Boekbespreking The Travel Diaries of Albert Einstein

Een mopperige, xenofobe, maar ook blije, lichtvoetige Einstein op reis

Tussen oktober 1922 en maart 1923 waren Albert Einstein en zijn tweede vrouw Elsa een halfjaar van huis. Einstein is dan al de wereldberoemde grondlegger van de relativiteitstheorie en het regent hoe dan ook uitnodigingen. Maar zelf wil hij vooral een tijdlang weg uit Berlijn en Duitsland, waar de politieke spanningen snel oplopen, zeker na de brute straatmoord op politicus en geestverwant Walther Rathenau. In extreem-rechtse kringen circuleren dodenlijsten van andere vooraanstaande joden en pacifisten, onder hen ook Einstein. Hij wil het risico niet lopen, ook op aandringen van vrienden, en neemt invitaties aan uit Japan, Palestina en Spanje.

Albert Einstein. Beeld Getty

Op 8 oktober vertrekt hij met de Japanse SS Kitano Maru vanuit Marseille. ‘Properheid van mensen en spullen, het schip lijkt schoongelikt’, schrijft Einstein een dag later in het reisdagboek dat hij tot 12 maart het jaar erop dagelijks zal bijhouden. Trip naar Zaragoza, Spanje, is de laatste notitie.

In de tussenliggende zes maanden heeft hij talloze lezingen gegeven, ontvangsten ondergaan, koningen en keizers ontmoet, met geleerden gedebatteerd, cadeaus aangenomen, handen geschud, interviews en fotosessies ondergaan, handtekeningen gezet, zijn naam op muren en vaandels geschreven, viool (‘waardeloos, oefen te weinig’) gespeeld, en soms stil en anoniem over heuvels gewandeld en zelfs een rol zijde voor Elsa op een markt gekocht. ‘Vergeefs gezocht naar pijptabak’, noteert hij in Kobe, Japan. Heel af en toen vindt hij de tijd voor wat theoretisch werk, vooral gedurende de lange, lome bootreizen.

De Israëlische wetenschapshistoricus en Einsteinkenner Ze-év Rosenkrantz raakte geïntrigeerd door de reisdagboeken van Einstein. Die waren nooit bedoeld voor publicatie, maar hebben een ongefilterde en staccato stijl van schrijven, die de lezer voor zijn gevoel juist extra dicht bij de befaamde geleerde brengt. Die blijkt geen heilige. Einstein moppert op de chaotische havens in het midden- en verre oosten waar vuige types handel proberen te drijven, bedelaars hem lastigvallen, uitgemergelde arbeiders en koelies worden afgebeuld. Op de luie koloniale westerlingen, op bazige Chinezen, vuige Arabieren, op arrogante Joden.

Het reisdagboek leidde bij publicatie tot enige, al dan niet gespeelde ophef. Einstein, was de strekking van vooral Angelsaksische berichtgeving, was geen heilige en mensenvriend, maar een racist, die Arabieren en Indiërs niet voor vol aanzag, Chinezen wantrouwde, Spanjaarden arrogant vond en Japanners idealiseerde vanwege hun eenvoud en toewijding, in cultuur en wetenschap.

De ellenlange inleiding van Ze-év Rozenkrantz benadrukt dat xenofobe aspect inderdaad sterk. Zo sterk dat het lezen van de dagboekaantekeningen daarna, met steeds links in facsimile het Duitse handschrift en rechts de Engelse vertaling, eigenlijk alleen maar meevalt. Het is lichtvoetig, vermakelijk, Einstein is verbaasd, blij, vereerd, moe soms. Hij noteert inderdaad ook wat hem irriteert aan de vreemde werelden waarin hij terecht komt. Maar dat weegt niet op tegen zijn meeslepende pleidooien voor vrede en verdraagzaamheid die een leven lang wél voor de wereld bedoeld waren.

The Travel Diaries of Albert Einstein: Far East, Palestine & Spain 1922-1923

Onder Redactie van Ze-év Rosenkrantz. 

Wiley, € 24,60.

Drie sterren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden