analyse

Een modedocumentaire maak je zo

De documentaire Dior and I, over de eerste acht weken van ontwerper Raf Simons bij Dior, wordt geprezen om haar eerlijkheid. Vier voorwaarden om een oprechte film te maken over een modehuis.

Modellen in Dior and I, de film van Frédéric Tcheng. Beeld filmdepot
Modellen in Dior and I, de film van Frédéric Tcheng.Beeld filmdepot

Een integere regisseur

De belangrijkste voorwaarde voor een eerlijke modedocumentaire is een regisseur die zich niet van de wijs laat brengen door de communicatieafdeling van een groot modehuis, die ook van een documentaire het liefst een reclamefilm zou maken. Zo is The Director - het portret van Frida Giannini, voormalig creatief directeur van Gucci, dat eind 2013 verscheen - zo weinig meeslepend dat het net een ellenlange commercial lijkt. Regisseur James Franco stond eerder zelf model in een advertentiecampagne van Gucci.

Frédéric Tcheng, regisseur van Dior and I, had meer afstand tot zijn onderwerp. Toen hij door de grote baas van Dior werd benaderd met de vraag of hij een film over het modehuis wilde maken, heeft hij eerst met advocaten besproken hoe hij zich kon beschermen. 'Het maken van een promotiefilm interesseerde me niet', zegt hij in The New York Times.

Eerder werkte Tcheng mee aan een veelbesproken film van Matt Tyrnauer over de Italiaanse ontwerper Valentino Garavani: Valentino: The Last Emperor (2008). Toen Valentino en zijn partner Giancarlo Giammetti de documentaire voor het eerst zagen, vonden ze er niets aan. Hun decadente levensstijl was onbeschaamd in beeld gebracht - neem het fragment waarin ze met hun verwende mopshondjes per privéjet van hun kasteel naar hun jacht reizen. Te veel nadruk op hun jetsetleven en te weinig op de kleren, was het commentaar. Ze hadden het liefst van alles veranderd, maar Tyrnauer hield zijn poot stijf. Pas toen de film een staande ovatie ontving tijdens het filmfestival in Venetië, stelden de ontwerper en zijn partner hun mening bij.

Dior and I bevat vertrouwde ingrediënten ***

De docu wil de indruk wekken dat ontwerper Raf Simons veel gemeen heeft met Christian Dior. Dat overtuigt maar half, aldus de recensie van de film. Opboksen tegen deadlines is een constante factor in films over de modewereld en Dior and I bevat meer vertrouwde ingrediënten.

2. Een ontwerper die meewerkt

Zonder een ontwerper die bereid is mee te werken, kun je het als regisseur wel vergeten. Nu stond Raf Simons van Dior niet meteen te springen om onderwerp te zijn van een film. De publiciteitsschuwe ontwerper geeft zelden interviews en laat zich ook liever niet fotograferen. Maar hij had geen keus. Het idee voor deze film kwam van Bernard Arnault, topman van modegroep LVMH en de grote baas van Dior. Volgens Arnault hoort dit soort publiciteit nu eenmaal bij de functie van creatief directeur van zo'n prestigieus modehuis. Dat Arnault op het idee kwam een film te maken, is niet zo gek. Na de ellende rondom de in ongenade gevallen voorganger van Simons, John Galliano, was het hoog tijd voor het modehuis weer eens een positieve boodschap de wereld in te sturen.

Natuurlijk heeft Arnault liever dat het grote publiek bij het horen van de merknaam Dior denkt aan een meeslepende film over een decadente modeshow en de kunst van het kleren maken dan aan Galliano, die vanwege zijn antisemitische uitspraken op een terras in Parijs in maart 2011 werd ontslagen bij Dior. Over Galliano wordt in de film met geen woord gerept. In hoeverre Tcheng zich verder heeft laten censureren, is niet bekend. Dat Dior and I blijft boeien, komt doordat Simons zich steeds minder lijkt aan te trekken van de aanwezige camera. Uiteindelijk mocht Tcheng overal filmen. Ook in de lift, in de ateliers en tijdens een lange autorit van Parijs naar Antwerpen die ze samen maakten. Simons had wel iets beters te doen dan zich druk te maken over de aanwezigheid van een regisseur: hij had maar acht weken om zijn eerste couturecollectie te maken.

Rechtbanktekening van Simons' voorganger John Galliano, tijdens de zitting voor zijn antisemitische uitspraken. Beeld anp
Rechtbanktekening van Simons' voorganger John Galliano, tijdens de zitting voor zijn antisemitische uitspraken.Beeld anp

3. Een modehuis dat meewerkt

Mode is in de mode, en dat geldt ook voor de modedocumentaire. Sinds het verschijnen van The September Issue (2009), een film over de totstandkoming van het dikste nummer uit de Amerikaanse geschiedenis van Vogue, is het aantal films over het onderwerp toegenomen.

De filmwereld heeft de mode ontdekt als onderwerp voor serieuze films en documentaires en tegelijkertijd heeft de mode de film ontdekt als positief publiciteitsmateriaal.

Deze trend gaat gelijk op met het toenemend aantal modemerken dat zelf een tentoonstelling organiseert. Denk aan die over Lanvin, tot eind augustus in Parijs, of aan de expositie over Dries Van Noten die nog een dag of tien in Antwerpen is te zien en de tentoonstelling over Dior, tot eind augustus in Seoul; voor al die exposities geldt dat het merk in kwestie nauw betrokken was bij de opzet ervan.

Voor een merk is een tentoonstelling een uitgelezen kans de eigen geschiedenis bij een groot publiek onder de aandacht te brengen op een manier die eerder als kunstzinnig dan als commercieel wordt opgevat. Daarom zijn films en documentaires ook zo populair. Geen mens die zich anders zomaar anderhalf uur lang gaat verdiepen in een modemerk.

Voor Dior and I geldt dat Dior nauw betrokken is geweest bij de totstandkoming van de film; als coproducent heeft het merk er zelfs flink aan meebetaald. De communicatieafdeling van Dior heeft er bij Tcheng op aangedrongen Marion Cotillard te interviewen, de Franse filmster die geregeld in Diorkleding op de rode loper verschijnt. Zij zou volgens de communicatieafdeling goed kunnen uitleggen wat de kleding van Dior zo bijzonder maakt. Toch lieten ze hem vrij in zijn keuzen.

Tcheng bedankte op zijn beurt vriendelijk voor een ontmoeting met de filmster en richtte zijn camera op de dames in het atelier. Hij koos ervoor de spanning tussen nieuwkomer Simons en de twee dames die al jaren de leiding hebben over de ateliers - Monique Bailly en Florence Chehet - in beeld te brengen. Dat heeft goed uitgepakt.

Fragment uit Dior and I. Beeld Filmdepot
Fragment uit Dior and I.Beeld Filmdepot

4. Veel tijd

Tcheng kreeg twee maanden om ontwerper Raf Simons te observeren. Hij heeft acht weken lang bijna elke dag gedraaid; vaak was hij tot middernacht op het kantoor van Dior. Meestal had hij alleen maar een cameraman óf een geluidsman bij zich, om zo min mogelijk zichtbaar te zijn. Het filmwerk van Tcheng leverde 270 uur materiaal op, en een film van anderhalf uur.

Om een goed beeld te schetsen, is zo veel tijd om te filmen beslist nodig. Met alleen maar een paar shots op afgesproken momenten, kom je er niet. Althans, niet als je streeft naar een eerlijke documentaire. Het kost veel tijd om als regisseur vertrouwd te worden met een ontwerper. De meesten - denk aan Karl Lagerfeld, Marc Jacobs en Riccardo Tisci - zijn nog het best te vergelijken met politici en topsporters. Ze zijn zo getraind in de omgang met de media dat ze nog maar zelden iets van zichzelf laten zien. Ze zijn een merk geworden.

Simons is een categorie apart: hij blijft het liefst anoniem. Dior and I is op zijn best op de momenten dat de ontwerper niet door lijkt te hebben dat hij wordt gefilmd. Dat gebeurt bijvoorbeeld als hij uitvalt tegen Catherine Rivière, de baas van de coutureafdeling van Dior, omdat ze een van de dames die de leiding heeft over het atelier naar een klant in New York heeft gestuurd. Had ze dat niet even met hem kunnen overleggen?

'Nee', antwoordt Rivière gedecideerd. 'We zeggen geen nee tegen klanten die voor ruim 350 duizend euro per seizoen kleding bestellen', is haar repliek. Simons en zijn show moeten maar even wachten.

Ook tegen het einde van de film, als 120 mensen de honderdduizenden bloemen verwerken die de wanden van zijn debuutshow moeten sieren, is er een spannend moment. Simons vlucht zichtbaar bloednerveus het dakterras op. Hij lijkt niet meer door te hebben dat de camera draait.

Tranen en applaus

De meeste modedocumentaires hebben dezelfde opbouw: ze werken naar de show toe. Niet zo gek, want de kleren en de modellen op de catwalk zijn veruit de meest tot de verbeelding sprekende elementen van de modewereld. Het in beeld brengen van de aanloop naar een show levert gegarandeerd genoeg drama en een paar flitsende beelden op. Ook Tcheng brengt in Dior and I de aanloopperiode naar een nieuwe collectie in beeld. En hoewel het wemelt van de clichés - een print die dreigt te mislukken, het atelier waarin tot 's avonds laat wordt doorgewerkt en het moment suprême met tranen en applaus - werkt zijn opbouw wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden