Een oerbehoefte aan aandacht

Snipverkouden was de mezzosopraan Tania Kross (28) op Het Moment in oktober, toen ze in het Concertgebouw haar tourneerecital lanceerde in de serie Rising Stars....

Ze sloeg zich er schaterend doorheen, en voor de rest is Kross - een 'kind van Curaçao', maar in Nederland van de fiets geslagen als 'vuile Marokkaan' - niet het type van owaarismijnsjaaltjeikvatkou. In Hannover, Enschede en Amsterdam wachten belangrijke operarollen voor de mezzo die met de meisjes van Maria Immaculata het jacht van Donald Trump enterde, en haar 'ultieme inburgering' beleefde in een Friese opera. Opgroeien met Papiaments bleek ideaal voor het papperlepap van Rossini en Stravinsky: 'Léuk!'

Hij had het gevoel dat zij speciaal voor hem aan het zingen was, stamelt een Brusselaar in regenjas, als Tania Kross haar toegiften erop heeft zitten, en in het morsige niemandsland tussen kleedkamer en podium een rijtje handenschudders aan haar glinsterende robe voorbij laat trekken. De koffiekleurige mezzo met de perlenschöne Stimme (aldus de Hannoverische Allgemeine) schenkt de man een lach van oor tot oor. 'Maar dat speciale gevoel zal iedereen wel hebben', berust de bewonderaar, en hij zoekt de straten van Brussel op, met nog een hele zondagmiddag voor zich.

Recital in de serie Rising Stars. Het Paleis voor Schone Kunsten leek even een paleis voor koude voeten (grijs daglicht, veel publiek in overjas), maar daar kwam snel een eind aan toen Tania Kross het podium opkwam, met een blik van 'wat leuk dat U hier bent'. Ze kan pruilen, ongeduldig zijn, woedend, wanhopig en bazig. In één Canto negro van de componist Montsalvatge - 'Yambambó, yambambé' - is ze moeder, meisje, oma en kleinkind tegelijk. Een lied van Hugo Wolf verandert in een charmeoffensief.

Het programma van Tania Kross - ze bracht het proestend van verkoudheid in het Amsterdamse Concertgebouw, en herhaalde het blakend van gezondheid in Keulen. Birmingham en Wenen waren al aan de beurt. New York, Parijs en Salzburg volgen nog. Het gebodene lijkt een mengelmoes. Kurt Weill en Joseph Haydn vlinderen langs Stravinsky en het Congolese lied. Maar er klinkt niet zomaar Weill, het is SurabayaJohnny. En er is niet zomaar Rossini. Kross zingt een aria uit diens opera De Italiaanse in Algiers.

Kross' programma is een portret van de universele reiziger of exoot. Haar Wolfnummers komen uit het Italienisches Liederbuch. Kross' huzarenstuk komt uit Stravinsky's opera The rake's progress - het is de grote kakelaria van Baba de Turk, de vrouw met de baard. Zelfs de toegift, uit Bernsteins Trouble in Tahiti, herbergt een tropische verrassing in swingambiance.

Tania Kross, Antilliaanse in Badhoevedorp.

Skinheads sloegen haar in Utrecht als 'Marokkaanse' van haar fiets, en ook in de buurtsuper reageren oudere mannen in djellaba 'mopperig of boos, als ik hen niet vóór laat gaan'. Maar ze werd 28 jaar geleden geboren in een buitenwijk van Willemstad, en groeide op in Julianadorp.

Tania zong er op haar zesde in het r.k.kerkkoor. Spirituals, Bach en 'De herdertjes lagen bij nachte'. Ze zat op de padvinderij en op ballet, en zong blues in een bandje van Randal Corsen, met haar broer op gitaar. Ze vermaakte cruisetoeristen met showballet, en liet zich met het meisjeskoor van het Maria Immaculata Lyceum afzetten op het jacht van Donald Trump, toen dat in de baai van Curaçao op local entertainment wachtte.

'Een heleboel mensen verklaarden mijn ouders voor gek. Maar ze zijn lief en wijs. Ze brachten me overal heen. Ik heb een oerbehoefte aan aandacht.'

Vanuit een halfdonker te worden aangestaard, ze kijkt er elke dag naar uit. 'Zodra ik al die gezichten voor me heb, houd ik van ze. Ik vind het leuk dat ze meezingen in hun hoofd. Toen ik in Breda een eerste prijs won voor jong talent, zei Henny, mijn lerares: Tania, je hebt ze afgeleid, je hebt nog een lange weg te gaan. Maar het publiek bespelen, dat vind ik een negatief woord.'

De Berliner Zeitung genoot er niet minder om, toen Kross in een Stravinskyuitvoering uit een contrabaskist tevoorschijn hopte, en mit rollenden Augen die Künstlichkeit der Türkenbaba vertolkte. Hartelijk prees ook Die Welt de babyspeckglänzende jongensfiguur die Kross in de Opera van Hannover neerzette als Cherubino, de meisjesgek met de mezzostem in Mozarts Figaro.

In een prijswinnende enscenering van Händels Julius Caesar zong Frau Kross (in de rol van Sesto) haar coloraturen al jonglerend met het afgehakte hoofd van haar vader. De 'lange weg' die haar stem volgens de Utrechtse zangpedagoge Henny Diemer te gaan had, was toen al een behoorlijk eind afgelegd.

Kross kwam op haar 17de naar Nederland. Behalve het havodiploma had ze 'een enorme portie naïviteit' in haar bagage. 'Ik dacht, muziek? Dat kan ik best! Dat heb ik allemaal al gedaan!'

Je kunt niet zingen, maar je bent wel een zangeres, sprak de Utrechtse conservatoriumcommissie tot de bakvis, die toen nog dacht Schubert een schrijver was. 'Mijn stem had een groot gat in het midden. Heel laag en heel hoog, met niets ertussenin. Hennie heeft het allemaal bij elkaar gekregen. Zij kan een stem van nul af opbouwen, noot voor noot.'

Na de kamertjes van twee bij drie in Utrecht - 'Ik had hier alleen mijn broer, in Den Haag gelukkig, zodat hij me niet steeds kon vertellen waar ik mijn boodschappen moest doen' - is het goed wonen in Badhoevedorp. Tussen twee aanvliegroutes in, zodat Tania Kross geen last heeft. Ze laat foto's zien. Haar vader als Sinterklaas in Julianadorp, 'helemaal wit geschminkt'.

Ze schatert. Ernaast hangt een nieuwere foto, waarop een roodgejurkte Kross zich in dominante pose over een jongeman buigt. Carmen bij de Opera Studio Nederland, in een regie van Pierre Audi. 'Zó gaaf. Audi heeft een vrouw uit me gehaald waar mijn moeder bang van werd. Ze zat er jankend bij. Wat gebeurde er nóu toch allemaal met dat meisje.'

Haar ouders zijn in Leidschendam komen wonen. 'Mijn moeder vindt dat ver weg van Badhoevedorp, maar het is beter dan de negenduizend kilometer tussen Nederland en Curaçao.' Haar vader is IT'er. Moeder doet vrijwilligerswerk in een bejaardenhuis. 'Ze heeft alles wat haar lief was achter gelaten, behalve haar hondje. Een heel allochtoon beestje: hij begrijpt er niets van als Nederlandse kinderen zeggen: wat een leuk hondje.'

Cardiff, het concours Singer of the World van de BBC. 'Een geweldige eer als je daaraan mee mag doen.' In de jury zat de legendarische Galina Visjnevskaja, voormalig Bolsjojsopraan. 'Die was helemaal niet over mij te spreken. Zingen is geen grap, zei ze, toen ik de mensen met Stravinsky aan het lachen kreeg. Stravinsky, Granados en Monteverdi vond ze allemaal tweederangs. Zij vindt, in Cardiff kom je als mezzo Carmen zingen en de Eboliaria's van Verdi, en anders ga je het maar ergens anders proberen met populaire liedjes.'

Kross' 'liefste foto' toont Tania met La Deutekom, vijf jaar geleden genomen, toen Kross het Cristina Deutekomconcours won in Enschede. 'Toen is het allemaal begonnen. Volgens de jury gaf mijn houding de doorslag.' De Oostenrijkse dirigent die de finale zou leiden, gunde haar twee minuten repetitie, ('hij vond het niks dat ik geen Duits sprak, denk ik'), en verbood haar de hoge B te zingen in een Rossiniaria, omdat die er officieel niet in thuis hoort.

'Ik dacht: is dit nou een dirigentenconcours of een zangersconcours? Bij de generale vroeg ik of ik als eerste mocht beginnen, want niemand kwam voor mij op. Vooruit dan maar. Ik ken Stravinsky's Babaaria binnenstebuiten, maar hij kwam me vertellen dat het allemaal niet klopte. Fout. Fout. Weer niet goed.

Can't you just sing the damned notes?, zei hij. Het orkest viel stil. Ik zei: mijnheer, ik doe mijn uiterste best. Juryleden kwamen naar me toe: laat je niet gek maken door die man, jij doet het goed.'

Nadat Kross hem in de finale had getrakteerd op een lang aangehouden B - ze doet de topnoot gierend van het lachen voor - weigerde de Pultmeister de kandidate het gebruikelijke handje te geven op het podium. 'Toen boog ik maar lekker naar zijn rug. Maar ik had ook mooi gezongen. Daar lag het niet aan.'

Soms kun je als beginnend mezzosopraan ook beter een groep skinheads tegenkomen dan een regisseur. In Hannover, waar de Opera haar als ensemblelid contracteerde, kruiste Kross het pad van Thomas Bischoff, een autobiografisch aangelegde theatermaker, die de Mozartrol van Cherubino identificeerde met zijn eigen verleden als misbruikt kind.

Het Hannoverse publiek ziet sindsdien een suïcidale Cherubino, die wordt vergast op incestueuze intimiteiten, door Suzanna met geweld in een jurk wordt gedwongen, door Figaro wordt verkracht, en niet één keer uit het raam vlucht, maar zich een avond lang springenderwijs het leven tracht te benemen. Bischoff bleek een bezield exponent van de doordenkdramaturgische richting. Zo gauw je maar een blije tekst had, moest je depressief kijken.

'Maar hij kon het ritme niet eens meetikken met zijn voet. Het was mijn debuut. Nu ging het gebeuren.

Figaro! Ik heb een operahuis nog nooit zo hard boe horen roepen. Mijn ouders kwamen naar de tweede voorstelling, en na afloop begon ik toch te janken. Maar ik heb geleerd: ga gewoon je route. Dan merk je dat ook het publiek zich ontspant.'

Toch speelt dat anders dan de oude Hannoverse Butterflyproductie waarin de gedienstige Suzuki (Tania Kross) nu eens op trippelt met Japanse thee, dan weer met sake, vervolgens met sigaren, dan bloemen, sigaretten, een kind en een bootje. In een modernere Butterfly bij de Nationale Reisopera was Kross 'blij dat ik geen boodschappenlijstje in mijn kimono hoefde te stoppen'.

De recente Friese productie van Bonifacius, een opera van Henk Alkema en Peter te Nuyl over de missionaris die 1250 jaar geleden bij Dokkum werd vermoord, werd haar 'ultieme inburgering'. 'Ik heb allemaal complimenten gekregen van Friezen. Ik was de enige die ze konden verstaan. Maar ja, die opera wordt in negen talen gezongen. Mijn rol was de enige in het Fries.'

Eigenlijk is ze al tien jaar van huis, zegt Kross. 'Ik ben een yu di Korsou, een kind van Curaçao. Als ik daar ben, praat ik Papiaments. Dat kan lastig zijn, als je aan een bar dos cerves bestelt, en ze vertikken het om je te verstaan. Het tragische is, als er een nieuw hotel wordt geopend, laten ze wéér allemaal personeel uit Nederland komen, terwijl er genoeg Antillianen naar de hotelschool zijn geweest. Is het dan raar dat je hier allemaal Antillianen op een flatje krijgt, met kinderen, twee oma's en drie tantes?'

Kross is beschermd opgevoed. 'God bless the Shell. Zeg maar de Shellvolleybalclub, waar mijn ouders elkaar hebben ontmoet. Toen er duizenden mensen werden ontslagen, hoorde mijn vader tot de weinigen die toch weer aan het werk konden, omdat hij heel technisch is. Een ontzettend slim mens. Tegen collega's die vragen of ik ook bolletjes slik, zeg ik altijd dat we een villa hadden, een zwembad en drie auto's. Je moet af en toe overdrijven. Ja, ik ga héus wel met mijn lieve Carlo naar de Bijlmer om gebakken banaan te kopen.'

Kross' grootmoeder was een Venezolaanse van joodse afkomst. Grootvader was een indiaan. 'Aan mijn vaders kant was mijn oma een Antilliaanse, en mijn opa een Surinamer, zoon van een Duitse meneer Krosse die vriendjes was met een bosnegerin. Dan krijg je mijn vaders kleurtje. Die heeft groene ogen. Ik kan een kindje krijgen met groene ogen en rood haar! Zou ik leuk vinden!

De shock van haar leven, was dat ze in Nederland 'zwart' bleek te zijn. 'Op Curaçao was ik blank. De witste van de klas. Ik heb hier wel geleerd dat je het nieuws moet volgen. Wist ik veel dat er een demonstratie van skinheads zou komen op het Domplein? Ik wist niet eens wat skinheads zijn, ik wou alleen maar naar zangles en deed tingeling toen ik die mensen op het fietspad zag. Het ergste vond ik het voor het jongetje dat mij wilde helpen toen ik op de grond lag. Zijn moeder riep: doorlopen, doorlopen. Dat jongetje heeft geleerd dat een mevrouw die er anders uitziet zijn hulp niet waard is.'

Ja, het Papiaments komt het papperlepap van haar Rossiniaria's ten goede. Het is snel en ligt voor in de mond. 'Het tijdschrift Newsweek heeft eens uitgezocht welke taal de makkelijkste was. De beste internationale taal. Niet het esperanto, hoor. Ze kwamen uit op de ABCeilanden! Wat? Wij?? Jaaaa!!!'

Caroline Ansink componeerde voor Tania Kross het eerste klassieke muziekstuk dat ooit op Papiamentse tekst werd geschreven, Awanan kla, op een gedicht van Carel de Haseth. Ze zong het in Amsterdam en Willemstad. In Hannover is ze geen ensemblelid meer, maar zingt ze haar Rosina's en Hansjes (van Hänsel und Gretel) als gastsolist.

'Leueuk! Het betekent, dat je op één avond bruto verdient wat je als ensemblelid netto krijgt in een maand. Maar ook dat je niet voortdurend in de stad hoeft te blijven als eventuele invaller. Ik sprak in Cardiff een Poolse sopraan die Amerikaanse was geworden om ensemblelid te kunnen worden in de NewYorkse Metropolitan Opera. Ik zei: wow, de Met! Maar ze had spijt als haren op haar hoofd: jij zingt alles wat je wil. Ik ben 32, en in de Met komt een ensemblelid nooit hogerop. Daar blijf ik Flora, het dienstmeisje van de Traviata.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden