Een mislukte reality show

Door het bekendste oorlogsschilderij te vervangen door een blauwe vlag met het VN-logo schikten de medewerkers zich bewust of onbewust in het streven van de VS om de naderende oorlog als een zuiver technologische aangelegenheid te presenteren en daarmee de wereldopinie voor zich te winnen. De voorbereidingen voor die publicitaire slag waren op dat moment al in volle gang. Het jaar daarvoor had de Amerikaanse regering een paar honderd miljoen dollar geïnvesteerd in groots opgezette communicatieplannen en -activiteiten, en zij zou dat blijven doen na het begin van de oorlog, op 20 maart 2003.

Met steun van reclame- en communicatiedeskundigen, journalisten, filmregisseurs en onderzoekers werden scenario’s ontwikkeld om de publieke opinie wereldwijd effectief te beïnvloeden. Daarin was niet alleen voorzien in de display van technologische hoogstandjes en visueel spektakel – die beelden verveelden de kijkers al snel, zo was bekend uit onderzoek – maar ook in ‘realistische oorlogsbeelden’ met ‘echte mensen’, gemodelleerd naar films als Saving Private Ryan (1998) van Steven Spielberg. Voor dat materiaal moesten niet alleen goed getrainde, met geavanceerde foto- en videoapparatuur uitgeruste legereenheden zorgen, maar ook de embedded reporters.

De formule met de embedded reporters pakte in meerdere opzichten gunstig uit. Door enkele honderden geselecteerde journalisten tot het front toe te laten, kon het Pentagon tegemoet komen aan de druk van grote Amerikaanse media, die zich bij de eerste Golfoorlog hadden beklaagd over het gebrek aan nieuws, en tegelijk de richting en aard van de verslaggeving controleren. De verslaggevers leverden inderdaad de spannende oorlogsbeelden en bleken zich in sterke mate te identificeren met de legereenheid waarop ze voor hun bescherming waren aangewezen. Het was dan ook niet moeilijk hen te houden aan de afgesproken code om bijvoorbeeld geen ‘gevoelige’ beelden en strategische berichten door te geven.

De Amerikaanse pogingen om de publieke opinie in de wereld te beheersen, door een weloverwogen strategie en de mobilisatie van een ongekende hoeveelheid middelen en mankracht, vormen het onderwerp van Der Bilderkrieg van de Duitse historicus en politieke wetenschapper Gerhard Paul. Der Bilderkrieg is niet het eerste boek over dit onderwerp – integendeel. Er is – op zichzelf al veelzeggend – een zee van publicaties verschenen over de positie, het functioneren en het falen van de media in verband met de oorlog in Irak, zowel in de VS als in andere landen.

De kracht van Pauls werk ligt in de bondige en systematische aanpak, waarbij hij twee lijnen uitwerkt. Eerst laat hij zien hoe Operation Iraqi Freedom werd geënsceneerd als mediagebeurtenis, om vervolgens te demonstreren hoe de geallieerden langzaam maar zeker de regie kwijtraakten. De betoverende beelden van de gloed boven Bagdad, van de klinische Blitzkrieg, de snelle opmars van de tanks, het neerhalen van Saddams standbeeld en andere symbolen van zijn heerschappij werden steeds vaker en effectiever ondermijnd, door Al Jazeera en andere, meer of minder onafhankelijke bronnen. Zij kwamen met heel andere beelden en verhalen – van gewonde kinderen, dode soldaten, verwoestingen, folteringen en mishandelde gevangenen. Daarbij ontpopte het internet zich bij uitstek als het domein van de ‘tegen-openbaarheid’ – een ontwikkeling die haar schaduw vooruitwerpt naar toekomstige conflicten.

Paul laat bovendien overtuigend zien dat de reconstructie van de Amerikaanse politiek en de verstoring van de geplande reality show alleen maar te begrijpen zijn door ze in een historische context te plaatsen. Voor hem is dat niet zo’n grote stap: Der Bilderkrieg zou je namelijk ook kunnen zien als een uit de hand gelopen nawoord bij Bilder des Krieges – Krieg der Bilder, een mooi geïllustreerd overzichtswerk dat hij in 2004 het licht deed zien. Daarin wordt ook veel aandacht besteed aan de ervaringen die de Amerikanen in vorige oorlogen opdeden, met name sinds Vietnam.

Het historisch perspectief dat Paul in beide studies ontwikkelt, werpt niet alleen meer licht op de motieven en de handelwijze van de Amerikaanse beleidsmakers en militairen, maar ook op de betekenis van de ‘beeldenoorlog’ rond Irak in de geschiedenis van de visualisering van de moderne oorlog. Oorlogen worden vandaag de dag niet alleen gevoerd op het slagveld, maar ook – meer en meer – gewonnen en verloren in de media. In die zin was de verwijdering van de Guernica symbolisch: een teken aan de wand.

Gerhard Paul: Der Bilderkrieg – Inszenierungen – Bilder und Perspektiven der Operation Irakische Freiheit. Wallstein; 237 pagina’s; € 24,- ISBN 3 89244 980 5.

Gerhard Paul: Bilder des Krieges – Krieg der Bilder – Die Visualiserung des modernen Krieges. Schöningh/Fink; 527 pagina’s; € 49,90. ISBN 3 506 71739 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden