Een Medea van oorzaak en gevolg

Heiner Müller, Pascal Dusapin en Sasha Waltz zijn voor elkaar geschapen, bleek vrijdag in Carré.

Medea, de mythische koningsdochter die Jason hielp het Gulden Vlies te veroveren en twee kinderen met hem kreeg, hoort tot de Verlaten Vrouwen die blijven opduiken op de operapodia. Met collega-abbandonata’s als Ariadne en Dido heeft ze gemeen dat ze de man die haar in de steek liet eerst uit de problemen heeft geholpen, voor de klojo ervandoor ging.

Over het podium van Koninklijk Theater Carré in Amsterdam bewoog zich vrijdag en zaterdag in de persoon van Caroline Stein een Medea die de kunst beheerste van zowel de ingehouden lyriek als de krijsende topnoot – en die haar kinderen tenslotte met een gruwelijk gebrek aan aarzeling doodstak.

Ze was de spil van een uitzonderlijke voorstelling, die niet alleen de reputatie van Sasha Waltz als een beeldend sterke choreografe onderstreepte, maar ook het belang van de componist Pascal Dusapin. Het Holland Festival heeft hem een spotlight gegund middels vier concert- en operamanifestaties, waarvan deze Medea de betekenis had van een inhaalslag.

In Waltz’ productie van Dusapins eenakter Medeamaterial, een monodrama dat de Fransman in 1991 componeerde op een toneeltekst van Heiner Müller, bleken Müllers bikkelharde poëzie, Dusapins milde strijkersklanken en Waltz’ expressieve regie- en choreografeerkunst als het ware voor elkaar geschapen.

Dat was wat anders dan in 1992, toen Medeamaterial in de Brusselse Munt in première ging als onderdeel van een double bill met Dido and Aeneas van de 17de-eeuwer Purcell. De première-enscenering van Jacques Delcuvellerie bleek in alle soberheid niet opgewassen tegen de problemen die Dusapins partituur opwerpt: die behelst in wezen één langgerekte monologue intérieur van de solosopraan. Cynische tussenwerpsels van een onzichtbare, gesampelde Jason (‘Wanneer houdt dit op’) zijn hier een herinnering of een bedenksel van Medea. Onzichtbare koorzangers laten slechts echo’s klinken van haar vertwijfeling.

Delcuvellerie kwam destijds niet verder dan de ruimte rond de ijlende sopraan te vullen met tv-schermen, die op het eind alleen nog sneeuwbeeld gaven. In Waltz’ choreografie blijkt het vacuüm opvulbaar met beweging van grote werkzaamheid.

Zo onverstoorbaar als het noodlot in de Griekse tragedie doordendert, zo vervlochten is de ketting van lichamen die aan het begin van Waltz’ enscenering over de vloer rolt. Als een keten van oorzaak en gevolg waaraan niets kan ontsnappen. Waltz weet zo’n abstract beeld in een handomdraai een meer concreet gezicht te geven. Dan lijken een paar op hun kop staande dansers opeens eilanden in een eindeloze zee. Hier zouden Medea en Jason hebben kunnen varen, Korinthe tegemoet.

Deze prachtige tweeledigheid is typerend voor alle dans in Waltz’ Medea. Anders dan in de ‘operachoreografie’ die Waltz een paar Holland Festivals geleden van Purcells Dido maakte, bleek de dans nu in de muziek en het verhaal geïntegreerd, met eigenzinnige toevoeging van beelden en betekenissen.

Rond Dusapins in zichzelf gekeerde Medea beweegt zich een alomtegenwoordig dansersensemble, dat als een volk van Korinthe voor de deur van de vreemdelinge kan staan. En dat een ogenblik later, onderhuids dreigend of onverbloemd verward, een weerslag laat zien van Medea’s emoties. Het beginbeeld op video, van een marmeren fries dat de tocht van Jasons Argonauten uitbeeldt en zich wat spookachtig in beweging zet, krijgt verderop een beeldrijm in fries-achtige opstellingen van dansers en koorleden.

Fascinerend, hoe de coloraturen zingende Caroline Stein te midden van al deze drukte – inclusief Jasons arme nieuwe bruidje met haar vleesetende bruidsjurk – overeind bleef als een krachtige, maar ook eenzame en gekwetste vrouw. Gedirigeerd door Marcus Creed, masseerde de Akademie für Alte Musik Berlin het leed er nog eens met zachte hand bij in.

Des te pakkender bleek de vondst die Waltz zich permitteerde na de kindermoord – ditmaal geen daad van wraak maar van wanhoop. Hier onderbrak Waltz de muziek met stormachtig geraas van zes propellers aan weerszijden van het toneel, en pakte Müllers poëzie – ‘Erger dan dood’ () ‘is oud zijn’ – scherper dan scherp uit. Bij deze vrouw is iets geknapt en goed fout gegaan. Maar dat wisten we al toen het rode doek in Carré bij aanvang niet opging, maar viel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden