Een oerwoud in de slaapkamer

Het boek dat Dave Eggers als kind de stuipen op het lijf joeg, is nu door hem bewerkt tot een echte Eggers-roman....

Al sinds zijn debuut A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000) is duidelijk dat Dave Eggers een groot vermogen heeft om te schrijven vanuit de belevingswereld van jonge mensen. In die autobiografisch geïnspireerde roman beschreef hij de wereld van een 21-jarige ik-figuur en diens achtjarige broertje Toph (Christopher), die in een maand tijd zowel hun vader als hun moeder verloren. Met veel brille, zelfvertrouwen en een geweldig arsenaal aan literaire vormgrappen schiep Eggers twee dermate krachtige jeugdige personages, dat zijn entree in de literaire eredivisie in één klap een feit was.

Dat zijn belangstelling voor jongeren zich niet beperkte tot zijn eigen autobiografie, bleek uit Eggers’ andere activiteiten. Twee jaar voor A Heartbreaking Work had hij het tijdschrift McSweeney’s opgericht, dat vooral als podium voor jong literair talent fungeerde, al wist hij ook gevestigde auteurs voor de uitgave te strikken. Verder was Eggers een van de mensen achter 826 Valencia, een schrijversschool voor kinderen tussen zes en achttien jaar.

In 2005 publiceerde hij de roman What is the What, gebaseerd op het levensverhaal van de jonge Soedanees Valentino Achak Deng, die als slachtoffer van de burgeroorlog in zijn land op de vlucht sloeg en na een 1500 kilometer lange voettocht, samen met een groot aantal andere ‘lost boys’, uiteindelijk in Kenia terechtkwam en daar jaren in opvangkampen leefde.

Tussen de bedrijven door schreef Eggers, samen met zijn broer Christopher, onder meer vier bundels nonsensgedichten, geschikt voor kinderen én volwassenen, gepubliceerd onder het dubbelpseudoniem Dr. and Mr. Doris Haggis-On-Whey.

Te midden van al deze activiteiten werd Eggers een aantal jaren geleden door filmregisseur Spike Jonze benaderd om mee te werken aan een filmscript gebaseerd op het befaamde kinderboek Where the Wild Things Are uit 1963 (in het Nederlands vertaald als Max en de maximonsters). Het was een boek dat Eggers zelf als kind had gelezen en dat hem – zo beweert hij althans – zodanig de stuipen op het lijf joeg dat hij het pas rond zijn twintigste weer durfde inzien.

Tijdens de werkzaamheden aan het script maakte Eggers kennis met de auteur van het boek, Maurice Sendak, die hem voorstelde er ook een romanversie van te maken. Parallel aan de filmrelease in de Verenigde Staten (bij ons gaat hij op 14 januari in première) is die roman nu verschenen onder de titel The Wild Things.

Wie weet dat het originele werk van Sendak een prentenboek is en nauwelijks meer dan 300 woorden telt, realiseert zich dat de bijna 300 pagina’s dikke novelisation weliswaar leunt op een bestaand idee, maar verder met een gerust hart een Eggers-roman mag worden genoemd.

De strekking van het oorspronkelijke verhaal is beknopt en helder: de jeugdige Max, gehuld in zijn wolvenkostuum, stormt met een vork de trap af, een klein hondje achterna, krijgt op zijn kop van zijn moeder die hem een ‘wild thing’ noemt en wordt, als hij dreigt haar op te eten, naar zijn kamer gestuurd.

Vervolgens verandert Max’ kamer in een wonderlijke wereld, compleet met een zee en een oerwoud. Hij woont er enige tijd tussen de ‘wild things’ (‘maximonsters’), die weliswaar reuze eng zijn om te zien, maar die Max kan temmen door ze simpelweg recht in de ogen te kijken. Hij wordt hun koning en geeft leiding bij allerlei gedurfde activiteiten, maar begint dan terug te verlangen naar het huis en het gezin waar hij thuishoort. Als hij weer op zijn kamer komt, staat daar zijn eten op hem te wachten.

Het is een verhaal dat op even lichtvoetige als authentieke wijze de psyche van een jong en fantasierijk kind weergeeft. De jonge Max, boos, onbegrepen en machteloos, schept een alternatieve werkelijkheid die hij wél naar zijn hand kan zetten, waar niet de grote mensen maar hijzelf de baas is, waar de omgeving ‘meespeelt’ als hij dreigende taal uitslaat. Maar diep in zijn hart wil hij helemaal niet de baas zijn en verlangt hij naar de geborgenheid van het gezin en het ouderlijk huis.

Zoals op basis van zijn eerdere portretten van jonge mensen was te verwachten, geeft Eggers in The Wild Things een overtuigend, bij vlagen vertederend portret van een jongen die zich onbegrepen voelt ik een wereld waartoe hij eigenlijk toch wil behoren. Waar de Max uit het prentenboek een jaar of vier was, heeft Eggers hem negen gemaakt: een leeftijd die wat ruimere dramatische mogelijkheden biedt. Max heeft een bijna vijftienjarig zusje, dat zich ineens te oud voelt om nog wat met hem te maken te willen hebben. Zijn ouders zijn gescheiden en met de inwonende nieuwe vriend van zijn moeder kan hij het niet echt vinden.

En dan de school! Tijdens een natuurkundeles vertelt de leraar dat de zon ooit zal uitdoven en dat het dan koud en stikdonker zal zijn in het zonnestelsel. Max begrijpt niet hoe de leraar zulke vreselijke dingen op zo’n onaangedane manier kan vertellen, en kan diens nuchtere mededeling dat de mensheid tegen die tijd toch allang is uitgestorven nauwelijks als een geruststelling zien.

Als vervolgens een sneeuwballengevecht met de vrienden van zijn zus uit de hand loopt, net als zijn poging tot wraak en de daaropvolgende confrontatie met zijn moeder, besluit Max van huis weg te lopen en belandt hij in een alternatieve werkelijkheid waarin Eggers alle remmen van de verbeelding losgooit.

De avonturen te midden van de ‘wild things’ zijn voor Max een rite de passage. De monsters representeren aspecten van zijn eigen persoonlijkheid en zijn dikwijls moeizame verstandhouding met een aantal van hen – koning zijn valt niet altijd mee – verschaft Max verrassende, soms ontnuchterende inzichten. In de beheerste hand van Eggers wordt dit allemaal impliciet en understated gepresenteerd, tot het verzoenende slot aan toe.

Naast de film en de roman The Wild Things en het enkele maanden geleden verschenen non-fictieboek Zeitoun, over de gevolgen van de orkaan Katrina, zag 2009 bovendien de tiende verjaardag van Eggers’ tijdschrift McSweeney’s. Ter gelegenheid daarvan is de door Nick Hornby en Eli Horowitz samengestelde bloemlezing De Verenigde Staten van McSweeney’s verschenen, waarin naast enkele gevestigde namen als Roddy Doyle, A.M. Holmes en Kevin Brockmeier, vooral jong talent wordt gepresenteerd.

Opvallende verhalen hierin zijn onder meer ‘St. Chola’ van schrijfster K. Kvashay-Boyle, over de ervaringen van een hijab-dragende moslima op een Californische high school, en ‘De vreemde carrière van dokter Gopalarajan’ van Rajesh Parameswaran, over een Indiër die zich van de weeromstuit voordoet als arts en een praktijk begint.

In deze en verschillende andere verhalen wordt het aloude Amerikaanse thema van de verbijsterde immigrant die zijn weg moet vinden in een vreemde cultuur van een nieuwe dimensie voorzien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden