Een middagje op de woonboulevard: irritatie en medewerkers lijkend op Jody Bernal

Journalist Stephanie Hoogenberk bezocht de woonboulevard en zag irritatie, besluiteloosheid en een vestigingsmanager achter de piano.

Bezoekers kijken rond in een meubelwinkel in Waalwijk. Dit is niet een van de woonwinkels uit het verhaal. Foto ANP

Het is me niet duidelijk waar ik als voetganger naar binnen moet bij het immense gebouw van woonboulevard Villa Arena. Ik vraag een medewerker achter een magazijnkar om hulp. Volgens hem moet ik gewoon even via de parkeergarage naar binnen. Ik loop via de auto-inrit de garage in, zoek naar de exit van Villa Arena. Plots een hard alarm. Door de speakers klinkt: 'Zet uw motor af en verlaat de parkeergarage. De concentratie uitlaatgassen is te hoog.' Mensen lopen in versnelde pas naar hun auto. Ik houd mijn wollen sjaal voor mijn mond, probeer met ingehouden adem rennend een lift te vinden. Ik red het net niet om pas in de lift naar adem te happen.

Door de mededeling van de enorme concentratie uitlaatgassen verwacht ik topdrukte. Ik stap de lift uit op de vierde verdieping, midden in een irritatie.

Een ouder echtpaar, de man witte stekeltjes, de vrouw bordeauxrode stekeltjes, zoekt de uitgang. De man zegt: 'We gaan met de roltrap.' Hij keert om.

Zijn vrouw achter een kar, volgeladen met kussens, zegt: 'Nee joh, wat gaan we doen?' Ze stopt de kar om te draaien, maar krijgt de draai niet goed gemaakt. Een kussentje valt. 'Godsamme'. De man draagt drie canvasdoeken. Het canvasdoek in de rechterhand wordt te zwaar. Hij stopt, vloekt, laat het doek even op de grond rusten en pakt het weer beet. De man kijkt om zich heen en vraagt aan niemand in het bijzonder: 'Waar is nu die uitgang?'

'Dat weet ik ook niet', zegt de vrouw. 'Jij had het over de roltrap.'

Hij: 'Houd je klep eens effe.'

Op de achtergrond moet Skyradio voor sfeer zorgen, muziek uit de late eighties. Het is zaterdagmiddag twaalf uur, het lijkt op sluitingstijd. Als je goed kijkt, zie je hier en daar mensen op een andere verdieping lopen. Mannen met hun arm over de schouder van hun vrouw, afgekeken uit wooncatalogi.

Drie zaken zijn gesloten in Villa Arena. Failliet. Ik stap binnen bij een zaak die nog wel open is: Piet Klerkx. Op een website van de Rabobank over cijfers in de woonbranche las ik dat consumenten terughoudender zijn in hun koopgedrag, maar wel topservice verwachten van het personeel. Bij Piet Klerkx nemen ze dat serieus. Hier geen Toto op de achtergrond, maar livemuziek. De vestigingsmanager is achter de piano gekropen. Een verkoopster in kokerrok en Chaneljasje tegen mij, in de weer met klappers en mappen achter een bureau: 'Dat kan nu, het is rustig.' Van haar mag het elke dag. Heel rustgevend vindt ze het. Twee medewerksters filmen hun vestigingsmanager met een iPhone.

Aan een tafel verderop in de zaak wordt met behulp van een groot computerscherm iets uitgelegd.

Een mevrouw: 'Die twee tafeltjes voor 1.100 zegt u?'

Haar dochter: 'Ja, maar het zijn heel exclusieve hè, mam!'

De verkoper gaat door: 'Er zit wel een meerprijs aan die marmeren.'

De moeder: 'Kijk, het zijn grafzerken hè. Komt er water bij, dan vreet dat helemaal in.'

De dochter vraagt of er nog valt te onderhandelen over de prijs. De verkoper schudt zijn hoofd. Hij kan dat helaas niet doen.

De dochter: 'Het is voor mij net de sportschool: ik krijg er nooit iets vanaf.'

De moeder, niet onder de indruk van de vergelijking: 'Je moet gewoon je eten goed kauwen als je wilt afvallen. Ik trek een uur uit voor mijn ontbijt, op mijn dooie akkertje.'

De medewerker, van alle markten thuis, bevestigt dat: 'Ja.' Hij kent het probleem. 'Je stofwisseling krijgt op die manier de tijd alles beter te verwerken.'

De vestigingsmanager is klaar met pianospelen. Hij komt in kordate passen op me af.

Hij vraagt: 'Kan ik u misschien ergens mee helpen, mevrouw?'

Ik zeg dat ik even rustig wil rondkijken. Hij glimlacht op een manier die verraadt dat hij het vaker hoort.

Ik: 'Hoort u dat vaker?'

'De meeste mensen zeggen dat, ja. Mensen willen ergens tegenaan lopen.'

Ik vraag of het op zaterdagen altijd zo rustig is.

Foto Paul Faassen

'Het is al de hele week rustig. Misschien zijn de mensen net terug van wintersport, zijn ze even met andere dingen bezig.'

'Maar', vervolgt hij, 'vanaf een uur of twee is het op zaterdag een gekkenhuis, dan komen de gezinnen met kinderen.'

Ik kijk om me heen en stel uit nieuwsgierigheid de vraag of dit het middensegment is. Een woord dat spontaan in me opkomt.

Hij, geraakt door zo veel onwetendheid: 'Middensegment? Nee. Hier zit je toch wel bij het topsegment. Die bank daar bijvoorbeeld...' Hij wijst op een groene hoekbank. 'Dat eerste stuk kost 2.500 euro, dat andere deel kost óók 2.500 euro en dan heb je nog geen kussens. Kom je al snel op 7.500 euro. Dus nee, dit is geen middensegment.'

Overal zijn strakke zithoeken geënsceneerd, afgetopt met sobere accessoires om het geheel een zekere knusheid te geven. Gezien: verzilverde dennenappels in een schaaltje, enorme initialen van ruw hout aan de wand, houten schoenleesten op een oranje vaas, een canvasdoek met dauw op een blad en een racefiets aan de wand.

De medewerkster achter het bureau ziet me weer weggaan en zegt: 'Heb je het kunnen vinden?' Ze geeft me een catalogus mee. 'Ik zeg altijd: we kijken alleen plaatjes, we lezen niet.' Haar tip: 'Altijd eerst thuis opmeten en dan komen met de maten. We zijn emotionele beestjes. Als je iets ziet, moet je het meteen kopen. Thuis ga je piekeren. Vooral vrouwen gaan nadenken, nadenken, nadenken. Heeft geen zin.'

In een uitspanning op de derde verdieping van Villa Arena drinken mensen een kop koffie. Sommigen hebben een stuk appeltaart erbij genomen. Een plek waar even wordt uitgerust, overlegd of gegaapt.

Voor het middensegment ga ik naar Goossens, daar is het druk. Er staan champagneglazen met appelsap en jus d'orange op een statafel met een bordje: 'Pak lekker iets te drinken.' Ernaast een kommetje met twee kaasblokjes. Kosten noch moeite zijn gespaard.

Ik vraag een medewerker wat 'in' is.

De medewerker, type Jody Bernal: 'Buffaloleer. Dat gaat leven naarmate het ouder wordt.' 'En runderleer?' vraag ik. Hij: 'Ook. Zijn beide materialen die gaan leven na een tijdje, het wordt sleets.' Hij wrijft zijn duim over zijn middel- en wijsvinger.

Aan de wanden van Goossens hangen verlichte borden van lachende knappe mannen met een opgerold karpet op de schouder. 'Wij stoppen niet bij de voordeur. We zorgen dat je direct van je meubels kunt genieten. Alles voor een glimlach.' Daaronder zijn naam: Yuri. Ik houd een goedlachse medewerker aan en vraag of ze met deze borden refereren aan een vrouwelijke fantasie.

Hij lacht: 'Dat weet ik niet. Dat is gewoon onze service.'

Ik: 'Mensen verwachten dan wel dat er ook echt zo'n knappe man als Yuri langskomt.'

Hij knikt. 'Yuri staat verderop in de winkel, die werkt bij ons. Ik hang zelf ook ergens op een bord.'

Daar heb ik niet van terug.

Verderop staat een stel - zij een lang vest, hij zwarte spijkerbroek, zwarte trui, schatting 40-plus - naar een tweezitsbank te kijken, erboven een houten wereldkaart van losse continenten.

Een medewerkster met een clipboard staat ernaast: 'Gaaf hè, die wereldkaart. Kinderen vinden het ook leuk om eraan te voelen.'

De vrouw: 'O, maar de kinderen mogen bij ons niet aan de muur komen. Nergens. Dat weten ze.'

De man kijkt de verkoopster strak en zelfverzekerd aan: 'Ik zeg 2.000 voor de bank én de wereldkaart.'

De medewerkster schrijft het bedrag op een vel op haar clipboard, loopt weg en komt binnen een minuut terug.

'Ik heb goed nieuws, mensen. We gaan het doen voor 2.000 euro.'

Het stel vliegt elkaar lachend in de armen. Een beeld dat ik eerder alleen zag bij de Postcodeloterij. De vrouw: 'Zo snel heb ik nog nooit een bank gekocht!' Ze houdt haar handen voor haar mond.

Medewerkster: 'Haha! Goed hè! Wil je een glaasje water?'

Vrouw: 'Hahaha, nee, dat hoeft niet, maar ik heb gewoon nog nooit zo snel een bank gekocht. Normaal denk ik over een kussentje al twee maanden na. Meen ik serieus.'

Verkoopster: 'Dat is vrouwen eigen, mannen zijn veel sneller in beslissingen.' Ze knipt erbij met haar vingers.

Op de meubelboulevard heerst het beeld dat vrouwen beter niet zonder begeleiding kunnen komen.

'Goed, we gaan even heel mannelijk knopen doorhakken.' Er wordt hard gelachen. Ze nemen alle drie plaats op de tweezitsbank om het af te handelen.

Voor de zondag heb ik een bezoek gepland aan woonwarenhuis Loods 5 in Zaandam. Op een bedrijventerrein. Bij Loods 5 begint het uitje in een sluis: je gaat naar binnen door twee elektrische schuifdeuren, die moeten eerst achter je sluiten, zodat de voorste twee schuifdeuren opengaan. Een heel gevoelige sluis, soms loopt een passant voor de sensor, dan gaan de achterste deuren weer open. De gemiddelde wachttijd voor drommen mensen: 40 seconden. Het verlangen wordt hier opgebouwd. Eenmaal binnen lopen de mensen met een bolderkar achter zich aan door de zaak. Ze laden allerhande spulletjes in. Bij Loods 5 houden ze van onbewerkt hout. 'Haal de natuur binnen met dit warme materiaal.'

Verder houden ze van: insecten in een stolp, geconserveerde vlinders in een vitrinekastje, industriële lampen, een glasschilderij van Het Melkmeisje, klokken in de vorm van een autostuur, ook hier houten schoenleesten, een kunststof dierenschedel voor aan de muur en hangplanten in gevlochten touwen. Ook nog steeds hip: planten in een fles, waarin de condens tegen het glas het zicht belemmert.

Een ouder koppel, 60-plus, overlegt en vergelijkt welke kinderbamboebordjes ze mooier vinden. Die met de giraffe of de leeuw? Ze houden ze nog eens naast elkaar, pakken er ook even een met een nijlpaard bij. Die wordt het sowieso niet. Nergens een verkoper die dit begeleidt. De man vindt die met de leeuw kitscherig. De vrouw ziet dat ik kijk en geeft me een knipoog. 'Dan doen we de giraffe, schat.'

Foto Paul Faassen

Naast me pakt een vrouw - lang zwart haar, Nikeschoenen - de verkeerde bolderkar vast.

Haar man, spijkerbroek, vest: 'Die is niet van ons, tweede keer dat ik dat zeg.'

De vrouw: 'O, sorry hoor.'

De man: 'Kijk dan ook even.'

Vrouw, zich bewust van publiek: 'Haha, ja sorry, ik kijk helemaal nergens naar.'

Een jong stel, schatting 25, loopt hand in hand door de loods. Hij trekt de bolderkar met één arm achter zich aan. De jongen: 'Liek, hier zijn kaarsen.'

Liek: 'Nee, daar zijn we nog niet aan toe. Dat komt later allemaal.'

De romantiek in de kiem gesmoord.

In het restaurant van Loods 5 kunnen mensen even bijkomen. De tafels bij het raam hebben uitzicht op mensen die proefzitten op een bank: zitten, beetje opveren, met de rug tegen de rugleuning aanduwen. Alles in kaarsrechte positie, de benen gebogen in 90 graden. Thuis heeft nog nooit iemand zo op een bank gezeten.

Naast me wacht een stel, net 30, met een pieper naast zich op hun eten. Zij staart met een glazige blik in de verte, hij kijkt haar aan en wuift met zijn hand voor haar ogen.

Ze stopt met staren, herpakt zichzelf en zegt: 'Zullen we zo nog even kijken naar die kuipjes?'

Hij: 'Ik vind die stoelen van hout ook wel iets hebben.'

Zij: 'Bij die Eames-stoelen hè, als ik nou zeg dat we twee witte, twee beige, twee oudblauwe doen.'

Hij: 'Ik denk juist dat we er zes moeten nemen, zonder te mixen.'

Hun pieper gaat af.

'Ga jij even halen?', vraagt zij. Dit stel werkt met het overlegmodel.

Op het dienblad twee hamburgers met cheddarkaas. Hij tilt de bovenkant op, even checken. Daarna gesmak, overleggen met de mond vol.

Naast hun dienblad ligt een opgerolde Vtwonen. Hij slaat het blad met zijn linkerhand open en wijst op een afbeelding van een eethoek. Zij schudt haar hoofd, haar wang gevuld met eten: 'Vind ik niet authentiek.'

Meer over