Een meer geïnspireerde Le Carré had niet teruggegrepen op het verleden

John Le Carré keert in zijn nieuwste roman (wereldpremière!) terug naar oude personages Smiley en Guillam. Goed idee? Om heel eerlijk te zijn: nee.

David John Moore Cornwell (85), alias John le Carré, in de buurt van zijn huis in Penzance, Cornwall. Beeld Hollandse Hoogte

In 1963 brak David John Moore Cornwell, vanaf dat moment wereldwijd bekend als John le Carré, met zijn derde roman door bij een internationaal lezerspubliek: The Spy Who Came in from the Cold - in het Nederlands vertaald als Spion aan de muur. Het is het verhaal van de Engelse geheim agent Alec Leamas, die naar Oost-Duitsland wordt gestuurd om een dubbelspion ('Windfall') bij de Stasi te beschermen. De briljante, typische Le Carré-plot, waarin alles anders blijkt dan de lezer en hoofdpersonen dachten, eindigt met de dood van Leamas bij de Berlijnse Muur, en die van de vrouw die als zijn cover diende, Liz Gold. In The Spy Who Came in from the Cold is een belangrijke rol weggelegd voor twee van Le Carré's terugkerende helden, George Smiley en Peter Guillam. Die doen ook al mee in Le Carré's debuut, Call for the Dead, uit 1961.

George Smiley is, vergeleken met bijvoorbeeld Ian Flemings James Bond, een a-typische spion, een burgermannetje dat in niets lijkt op de tot dan archetypische geheim agent van het kaliber Bond: helden die naast het spioneren ook heel goed waren met cocktails, snelle auto's en vrouwen. Met The Spy Who Came in from the Cold veranderde Le Carré het genre. Hij ontdeed de spionagewereld van elke vorm van heroïek en valse romantiek en maakte haar zo menselijker, smeriger, wreder en vooral realistischer.

Hoogtepunt in de Smiley-boeken, en in het hele oeuvre van Le Carré, is de zogenoemde Karla-trilogie, de drie romans waarin het hoofd van de Britse geheime dienst George Smiley (geholpen door Guillam) het opneemt tegen zijn evenknie in de Sovjet-Unie, Karla. Tinker Taylor Soldier Spy (1974, Edelman, bedelman, schutter, spion), The Honourable Schoolboy (1977, Spion van nobel bloed) en Smiley's People (1979, Smiley's prooi) vormen samen een majestueus meesterwerk. De Zuid-Afrikaanse auteur en Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee pleit al jaren voor het toekennen van de Nobelprijs aan Le Carré, vooral vanwege de Smiley-romans.

Wereldwijd de eerste

Twee weken voordat de Engelse editie van A Legacy of Spies uitkomt, ligt de Nederlandse vertaling Een erfenis van spionnen in de winkel. Vandaag is de eerste wereldwijde verkoopdag van het boek, waarin Le Carré de Koude Oorlog koppelt aan de actualiteit en zijn belangrijkste personage George Smiley terug laat komen. Op 7/9 wordt rond Smiley in The Royal Festival Hall in Londen een avond georganiseerd, die hier in Pathé-theaters zal worden uitgezonden.

De laatste keer dat we van George Smiley en Peter Guillam hoorden was in The Secret Pilgrim (1990, De laatste spion). Le Carré had beiden in Tinker Taylor Soldier Spy (1973) al eens aan een verjongingskuur onderworpen, maar Guillam is in dat boek 40 en George Smiley eind 50 - ook romanpersonages worden onherroepelijk ouder.

Maar ziedaar, wonderen bestaan. In A Legacy of Spies, Le Carré's nieuwste boek dat vandaag onder de titel Een erfenis van spionnen in Nederland uitkomt (nog voor de verschijning in Groot-Brittannië), opent met de pensionado Guillam. George Smiley duikt ook weer op - zijn vrouw Ann maakt het prima, thank you very much. George en Ann moeten de 100 zijn gepasseerd, Guillam is minstens van Le Carré's eigen leeftijd (85) - al wekt hij geen moment de indruk van een hoogbejaarde en is ook Smiley onveranderd en scherp als altijd, zij het niet meer als actief spion.

Terug in de tijd

De terugkeer van de oude helden is niet voor niets. In A Legacy of Spies gaat Le Carré ruim een halve eeuw terug in de tijd, naar de gebeurtenissen uit A Spy Who Came in from the Cold. Christopher Leamas, bastaardzoon van de gedode Alec Leamas, en Karen Gold, dochter van Liz, het andere slachtoffer van het ingewikkelde spionagespel, komen verhaal halen: wat is er destijds met Leamas en Gold gebeurd en welke vieze spelletjes zijn er gespeeld? Ze overwegen een proces tegen 'het Circus' aan te spannen, en daar moeten de spionnen in Londen natuurlijk niets van hebben. Tijd om Guillam terug te roepen naar Londen.

De lezer die Spion aan de muur kent, weet wat er begin jaren zestig is gebeurd: Leamas en Gold zijn door de Britse geheime dienst opgeofferd om de dekmantel van de Stasi-dubbelspion Mundt overeind te houden. Hoe cynisch dat spel in elkaar zat, wordt in Een erfenis van spionnen nog eens uitgebreid onderbouwd met geheime memo's, afschriften van telefoongesprekken en andere getuigenissen uit de archieven van de geheime dienst, wat de leesbaarheid van het verhaal niet ten goede komt. Le Carré voegt er een verhaallijn aan toe, die van de liefde tussen Guillam en een Oost-Duitse met de codenaam Tulip. De waarheid van dat verhaal blijkt anders, en wreder, dan Guillam vijftig jaar lang heeft gedacht.

Waarom de productieve Le Carré, na elf romans waarin hij de Koude Oorlog en George Smiley liet rusten, voor Een erfenis van spionnen de aandrang voelde met een ongeloofwaardige kunstgreep terug te keren naar de beginjaren van zijn schrijverschap, zijn oude inspiratiebron en oudste vriend, is niet duidelijk. Het doet het ergste vrezen, alsof de auteur een cirkel wil sluiten - zij het dat hij in een interview met NRC Handelsblad verklaarde dat hij alweer bezig is met zijn volgende boek. Misschien wilde hij laten zien wat er in een halve eeuw is veranderd in de manier waarop wij naar de vuile achterkant van de Koude Oorlog kijken; misschien werd hij achter zijn toetsenbord overvallen door nostalgie.

Misschien is het gewoon op, bij de schrijver; dat kan ook. Een meer geïnspireerde Le Carré had in elk geval niet teruggegrepen naar lang geleden, maar de huidige ontwikkelingen tussen Rusland en het Westen aanvaard als een godsgeschenk en er zijn voordeel mee gedaan.

Wie nog eens van de meester wil genieten, neme een van zijn klassiekers ter hand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden