Beschouwing Nobelprijs voor de literatuur

Een Nobelprijs zegt: dit blijft

Er komt geen Nobelprijs voor de Literatuur dit jaar, en wat er ook op die prijs af te dingen valt: dat is jammer, schrijft Arnon Grunberg. Want een literaire prijs, en de Nobelprijs zeker, geeft aan welke boeken wij niet kunnen loslaten. 

Beeld Olivier Heiligers

The Wife, een roman van de Amerikaanse schrijfster Meg Wolitzer uit 2003, gaat over de tweede echtgenote van de gerenommeerde schrijver Joe (Joseph) Castleman, Joan Castleman. De roman begint op het moment dat mevrouw en meneer Castleman naar Helsinki vliegen waar Joe de belangrijke Helsinki Prize zal ontvangen, daarna volgen flashbacks naar hun gemeenschappelijke verleden. De Helsinki Prize is gemodelleerd naar de Nobelprijs voor Literatuur. In de verfilming uit 2017 door Björn Runge, waarin Glenn Close prachtig de onderkoelde en beheerste maar gepijnigde Joan Castleman speelt – achter zoveel beheersing moet wel een vulkaan schuilgaan – is dan ook van de Helsinki Prize de Nobelprijs voor Literatuur gemaakt. De bioscoopbezoeker heeft meer nog dan de lezer van literatuur behoefte aan duidelijkheid. Er bestaat overigens een Helsinki Prize, maar die heeft niets met literatuur te maken.

Met lichte ironie en mild venijn schrijft Wolitzer: ‘The Nobel prize was well beyond Joe; we both knew that, and somehow we’d both accepted it.’ Maar de minder prestigieuze Helsinki Prize was, zo bleek, haalbaar voor Castleman.

Zowel de roman als de film ontleent zijn kracht aan de ontluistering van erkenning en literaire roem, misschien wel van roem in het algemeen, want zou literaire roem zoveel verschillen van andersoortige roem?

Zeker, met name de roman gaat over meer: de rol van de vrouwelijke schrijver (Joan had ooit zelf schrijfambities) in de tweede helft van de twintigste eeuw, gemarginaliseerd; het ego van de mannelijke kunstenaar – het zachtaardig uitgesproken oordeel luidt: kwetsbaar tot zeer kwetsbaar, waardoor de mannelijke kunstenaar erg vatbaar is voor allerlei verleidingen, maar vermoedelijk geldt dat voor de ambitieuze mens in het algemeen; en de rol van de partner van de kunstenaar, die dienstbaar en slechts zeer tijdelijk zichtbaar dient te zijn. Aan het echte of zogenaamde genie kleven ook minder prettige kanten, een gemeenplaats, maar wat de roman van Wolitzer indringend maakt, is de manier waarop het onzichtbaar maken van de onprettige kanten wordt beschreven. De medeplichtigen, zij die de schrijver Joe Castleman zijn rol laten spelen – niet in de laatste plaats zijn familie, zijn echtgenote – worden niet gespaard. The Wife beschrijft een grijze zone waarin het slachtoffer – is zij wel een slachtoffer? – medeplichtig is aan haar eigen marginalisatie, aan haar eigen onzichtbaarheid.

Rondedansje

In deze tijd, waarin morele helderheid de vorm aanneemt van het volksgericht, eerst veroordelen en dan eventueel nog een proces, is het nuttig dat de lezer wordt herinnerd aan de morele ambiguïteit, die kenmerkend is voor de roman, en voor een groot deel van het leven zelf haast ik mij te zeggen.

Joe Castleman had samen met zijn vrouw geanticipeerd op het telefoontje uit Helsinki (in de roman) of uit Stockholm (in de film), hij kan de nacht voor het telefoontje zou moeten komen zelfs niet slapen en als hij dan hoort dat hij de prijs heeft gewonnen gaat hij op zijn bed staan, in de film maakt hij zelfs een rondedansje met zijn vrouw op het bed. Dit moment van de grote schrijver is ontroerend en toch ook ietwat vernietigend, men mocht hopen dat de schrijver meer boven zijn verlangen naar erkenning zou staan. Castleman wachtte op het verlossende telefoontje zoals een kind op zijn verjaardag wacht op het ochtendgloren.

Castleman is gemodelleerd naar het type Joods-Amerikaanse schrijver uit de vorige eeuw, een beetje Norman Mailer, een snuifje Philip Roth, een vleugje Saul Bellow. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat dergelijke schrijvers, misschien niet eens zozeer hun oeuvre als wel hun publieke persona, niet meer van deze tijd zijn. De schrijver die bombastisch voor autoriteit speelt, zijn sexappeal, dat hij zelf aanziet voor het vanzelfsprekende verlengstuk van zijn reputatie, het is allemaal eerder tragisch dan glorieus.

Charlatan

De Poolse filosoof Leszek Kołakowski schreef dat het van oppervlakkigheid getuigt als de hedendaagse filosoof zichzelf niet ook als charlatan ziet. (‘A modern philosopher who has never once suspected himself of being a charlatan must be such a shallow mind that his work is probably not worth reading.’) Zo getuigt het van gebrekkige zelfreflectie als de schrijver zichzelf niet regelmatig ook als oplichter ziet. Over het gevaar van het verdwijnen van dergelijke zelfkritiek, misschien zelfs zelfverachting gaat The Wife ook. De schrijver mag hopen dat erkenning hem verlost van het knagende vermoeden een charlatan te zijn, maar zou hij voor zijn werk dat vermoeden niet juist nodig hebben, getuige de uitspraak van Kołakowski?

Waar de schrijver nog wel onbekommerd als een ietwat autoritair moreel geweten verschijnt, denk aan Bernard-Henri Lévy in Frankrijk, neemt hij ongewild clowneske trekken aan. Iemand als Houellebecq heeft dat vermoedelijk doorzien, de autoriteit is clownesk geworden – waarmee overigens niet is gezegd dat de clown per definitie tandeloos is – en zo speelt Houellebecq de rol van de bewuste clown.

Beeld Olivier Heiligers

Ontmaskering

De positie van de schrijver, de status van literatuur zijn aan verandering onderhevig, aan inflatie kun je zeggen, andere hogepriesters hebben de schrijver verdrongen. Alles is ontmaskerd, de priester, de politicus en de revolutionair. Logisch dat zij die van het ontmaskeren hun werk hebben gemaakt, de schrijvers, zelf uiteindelijk ook zijn ontmaskerd. De schrijver is allang niet meer een vanzelfsprekend moreel geweten, een uithangbord van zijn cultuur, en eerlijk is eerlijk, hij was dat ook maar even. Niet voor niets lijkt de schrijver in The Wife vooral een uithangbord van ouderdom en zijn eigen gemythologiseerde verleden; het gevaar van ontmythologisering ligt op de loer – als de waarheid over Joe Castleman bekend wordt, zal hij een paria zijn – en daarop drijft de plot van de roman.

Maar waarom is er eigenlijk met smart gewacht op die prijs? Hoewel met name in de film de gastvrijheid en warmte die het schrijversechtpaar in Stockholm ten deel vallen boven alle kritiek is verheven, kun je je toch niet aan de indruk onttrekken dat het allemaal vrij mager is, absurd eigenlijk: is dit echt de hoogste eer die een schrijver ten deel kan vallen?

Maar als dit niet de hoogste eer is, wat dan wel?

Verkoop

De verkoop alleen kan het niet zijn, hoewel tegenwoordig in de literatuur uiteindelijk vrijwel alles, ook de hoogste eer, wordt teruggebracht tot die primaire vorm van democratie: het aantal verkochte exemplaren. Het moet iets opleveren. Zo heb ik eens een uitgever in Frankfurt over de Nobelprijs horen zeggen, met die vrolijke bitterheid die typerend is voor de Buchmesse: ‘Als een schrijver een oeuvreprijs krijgt verkoop je niets meer van hem.’

Dat mag vaak waar zijn, ik vermoed dat de invloed van de Nobelprijs op de verkoop in Nederland stukken geringer is dan die van de Librisprijs, wat er ook mee te maken zou kunnen hebben dat de Nobelprijs doorgaans niet door een Nederlander wordt gewonnen, maar is de Nobelprijs dus eigenlijk net zo’n anachronisme als Joe Castleman zelf en is het schandaal – waarover ik niet zal uitweiden, er zijn al genoeg schandalen – waardoor die prijs dit jaar niet zal worden uitgereikt een teken van het verval van die prijs?

Laten we ons niet al te zeer haasten de prijs ten grave te dragen, dat zou vermoedelijk hooghartig zijn. De literatuur an sich mag een stapje hebben teruggedaan op het wereldtoneel van ijdelheden, vaardigheden en een wolkje talent, maar wat zou het alternatief zijn? Uitverkiezingen op Twitter? De naakte waarheid van het verkoopcijfer?

Wat wordt beloond?

Literaire prijzen zijn, kun je zeggen, het verlengstuk van de min of meer serieuze kritiek, aangevuld met wat taferelen die eerder bij de modeshow en het plattelandshuwelijk horen. Zonder die min of meer serieuze kritiek gaat iedere kunstvorm in een vacuüm opereren, die kritiek en de daaruit voortvloeiende prijzen zijn ook pogingen het verleden aan het heden te koppelen, traditie van vernieuwing te onderscheiden. Om kort te gaan: kritiek en prijzen zijn al dan niet geslaagde pogingen de vrije markt te corrigeren.

Maar dan is er nog wel de vraag wát wordt bekroond en bekritiseerd. Echt het oeuvre van de schrijver of zijn afkomst, zijn opvattingen, zijn geslacht? Toen ik Elfriede Jelinek opzocht nadat ze de Nobelprijs had gekregen, zei ze, en het klonk niet eens bitter: ‘Ik heb die prijs alleen maar gekregen omdat ik vrouw ben.’

Los van deze vermoedelijk terechte argwaan en relativering, gaat het over de vraag: wat blijft? De meeste prijzen, en de Nobelprijs wellicht in het bijzonder, willen naast eer voor de schrijver een voorspelling en een oormerk zijn: dit zal blijven.

Onterecht vergeten

Zoals bekend hebben ze het weleens mis. Ik betwijfel bijvoorbeeld of Orhan Pamuk (winnaar Nobelprijs 2006) zal blijven. Le Clézio (2008)? En is Harry Martinson (1974) ten onrechte vergeten? Dan zijn er terechte en onomstreden keuzes, om me alleen te beperken tot winnaars van deze eeuw: Coetzee, Pinter, Munro, Kertész, Aleksijevitsj.

Critici van The New York Times bespraken vanwege het niet uitreiken van de Nobelprijs wie de prijs zou moeten krijgen en vooral wat de waarde is van de prijs. Ze waren het er bijna allemaal over eens dat je vanwege de Nobelprijs af en toe op schrijvers wordt geattendeerd die anders aan je aandacht zouden zijn ontsnapt. Zo was Patrick Modiano (2014) in Amerika betrekkelijk onbekend en vermoedelijk was Svetlana Aleksijevitsj (2015) ook aan mijn aandacht ontsnapt zonder die prijs, een van de weinige keren dat een schrijfster van non-fictie de prijs kreeg. Wat een schrijfster, deze Aleksijevitsj, een Isaak Babel voor deze tijd.

Een van de critici noemde als mogelijke kandidaat voor de Nobelprijs van volgend jaar – er worden er dan twee uitgereikt – de Japans-Duitse schrijfster Yoko Tawada, van wie ik ook nog nooit had gehoord, maar de beschrijving van haar werk maakte me zo nieuwsgierig dat ik meteen een boek van haar kocht. Zo kan het effect van de Nobelprijs, je attenderen op schrijvers die anders aan je aandacht zouden zijn ontsnapt, ook al bereikt worden in de aanloop ervan.

En misschien kan de alternatieve Nobelprijs, waarvoor Haruki Murakami, Kim Thúy, Maryse Condé, and Neil Gaiman zijn genomineerd iets soortgelijks bereiken, hoewel Murakami niet echt een geheimtip kan worden genoemd.

'Juiste' opvattingen

De critici van The New York Times bespraken ook het politieke karakter van de Nobelprijs – zoals gezegd, worden de boeken bekroond of de ‘juiste’ opvattingen van de schrijver? – hoewel dat volgens hen de laatste jaren minder lijkt te zijn. De prijs voor bijvoorbeeld Miłosz in 1980 kan ongetwijfeld politiek worden genoemd; een dissident, eentje die comfortabel leefde maar toch een dissident, kreeg de prijs op het moment dat onder leiding van Walesa georganiseerde weerstand werd geboden tegen het communistische regime. Gezien de poëzie en essays van Miłosz was deze politieke prijs overigens gewoon terecht.

Philip Roth schijnt gezegd te hebben dat als hij zijn roman Portnoy’s klacht (1969) ‘Het orgasme onder het roofzuchtige kapitalisme’ had genoemd hij de Nobelprijs wél zou hebben gekregen. Of dat zo is betwijfel ik, maar Roth maakt niet geheel ten onrechte de politieke betrokkenheid en de kritische houding van de schrijver belachelijk, inderdaad, dikwijls zijn die weinig meer dan schijnbetrokkenheid en schijnkritiek waardoor menigeen, ook juryleden, in de luren wordt gelegd.

Niet kunnen loslaten

In zijn essaybundel Wat is een klassieke roman? schrijft Coetzee: ‘Het is eerder zo dat datgene wat de ergste barbarij overleeft, en dat overleeft omdat generaties van mensen het zich niet kunnen permitteren om het los te laten en er zich daarom ten koste van alles aan vastklampen, het klassieke is.’

Een Nobelprijs zegt: wij kunnen het ons niet permitteren om dit los te laten. Misschien zijn de keuzes van het comité soms omstreden tot zeer omstreden (Dario Fo, 1997), maar de gedachte dat er boeken bestaan die wij niet kunnen loslaten, is sympathiek en allicht meer dan dat.

Zonder literatuur, neem alleen de Bijbel, die uiteraard ook literatuur is, kunnen wij onze cultuur amper, in elk geval minder goed begrijpen. En zoals Coetzee schrijft, geeft alleen al het overleven van bepaalde boeken en schrijvers aan dat hun overleven een reden moet hebben. Zo meen ik dat wij bijvoorbeeld zonder die teksten nóg vatbaarder zouden zijn voor verleidingen die rampzalig kunnen uitpakken. En wat is leven, als het meer is dan overleven, anders dan je weren tegen verleidingen, ermee spelen en er soms per ongeluk aan toegeven? Ook literatuur verleidt, als het goed is – om te beginnen tot verder lezen, om het wereldbeeld van de schrijver over te nemen, om anders naar de wereld te kijken – en reflecteert tegelijkertijd op het mechanisme van de verleiding.

‘Schoonheid, schoonheid heeft haar gezicht verbrand’, dichtte Lucebert. Aan die toestand is geen eind gekomen, hoe kan dat ook, eens verbrand is altijd verbrand. Ja, de literatuur is ontmaskerd, ze loenst, heeft een slecht gebit, het kwijl loopt langs haar lippen, haar adem is onprettig, maar soms komt er iets noodzakelijks uit haar mond.

En voor de lezer die andere, nieuwe schrijvers hoopt te ontdekken, voor de milde nationalisten die hopen dat hún schrijver wint, voor de altijd naar erkenning hunkerende schrijver zelf, voor de literatuur, die ondanks alles ook weleens in het zonnetje wil worden gezet, is er dan nog de Nobelprijs.

Wie echter The Wife heeft gelezen of gezien weet dat de hoogste literaire onderscheiding ook een doornenkrans is.

Nobelprijzen met een smetje? Het draait straks toch weer om de juichende winnaars

Voor het eerst in decennia wordt géén Nobelprijs voor de Literatuur uitgereikt. Wat doet dit met de prestige van de prijs der prijzen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.