Een Londense courtisane

NAUWELIJKS VIER jaar duurde haar glorietijd. Heel Engeland lag in die tijd aan haar voeten. Waar ze verscheen, ontstonden steevast oploopjes....

Na haar 'val' werd het idool van de Londense society actrice, een beroep dat toen bepaald niet in aanzien stond. Maar Lillie Langtry bereikte ook in dat metier meer dan verwacht mag worden. Ze had groot succes, vooral in Amerika, ook al raakten de meeste recensenten niet gecharmeerd van haar feitelijke acteerprestaties. De toneelcarrière van Jersey Lillie stoelde vooral op het roemruchte aspect van haar vorige 'leven', ondanks de zorgvuldige coaching van haar vriend Oscar Wilde.

Deze schreef zelfs speciaal voor haar een stuk: Lady Windermere's Fan. Maar dat weigerde ze te spelen, omdat ze er de moeder van een volwassen, onwettige dochter in moest zijn. 'My dear Oscar', schreef ze, 'ben ik oud genoeg om een volwassen dochter te hebben van welke soort dan ook?'

Het was niet alleen het leeftijdsprobleem, ingegeven door vrouwelijke ijdelheid, maar Wilde's stuk kwam ook al te dicht bij de werkelijkheid. Lillie hád een onwettige dochter. Het kind was altijd, onder de hoede van oma, zorgvuldig uit de openbaarheid gehouden en zelf dacht Jeanne lange tijd dat Lillie haar tante was. De paar mensen, die wisten hoe de vork in de steel zat, konden slechts vermoedens koesteren omtrent het vaderschap. Het kon de prins van Wales zijn, maar ook prins Louis Battenberg, een andere royal. Laura Beatty weet stellig: 'Het staat vast dat Lillie zelf niet wist wie van haar legioen minnaars de vader van dit ongewenste kind was.' Want Lillie was in het geboortejaar van haar kind - 1880 - zeer in trek bij het mannelijk deel van de Londense upper-class.

'Haar hele leven voelde ze zich meer thuis bij mannen dan bij vrouwen', schrijft Laura Beatty en dat zou best de sleutelzin over Lillie kunnen zijn. Ze kwam uit een gezin met zes broers en werd gedoopt als Emilie Charlotte Le Breton op het Kanaaleiland Jersey, waar haar vader dean was, chef-predikant. Lillie, zoals Emilie al van meet af genoemd werd, groeide op tussen haar broers en hun vriendjes. Vriendinnen had ze niet. Anders dan de meeste meisjes in de victoriaanse tijd leerde Lillie vrijwel automatisch zwemmen, roeien en paardrijden. Ze haalde kattenkwaad uit. Ze was, goedmoedig scheldwoord uit die dagen voor een wild en avontuurlijk meisje: een tomboy.

Jersey was te klein voor haar, maar ontsnappen nauwelijks mogelijk. Een van de mogelijkheden was trouwen. Dat deed ze, 21 jaar jong, met een weduwnaar die goed tien jaar ouder was. Edward 'Ned' Langtry kwam uit een geslacht van eens gegoede scheepsbouwers, maar de rijkdom die hij nog altijd trachtte uit te stralen, bleek goeddeels fantasie. Langtry bracht Lillie na lang zeuren (van haar kant) via Southampton naar de plek waarheen ze per se wilde: Londen.

Daar werd Langtry al snel een vijfde rad aan Lillie's wagen: absoluut overbodig. Hij mocht haar naar de grote bals chaperonneren, maar werd ter plekke steevast afgeschoven naar de bar, een plek die hij gaandeweg aangenamer bleek te vinden. Maar tot een scheiding kwam het pas veel en veel later.

Lillie's debuut in de Londense society is een sensatie. Zelf schrijft ze over haar eerste grote 'optreden', tijdens een soiree van Lady Sebright aan Lowndes Square: 'Een complete transformatie schijnt van het ene op het andere moment te hebben plaatsgevonden in mijn leven.' Haar verhouding met de kroonprins zou vier jaar duren. Het wonderlijke: ze had in diezelfde tijd 'legioenen' minnaars, zoals Beatty schrijft. En toch: de vriendschap met de prins zou altijd blijven, ook toen hij koning was. Het liefdesnest in Bournemouth - nu een gezocht honeymoon-hotel - deed Edward aan Lillie cadeau, als dank voor het aangenaam verpozen. Edward VII was op zijn manier een genereus man. Toen hij in 1902, na haast even lang wachten als Charles nu, op de troon kwam, nodigde hij al zijn ex-vriendinnen uit voor de kroningsplechtigheid. Ze zaten naast elkaar in, wat de volksmond vrolijk noemde, de 'losse loge van de koning'.

Lillie Langtry zou op latere leeftijd haar memoires schrijven, maar haar turbulente leven had haar minstens één ding geleerd: je kunt met schrijven de waarheid naar je hand zetten. Dat deed ze dan ook consequent. Al het haar onwelgevallige liet ze weg. Het was een grote verrassing toen enkele jaren geleden op een zolder op Jersey een dik pak brieven van Lillie opdook, gericht aan ene Arthur Jones. Het bleken liefdesbrieven, vol heimwee naar een verloren jeugd, geschreven tijdens haar turbulente Londense bestaan als courtisane. Jones was een vriend van haar broers geweest.

De ongenaakbare legende, het fenomeen Lillie Langtry wordt in dit boek voor het eerst iemand van vlees en bloed, met emoties en andere menselijke eigenschappen. Nu blijkt ook hoe ze haar carrière (of liever: carrières), na het snelle mislukken van het huwelijk met Ned, tamelijk zorgvuldig heeft gepland. Mannen waren wezens die je diende te gebruiken voor je hoogst eigen doeleinden, in alle opzichten. Niet verwonderlijk dat Lillie na haar tijd met en rond de kroonprins nog uitsluitend de meest puissante rijkaards als minnaar accepteerde.

Pas op het allerlaatst van haar leven leek ze enig geluk te vinden. Met een vrouw. Haar oude dag sleet Lillie in Monaco in gezelschap van Mathilde Peat, de weduwe van haar butler. Van dochter Jeanne raakte ze vervreemd, toen die ontdekte dat niet de inmiddels overleden Ned Langtry haar vader was, maar een onbekende, wellicht uit koninklijke kringen. Het duurde lang voordat de relatie weer enigszins op orde kwam.

Het was in heel Europa een opmerkelijke tijd, deze victoriaanse periode. Niets leek te kunnen of te mogen op seksueel gebied, maar men deed zo ongeveer alles. Het was de tijd van de grote courtisanes. In Parijs had je La Belle Otéro en Liane de Pougy, in Berlijn liepen ook een paar dames rond die van wanten wisten. Londen spande intussen de kroon. Op een bevolking van 2,5 miljoen inwoners opereerden tussen de tachtig- tot honderdtwintigduizend prostituees. Het was logisch dat ook in deze beroepsgroep een elite ontstond. Lillie Langtry behoorde tot de absolute top van die elite.

Laura Beatty is in haar eerste biografie bij vlagen te bewonderend, te goedpraterig, al schrijft ze opvallend goed en mag haar volgende boek met gepaste spanning worden afgewacht. Soms lijkt de schrijfster te denken dat het wel zo moest gaan met haar onderwerp als het gegaan is. Alsof Lillie er zelf niets aan kon doen, min of meer het slachtoffer van haar schoonheid was.

Dat is gewoon niet waar. Jersey Lillie was een koel berekenende, hoogst intelligente vrouw die via haar lijf macht en invloed uitoefende ten eigen bate. Omdat ze dat wilde. Dat ze daardoor bij tijd en wijle met haarzelf in de knoop raakte, blijkt uit de brieven aan Arthur Jones, waaruit Beatty terecht zo diep put.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden