Een musicus speel je zo

In Blackmail is Elijah Wood een klavierleeuw die tijdens een virtuoos pianoconcert in een complot belandt. Hoe doe je dat eigenlijk, als acteur overtuigend een muzikant spelen? Vier lessen.

Beeld Selznick International Pictures

1. LEER DE MANIERTJES VAN DE MUSICUS

Toen Ingrid Bergman in Intermezzo (Gregory Ratoff, 1939) haar Hollywood-debuut maakte als beeldschone pianiste met liefdesverdriet, oogstte ze veel lof door alle stukken - waaronder Griegs pianoconcert - zelf te vertolken. Speelt een acteur een musicus, dan begint de geloofwaardigheid van zo'n rol wel vaker bij de sensatie dat je diens eigen handen over het klavier ziet dartelen.

Maar dat is niet het hele eiereten. Ook de gezichtsmimiek, de lichaamshouding en eigenlijk alles wat de musicus vóór, na en tussen de noten doet, moet kloppen. Robert De Niro die in New York, New York (Martin Scorsese, 1977) het rietje van zijn saxofoon bevochtigt, vooraleer hij met spelen begint: het is een authentiek detail dat de rest van de muziekvertolking op het juiste spoor zet. Als een onvervalste piano-excentriekeling begint Elijah Wood zijn recital in Blackmail door de toetsen af te vegen met een doekje, en ook André van Duin is in de openingsscène van Ik ben Joep Meloen (Guus Verstraete, 1981) opvallend 'echt': zonder overdrijving daalt hij als gevierd pianist de trap af naar het podium, maakt een beleefd-zuinige en daarmee realistische buiging en laat zijn hand vertrouwd over de vleugel glijden, terwijl hij naar de pianokruk loopt.

David Bahanovich, die regelmatig als muziekconsulent wordt ingehuurd om acteurs bij hun musicusrol te helpen, raakte gaandeweg zijn loopbaan onder de indruk van de manier waarop acteurs zich zulke levensechte subtiliteiten eigen maken. 'Ze kunnen alles nadoen, van de manier waarop een musicus zijn viool uit de kist haalt tot diens getokkel met de linkerhand, om te zien of het instrument is gestemd', aldus Bahanovich in een artikel op strijkmuzieksite thestrad.com.

Elijah Wood in Blackmail Beeld -

2. STORT JE MET OVERGAVE OP HET MUZIEKSPEL EN LAAT IEDEREEN DAT WETEN

Zoals acteurs zich graag uithongeren of zich in gevangenissen laten opsluiten om in de huid van hun personage te kruipen, zo lopen ze vaak een uitputtende muzieklesmarathon als onderdeel van hun muzikantenvertolking. Zulke voorbereiding lijkt een voorwaarde om overtuigend als musicus in beeld te kunnen worden gebracht, maar is in publicitair opzicht ook mooi meegenomen: door in interviews steeds weer te benadrukken hoe hard ze op hun muziekspel hebben geoefend, geven acteurs zichzelf immers het aura van de absolute toewijding.

De lijst met topprestaties is eindeloos. Elijah Wood die voor Blackmail vijf weken blokte op de hondsmoeilijke stukken die zijn personage voor de kiezen krijgt. Emmanuelle Béart die voor Claude Sautets Un coeur en hiver (1992) vioollessen nam om mee te kunnen doen in Ravels pianotrio. Dennis Quaid, die voor de Jerry Lee Lewis-biopic Great Balls of Fire (Jim McBride, 1989) een jaar lang elke dag twaalf uur achter de piano kroop, met onder anderen Lewis zelf als docent. Pianoleek Adrien Brody, die voor Roman Polanski's The Pianist (2002) niet alleen kilo's afviel, een Pools accent aannam en een lelijk baardje liet staan, maar ook nog eens in vijf weken tijd Chopins Ballade nr. 1 instudeerde. Allemaal erg knap, petje af.

Niettemin zijn er kanttekeningen bij dit advies. Alle noeste arbeid ten spijt, zit/sta je als acteur uiteindelijk meestal gewoon te playbacken: zo klinkt op de geluidsband van alle bovengenoemde films steeds het gepolijste spel van professionele musici. Het ziet er natuurlijk nog altijd cool uit, maar ook dan blijft het de vraag of alle heisa nodig is. Wijze woorden die regisseur Irving Rapper tegen Bette Davis sprak, toen zij voor Deception (1946) vingers en hersens kraakte op Beethovens Appassionata-sonate. 'Waarom al die moeite doen? Alsof ook maar iemand gelooft dat je dat stuk daadwerkelijk hebt uitgevoerd!'

Emmanuelle Béart in Un coeur en hiver (1992) Beeld -

3. LAAT JE HELPEN DOOR ANDEREN

De illusie dat beroemde acteurs zelf de muziek in hun films uitvoerden, werd door het klassieke Hollywood niettemin volop gekoesterd. Zo staat violist Isaac Stern in de credits van Humoresque (Jean Negulesco, 1946) simpelweg vermeld als 'muzikaal adviseur' voor hoofdrolspeler John Garfield.

Sterns rol ging in werkelijkheid veel verder. Hij speelde niet alleen alle vioolsolo's op de geluidsband, maar deed ook Garfields vingerwerk. De linkerhand die in Pablo de Sarasates Zigeunerweisen over de boog raast, is die van Stern; de strijkstok wordt bediend door weer een andere, onbekende violist. De camera filmt alles vanuit zo'n hoek dat de twee handen gewoon bij Garfield lijken te horen. Intussen staat Garfield zelf met zijn armen op de rug, zich volledig te concentreren op muzikale gezichtsuitdrukkingen.

Zelfs de beroemde Dueling Banjos-scène uit John Boormans Deliverance (1972), waarin een van de personages muzikaal wordt gevloerd door de duivelse banjocascades van een zwakzinnige hillbilly-jongen, kwam op vergelijkbare manier tot stand. Schaduwmusici die hun armen bijna letterlijk door de mouwen van de acteur steken: het is een absurde, maar blijkbaar betrouwbare wijze van werken, die bovendien één ding glashelder maakt. Een acteur moet geen musicus willen zijn, maar vooral doen alsof hij dat is. En daarbij kan hij niet zonder de hulp van anderen.

Muziekcoaches letten erop dat de acteur zijn rug, polsen en hoofd 'juist' houdt, voor close-ups van tokkelende of toetsende handen zijn meestal stand-ins nodig.

Brad Pitt oogt als een bekwame orgelspeler in Terrence Malicks The Tree of Life (2011), maar eigenlijk zijn hier vier vertolkers door elkaar gehusseld: in beeld komen Pitts orgelcoach Thomas Pavlechko, 'hand double' Chris Oelkers en natuurlijk Pitt zelf, terwijl Bachs Toccata en Fuga BWV 565 op de geluidsband klinkt in de uitvoering door Helmut Walcha. Mooi dat Pitt drie maanden oefende op het stuk, maar het ligt vooral aan Malicks regie en de naadloze montage dat de steracteur ook een echte orgelspeler lijkt.

beeld uit Humoresque (1946) Beeld -

4. ONTHOUD: TECHNIEK IS OOK NIET ALLES

Muziek staat in een film nooit op zichzelf. Ze is als een spiegel van het musicerende personage en vertelt altijd iets over de situatie waarin hij of zij zich bevindt, diens gemoedstoestand, enzovoort. Daarom is het zonde als een acteur blijft hangen aan het oppervlak van de techniek.

Isabelle Huppert leerde voor Michael Hanekes La pianiste (2001) alle vingerzettingen van de gebruikte Bach- en Schubert-composities uit haar hoofd, zodat we haar als pianiste Erika Kohut ook echt kunnen zien spelen. In interviews beklemtoonde ze dat die technische klus niettemin een hoger doel diende. 'Wat het betekent om je door perfecte schoonheid te laten inspireren, door perfectie - dáár gaat de film over', zei Huppert tegen The Guardian. 'Door deze muzikale ervaring te ondergaan, kon ik de kern van de film beter begrijpen.'

Op dezelfde manier zocht Forest Whitaker voor Clint Eastwoods Bird (1988) toegang tot zijn hoofdpersonage, jazz-saxofonist Charlie Parker, en haalde Charles Bronson (dankzij de wijze lessen én instrumenten van meester-harmonicaspeler Franco De Gemini) veel karakter uit zijn mondharmonica in Sergio Leones Once Upon a Time in the West (1968).

Ook als Jane Spofford (Susan Sarandon) in The Witches of Eastwick (George Miller, 1987) Dvoráks celloconcert vertolkt voor de duivelse Darryl van Horne (Jack Nicholson), is de werking van die muziek veel belangrijker dan de kwaliteit van Sarandons playback-optreden. Het draait vooral om de geile spanning die Dvoráks muziek tussen Jane en Darryl oproept: de onstuimige klanken maken haar steeds wilder, tot Jane op de climax een orgasme lijkt te krijgen en het instrument door haar woeste gestrijk in brand vliegt.

Sarandons spel ziet er dan cello-technisch verschrikkelijk uit. Haar houding is te stijf, haar vingers houden de tierelantijnen van de muziek amper bij en bakken niks van het vibrato. Maar wat zou het? De geplaybackte muziek klinkt zoals ze moet klinken en eigenlijk telt hier nog maar één ding: dat de cello een breed, bronstig instrument is dat je wijdbeens omsluit. Om zoiets elementairs over te brengen, heeft geen enkele acteur muziekles nodig.

Forest Whitaker in Bird (1988) Beeld -

Of je kiest een muzikant

Wie een film over een musicus wil maken, kan wat de muziektechnische geloofwaardigheid betreft natuurlijk ook op safe spelen en in plaats van een acteur een professionele muzikant inhuren. Die tactiek werd bijvoorbeeld toegepast in Chronik der Anna Magdalena Bach (1968) van het avant-gardistische regisseursduo Straub-Huillet: hier wordt componist-musicus Johann Sebastian Bach van pruik tot klavier vertolkt door de legendarische barok-klavecinist Gustav Leonhardt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden