interview Boeken en Wetenschap

Een nieuw Volkskrantkatern in koud twee maanden: hoe doe je dat?

In twee maanden een nieuw boeken- en wetenschapskatern maken voor de zaterdag, hoe doe je dat? Chef Chris Buur, chef Uit Hanneke de Klerck en artdirector Lucas van Esch vertellen erover. Rust zacht Sir Edmund, welkom Boeken en Wetenschap

Redactie Volkskrant Sir Edmund/Boeken en Wetenschap: v.l.n.r. artdirector Lucas van Esch, chef Uit Hanneke de Klerck en chef Chris Buur. Beeld Rebecca Fertinel

Begin december hoorden de chefs en de artdirector voor het eerst dat Sir Edmund zou verdwijnen. Of ze per 1 januari 2019 met een nieuw katern konden komen, vroeg de uitgever. Dat werd uiteindelijk 1 maart, maar zelfs dat was erg krap.

Chef Uit Hanneke de Klerck (HK): ‘December is ook nog eens een vervelende maand om iets nieuws te beginnen, want dan zit je nog volop in de kerstnummers en feestdagenspecials.’

Chef Chris Buur (CB): ‘Sterker nog, jij was met een kerstspecial bezig die ook te laat gepland was.’

Doordat de eindejaarsspecials eerst af moesten, hadden ze in feite maar zeven weken om zich op het nieuwe katern te storten voordat het naar de drukker moest. Dat eerste nummer moest zo’n beetje af zijn in de laatste week van februari.

CB: ‘Dat het zo snel moest, is natuurlijk allemaal een geldkwestie, want elke maand dat je er eerder mee overgaat, bespaar je de kosten op papier en distributie.’

Artdirector Lucas van Esch (LE): ‘Hanneke heeft mij meteen toen ze hoorde dat Sir Edmund ging verdwijnen gebeld. Sinds oktober 2016 werk ik vanuit Madrid.’

HK: ‘Nu is hij gedurende januari en februari hier geweest.’

LE: ‘Door die korte tijdspanne hebben we veel minder dan bij Sir Edmund kunnen brainstormen en schetsen.’

HK: ‘Bij Sir Edmund hebben we nog proefnummers gemaakt, met aanpassingsrondes. Dat hebben we nu allemaal niet kunnen doen.’

CB: ‘Het is een soort kamikazeoperatie.’

HK: ‘Wij zien zaterdag het eerste nummer gelijk met de lezers. Kleuren zien er op een scherm heel anders uit dan in de krant. Het kan er op papier modderiger uit gaan zien. Dat vind ik spannend. Het is ook dunner papier.’

LE: ‘Tijdens het maken heb ik vooral goed naar de tekstdichtheid gekeken. Dat moet je toch een beetje behapbaar laten ogen.’

HK: ‘Ja, dat mensen niet denken: Wat krijg ik daar een baksteen tussen mijn ogen.’

LE: ‘Ik voel me nu vooral moe. Maar er ligt iets.’

HK: ‘Het ziet er mooi uit, denk ik. En we gaan het vanaf nu nog mooier maken.’

LE: ‘Zo was het ook bij V. Toen zei Chris: eigenlijk is het een beetje growing up in public.’

V.l.n.r.: artdirector Lucas van Esch, chef Uit Hanneke de Klerck en chef Chris Buur. Beeld Rebecca Fertinel

DE VOORGANGER

HK: ‘Ik vond het wel ontzettend jammer van Sir Edmund. Die vond ik heel leuk om te maken. Het was ook zo goed gelukt om die twee redacties bij elkaar te krijgen, wetenschap en boeken. Daarvoor hadden we vier aparte katernen: wetenschap, boeken, reizen en een soort mediakatern. Daar maakten we vijf jaar geleden Sir Edmund van.’

Magazine Sir Edmund was pas vijf jaar oud – eigenlijk nog een jonkie. Maar bij de het opstellen van de begroting besloot de uitgever van de Volkskrant dat het te duur zou zijn om twee zaterdagmagazines te blijven maken. De onderwerpen van het Volkskrant Magazine lenen zich meer voor de betere kwaliteit papier, legt Chris Buur uit, die ook over het magazine gaat.

CB: ‘Wij hadden alle drie wel het gevoel: in de kern is wat we met Sir Edmund doen hartstikke goed. Het denkkatern. Dat we voor Sir Edmund één pakketje maakten van boeken en wetenschap, bleek echt een goede vondst. Het zijn beide zaken die de intellectuele belangstelling van de lezer wekken.’

HK: ‘Een magazine voor het hoofd.’

CB: ‘Daardoor kreeg je op zaterdag de nieuwskrant, daarnaast het magazine als het ‘vrouwengedeelte’ – met extreem veel aanhalingstekens – met als onderwerpen persoonlijke verhalen, ‘how to live’ en de leukere materiële zaken. En daarnaast een blad voor de meer brainy belangstelling, het denkblad, zeg maar.’

LE: ‘In het begin hebben we het een beetje zo onderverdeeld: need to know is het nieuwskatern, nice to know is het Magazine, good to know is Sir Edmund.’

CB: ‘Het leuke aan dat samensmelten van boeken en wetenschap is ook dat je alfa en bèta niet zo strikt verdeelt. Met losse katernen werk je als lezer je prioriteitenlijstje af. Dan zeg je bijvoorbeeld: ik lees eerst het Magazine, dan ‘Boeken’. Misschien vind je ‘Wetenschap’ best interessant, maar als dat onderaan ligt, ga je dat overslaan. Terwijl je bij Sir Edmund makkelijk langs een artikel over sterrenkunde bladerde waar je ook in kon blijven hangen. Tussen dat intellectuele en dat denken zit een heel logisch verband. Die kruisbestuiving wilden we behouden.’

DE INHOUD

HK: ‘Ik begon meteen nieuwe indelingen te bedenken.’

LE: ‘Er zijn heel veel variabelen. Daardoor kun je zoveel combinaties maken.’

HK: ‘Dan begin je met nadenken of het losse katernen moeten worden of toch één katern, welke onderdelen vooraan moeten liggen. Dat zijn de vragen die je eerst moet beantwoorden.

‘Vervolgens moet je nog nadenken over: waar komen de puzzels, waar komen de RTV-tips, ‘Oog voor Detail’ – de rubrieken die we in Sir Edmund hadden die niet per se bij Boeken of Wetenschap horen. Die moet je ergens kwijt, of ze komen te vervallen. Zoals de rubriek ‘De perfecte...’, die komt niet meer in de krant.’

Sir Edmund bestond uit tachtig pagina’s op de helft van het zogeheten Berliner-formaat, een kleiner tijdschrift. Daarvoor kreeg de redactie 32 pagina’s op het grotere tabloidformaat – de grootte van de normale nieuwskrant – terug. In verhouding is een tabloidpagina ongeveer anderhalf keer de grootte van een Sir Edmund-pagina. De conclusie na een rekensommetje: er moest flink wat ruimte ingeleverd worden voor het nieuwe katern.

HK: ‘We hebben in totaal iets minder ruimte voor tekst en op een tabloidpagina kun je soms toe met minder beeld. We hadden in Sir Edmund veel rubrieken die één pagina vulden met een beeld erbij. Die komen nu smal op een pagina, met een kleiner beeld.’

LE: ‘Het tijdschriftgevoel zijn we voor een groot deel kwijt, hoe je je best ook doet om het erin te krijgen. We hadden bij Sir Edmund meer ruimte om beeld af te wisselen met tekst. Nu ben je wat beperkter in de mogelijkheden.’

DE VORMGEVING

LE: ‘De grote opgave was om iets te maken dat én bij de zaterdagkrant paste, én familie is van het cultuur- en mediakatern V, én ook een soort Sir Edmund-nakomeling. Anders werd het een soort kind van Frankenstein met drie ouders. Ik heb eerder ontwerpen gemaakt voor V, Sir Edmund en V Zomer, dat was allemaal nieuw. Een blanco pagina. Nu moest iets dat al bestaat plotseling in elkaar worden gedrukt. En toch moet het iets nieuws zijn, het moet een eigen smoel hebben.’

H: ‘Tegelijkertijd moest het nieuwe katern bijvoorbeeld het balkon [de vaste ruimte bovenaan de pagina, red.] van de rest van de krant aanhouden.’

LE: ‘We onderscheiden ons voornamelijk van andere katernen met het beeldgebruik, dat is wat conceptueler. Door de aard van de verhalen in Wetenschap en Boeken kun je er lang niet altijd makkelijk beeld bij zoeken, je moet het verzinnen en laten maken.’

CB: ‘Je hebt bijvoorbeeld elke week wel een nieuw verhaal waar pillen in voorkomen. Maar je kunt niet elke keer ‘een pil’ laten zien. Het gaat over een pil die te duur is, of niet werkt, of juist veelbelovend is – daar wil je in beeld een verhaal bij vertellen. Je moet uitnodigen om te gaan lezen, maar je wilt ook in een oogopslag laten zien waar het echt over gaat.’

HK: ‘Vroeger stonden er altijd wetenschappers op de foto. Dan heb je altijd een saaie oude man in een witte jas. Die foto’s zetten we er nu alleen in het klein bij.’

LE: ‘Bij boeken waren het altijd dode schrijvers of foto’s uit de Eerste Wereldoorlog.’

HK: ‘Ja, je hebt elke week wel een boek over de oorlog.’

CB: ‘Ik vind het nieuwe katern typografisch wel weer krachtiger geworden. Naast de nodige vrolijkheid straalt het iets chics uit en, bij gebrek aan een betere term, iets intellectueels door een nieuwe nadrukkelijke, beetje klassieke letter. Het heeft stevige typografische headers en heel goed zwart-witgebruik, waardoor het lekker helder en fijn is. Dat vind ik een verbetering. Het katern heeft daardoor meer karakter.’

LE: ‘Nou, dank je.’

HK: ‘Bij zo’n nieuw katern moet je weer helemaal opnieuw gaan nadenken, dat is in principe helemaal niet slecht.’

CB: ‘En je bouwt wel voort op de kennis die je al hebt en op het idee dat in je hoofd zit van wat je met zo’n katern wilt uitstralen. Dat zit na vijf jaar meer in je vingers. Elke nieuwe versie is weer een kind van de vorige, zo kan je dat wel zeggen ja. Alleen is de vader wel vrij jong en wreed aan zijn einde gekomen.’

DE NAAM

HK: ‘Het heet nu gewoon Boeken en Wetenschap. We hadden eerst die heel ongebruikelijke naam, Sir Edmund, en nu deze.’

CB: ‘Daar ging iedereen toen meteen wat van vinden. Het leek ons toen leuk om iets lichtvoetigs en grappigs te doen, iets wat persoonlijkheid heeft. Nu doen we het extra straight, ja.

‘Maar ik vind een naam eigenlijk niet zoveel uitmaken. Dat hadden we bij ons media- en cultuurkatern V geleerd. Niemand dacht van tevoren bij V: oh wat geweldig die naam, supergaaf. Maar zo’n ‘merk’ laadt zich als het ware met wat de inhoud is. Na een tijdje gaan mensen die naam gebruiken alsof het altijd al bestaan heeft.

‘Dit voorbeeld geef ik tot in den treure: ik was erbij toen de naam De Wereld Draait Door werd bedacht. Op dat moment zei iedereen in die vergaderruimte: Belachelijk, veel te lang en aanstellerig. Dat klinkt als de naam van een soap. Toen werd het een succesvol programma en binnen de kortste keren werd DWDD ineens, als naam alleen al, het model voor hoe het moet. Je moet nooit teveel hechten aan een naam.

‘Maar ik vond het nu weer een leuk signaal om te zeggen: dit is gewoon Boeken en Wetenschap. Dan zet je er een vlag op: dit vinden wij belangrijke onderwerpen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.