Boekrecensie

Een melancholische dichter die het geweld van de politionele acties nooit kon vergeten ★★★★☆

De biografie van journalist en dichter J. Eijkelboom (1926-2008) toont hem als een door het leven gedeukte mysticus.

Dordrecht was dol op hem. Jan Eijkelboom (1926-2008) werd even verderop geboren, in Slikkerveer, maar woonde vrijwel zijn hele volwassen leven in Dordt. De Merwede, de Oude Maas, de meeuwen, de luchten, de schepen, ze spelen een grote rol in zijn gedichten. Hij was een tijdje voorlichter bij de gemeente en hoofdredacteur van De Dordtenaar. In 2001 werd hij tot ereburger en stadsdichter van Dordrecht geslagen en dat bleef hij tot hij er doodging.

Op het Damiatebolwerk is zijn bekendste dichtregel gegraveerd: ‘Wat blijft komt nooit terug.’ Elders in de stad staat op de wand van een tunnel: ‘Hier baant de laan zich onder ’t spoor een weg.’ Simpele, rake regels, treffende observaties, ze zijn typerend voor zijn technisch perfecte poëzie, die door iedereen valt te begrijpen maar nooit plat is. Eijkelboom pendelt moeiteloos tussen het alledaagse, het universele en het eeuwige, tussen schoonheid en liefde, smerigheid en verval. Hij verloor al jong zijn geloof in God, maar niet zijn transcendente inslag. ‘Een mysticus’ noemde criticus en dichter Rob Schouten hem terecht.

Hij was een generatiegenoot van Vijftigers als Lucebert en Gerrit Kouwenaar, maar debuteerde als dichter pas in 1979, toen hij zelf al over de 50 en die poëziestroming passé was. Uitgever Theo Sontrop zag meteen de kracht van zijn transparante, verstaanbare poëzie en gaf zijn bundel uit. Eijkelboom had toen al proza gepubliceerd in Popria Cures en Tirade en als columnist. Ook maakte hij prachtige vertalingen van werk van andere dichters, onder meer voor Poetry International. Vertalen zou hij altijd blijven doen: John Donne, W.B. Yeats, Derek Walcott en Philip Larkin en vele anderen.

Feilloos taalgevoel

Zijn geld verdiende hij lange tijd als journalist. Na een mislukte studie politicologie ging hij werken bij Vrij Nederland, waar hij al snel adjunct-hoofdredacteur werd. Maar hij was geen manager en hij wilde weg uit Amsterdam, terug naar Dordrecht. Hij had als journalist een ‘omgekeerde carrière’, zo noemde hij het zelf. Hij eindigde als eindredacteur – hij had een feilloos taalgevoel – bij Het Vrije Volk. Vanaf 1981 was hij fulltime vertaler en dichter, een van de zeldzame dichters die vaak werden herdrukt.

De biografie Nooit het hele hart is geschreven door Kees van ’t Hof, die ook Eijkelbooms verzamelde gedichten bezorgde. Het beeld van Jan Eijkelboom dat het boek oproept, komt overeen met de toon van diens pöezie en het relativerende proza, de interviews die hij gaf en de foto’s die van hem bekend zijn: een vriendelijke, melancholieke man, die in zijn werk somber, wijs en lichtvoetig tegelijk kon zijn. Hij dichtte: ‘Doodgaan behoort tot het zeer weinige/ dat niet zou mogen./ Toch wordt het veel gedaan.’

Persoon en werk rijmen, in die zin ‘klopt’ deze biografie. Van ’t Hof schreef een overtuigend portret van een man die enigszins gedeukt is door het leven, en die, hoewel hartelijk en mededeelzaam, toch ongrijpbaar blijft. Een moederszoontje dat zichzelf later nooit goed genoeg vindt. Een dichter die eigenlijk proza wil schrijven. Een man die graag zorgt voor zijn gezin – hij had zes kinderen, bij drie vrouwen – maar ook eigenlijk vrij wil zijn. Iemand met een groot werkethos die regelmatig ten onder gaat in drank.

Van ’t Hof lijkt moeite te hebben zijn vertellerstoon te vinden. De verdeling tussen citaat en eigen tekst is niet altijd in balans. Jans oorlogsjaren worden één keer goed en bondig samengevat – ‘de wereld om hem en zijn medescholieren heen [kromp], de Duitse avondklok belemmerde het sociale verkeer, het culturele leven verschrompelde, de musea waren leeg’ – maar dat is geen typering door de biograaf, maar door een jeugdvriend van Jan.

Jammer is dat Van ’t Hof weinig mensen heeft geïnterviewd voor zijn boek, geen van zijn zes kinderen, bijvoorbeeld. Die hadden het beeld nog scherper en persoonlijker kunnen maken. Ook zijn er stroeve formuleringen als deze: ‘In deze periode had Jan niet alleen een drang om de omgeving te verkennen, maar werd hij daartoe door de omstandigheden ook in staat gesteld.’

Eijkelboom vocht als jonge jongen mee in de politionele acties in Indonesië. Hij heeft er weinig over geschreven en kon er niet over praten. Het was een traumatische periode, vol excessief geweld, zoals sadistische pesterijen en onthoofdingen, die later vaak in zijn nachtmerries zouden terugkeren. Hij schreef er één verhaal over, ‘De terugtocht’, dat A.F.Th. van der Heijden prachtig vond. Maar het boek dat hij later schreef als vervolg daarop, Het krijgsbedrijf, was niet meer dan een afstandelijk verslag; het ging gewoon niet. In deze biografie zijn de hoofdstukken over deze pijnlijke periode in Eijkelbooms leven juist de meest indrukwekkende en onthullende.

null Beeld De Arbeiderspers
Beeld De Arbeiderspers

Kees van ’t Hof: Nooit het hele hart – J. Eijkelboom, een biografie. De Arbeiderspers; 334 pagina’s; € 34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden