Een nieuw kersteningsoffensief

MET HET heden verandert het verleden mee. Zo zou de hoofdstelling van De ontkerstening der Middeleeuwen kunnen worden samengevat, een vuistdikke studie van A.H....

Elke periode legt relaties met het verleden op grond van contemporaine tijdservaringen. Daardoor groeide de belangstelling naar het 'heidense' in die vanaf de negentiende eeuw eerst zo overchristelijk gepresenteerde Middeleeuwen. Bovendien nodigde dat christelijke reveil van destijds met zijn spiritueel opgepompte Middeleeuwen steeds meer uit tot reactie en verzet.

Maar heeft deze begrijpelijke en ook toe te juichen zwenking in onderzoek en waardering nu geleid tot een evenwichtiger beeld? Of is er eerder sprake van een doorslaan naar de andere kant? Sommigen lijken te willen concluderen dat een eigenlijk christelijk bewustzijn beperkt is gebleven tot een smalle elite van wat monniken en geleerden. De massa van in wezen ongeletterden kon zich weliswaar overgeven aan enig uiterlijk vertoon, maar bleef in feite voortleven in een diepgeworteld natuurgeloof vol voorchristelijke vruchtbaarheidsriten, desnoods voorzien van een christelijk vernisje.

Bredero is van mening dat de balans nu naar de andere, 'heidense' kant is doorgeslagen. Maar jammer genoeg komt dit antwoord nogal moeizaam tot stand. Hoe interessant de vraag ook is, Bredero gaat zo overstelpend te werk bij de bespreking van mogelijke antwoorden daarop dat zijn boek verdrinkt in encyclopedisme, waarbij de door hem aangemerkte wetenswaardigheden zich allerminst duidelijk verhouden tot het aangekondigde hoofdbetoog. De studie gaat over in een omstandig leerboek, met zo nu en dan uitvallen tegen de verafschuwde 'mentaliteitshistorici' en een aanzwellende ondertoon met boodschappen aan het huidige christendom.

Voor het gebrek aan samenhang en richting in het boek geeft de inleiding een verklaring. Het syllabusachtige karakter ligt in de oorsprong van collegestof voor een breder publiek, terwijl tevens een hoofdstuk is ingelast dat oorspronkelijk in een ander handboek thuishoort. Dat in een appendix ook nog de tekst van een lezing over Abelard en Heloïse is toegevoegd, vergroot slechts de ervaring van enige willekeur in het ongestructureerd aanbieden van alles en nog wat over de christelijke Middeleeuwen.

Maar hoe 'heidens' waren de Middeleeuwen dan? Een bekend discussiepunt is de vraag in hoeverre de christelijke heiligen eenvoudig de voortzetting waren van een 'heidens' meergodendom, zoals dat leefde in de klassieke Oudheid en onder Germanen en Kelten. Is het zonder meer een deugd dat Bredero hierop heel genuanceerd reflecteert, uiteindelijk blijft het toch erg onduidelijk welke positie hij nu wenst in te nemen. Soms, zegt Bredero, is er sprake van een wegdrukken van voorchristelijke religiositeit, zoals bij het ombuigen van midwinterfeesten naar de kerstviering. Maar dat zou niet planmatig gebeurd zijn, aangezien die eerdere religie reeds haar functies verloren had.

Op grond waarvan dit zo stellig beweerd kan worden, blijft onduidelijk, terwijl er een overdaad is aan aanwijzingen voor een systematische kerstening van bestaande 'heidense' gebruiken.

Hoewel Bredero dus lijkt in te zetten op een partiële ontkenning van een planmatige kerstening over de rug van 'heidendom', gaat het aan het eind toch die kant uit: 'Duidelijk is in elk geval dat de kerstening van de middeleeuwse wereld nooit een kans van slagen zou hebben gehad als de verkondiging niet had kunnen aanknopen bij wat men natuurreligie pleegt te noemen.'

Bredero is sterk in het opwerpen van belangwekkende en kritische vragen. Maar die smelten vervolgens weg in weinig heldere opsommingen van feiten.

De heroriëntering in de geschiedschrijving, bekend geworden bij het grote publiek door Franse mediëvisten als Georges Duby, Jacques Le Goff en Le Roy Ladurie, is voor Bredero niet meer dan een pretentieuze herleving van het romantische inlevingsvermogen uit de negentiende eeuw. Niet ten onrechte merkt Bredero daarbij op dat deze 'nouvelle histoire' ten koste is gegaan van de feiten(kennis), maar vervolgens wenst hij geen enkel oog te hebben voor de winst van de nieuwe benadering. Want is het niet zo dat alleen al hierdoor een aanzienlijk ruimer publiek kennis wil nemen van ideeën en gedachten, belichaamd in mensen van wie zij de directe erfgenamen zijn?

Voor Bredero betekenen zulke modieuze openingen op het verleden niets anders dan het nastreven van iets onmogelijks, dat bovendien tot veel slordigheden leidt.

In dit verband noemt hij met name 'een internationaal verkoopsucces' als Le Roy Ladurie's Montaillou, waarin gepoogd wordt het wezen van middeleeuwse ketterij te duiden aan de hand van het bewaarde ondervragingsregister van een dorpje in de Pyreneeën. Het is vooral de schuld van de sociale wetenschappen dat de geschiedenis op het verkeerde spoor gebracht is.

Maar het formuleren van vragen op grond van moderne belangstelling naar de herkomst van het huidige gedachtegoed leidt toch tot een scherper historisch bewustzijn dan de presentatie van een tamelijk willekeurige en weinig geproblematiseerde feitenverhandeling? Bovendien is het vaststellen van 'feiten' minstens zo problematisch als het verkennen van mentaliteiten. Waarom moet wie wat van de Middeleeuwen weten?

Curieus is Bredero's (herhaalde) boodschap aan de katholieke kerk van nu, waardoor de keuze van zijn feiten onvermijdelijk in een dergelijk perspectief komt te staan. Eerst schampert hij op de eindeloze aanvallen op de paapse afgoderij uit de late Middeleeuwen, zoals die in reformatorische kringen nog tot ver in de twintigste eeuw volgehouden werden 'en waarvan men af en toe in de media, het dagblad Trouw niet uitgezonderd, nog wel eens een echo opvangt'. Maar elders geeft hij breeduit af op het katholieke reveil, dat een zelfgeschapen Middeleeuwen vol diepe religiositeit en vroomheid probeerde te imiteren en adverteren in de moderne tijd. Zo moet het zeker ook niet.

Het huidige christendom heeft alleen toekomst als het zich voortdurend blijft voegen naar de veranderende maatschappelijke verhoudingen en ook de nieuwverworven wetenschappelijke inzichten. Eigenlijk propageert Bredero daarmee opnieuw het planmatige kersteningsoffensief van de Middeleeuwen. Ongewild of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden