.

Een zomer lang Rob Birza:

Power Flower Portraits, tot en met 30 augustus in: Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden.

Bloemenvazen, tot en met 16 augustus in: Keramiekmuseum Het Princessehof, Grote Kerkstraat 11, Leeuwarden.

Digital Treble Discoveries-Unplugged, tot en met 16 augustus in: Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam.

Cosy Monsters From Inner Space (The Paintings), tot en met 25 juli in: Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam.

Cosy Monsters From Inner Space (The Drawings), tot en met 18 oktober in: Kunststichting De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden