Een linkse mijnheer met goede manieren

Ruim twee jaar nadat Martin van Amerongen vertrok als hoofdredacteur van 'De Groene Amsterdammer', maakt hij zijn rentree als 'tussenpaus'....

HET IS verleidelijk om Martin van Amerongen te zien als de Hans van Mierlo van De Groene Amsterdammer. In leeftijd verschillen 's lands oudste opinieblad en de rebellenclub van de jaren zestig weliswaar bijna een eeuw, en anders dan Van Mierlo kan Van Amerongen geen aandeel voor zich opeisen in de verwekking van zijn lovebaby, maar ze hebben een rol als reanimator met elkaar gemeen. Als het belang van partij of krant daarmee is gediend, maken zij desgevraagd hun rentree als voorganger. En ondertussen prangt de vraag of men nog wel zónder hen kan.

Martin van Amerongen erkent dit een drukkende gedachte te vinden. Maar hij heeft zich blijmoedig verzoend met het vooruitzicht binnenkort als 'tussenpaus' terug te keren naar de redactie die hij nog geen twee jaar geleden verweesd achterliet. Zijn vertrek was trouwens het gevolg van een inschattingsfout. Niet zozeer met betrekking tot de kwaliteiten van zijn opvolger, Gerard van Westerloo. Want die staan - de korte duur van zijn hoofdredacteurschap ten spijt - buiten kijf. Nee, Van Amerongen had zich laten leiden door de romantische notie een lone wolf te zijn. Maar hij wás geen lone wolf. Hij was een sociaal dier die de nestwarmte van de redactie bleek te missen. 'Ik placht om zeven uur dertig naast mijn bed te staan. Nu ben ik pas om half negen zo ver. En tegen tienen heb ik mij eindelijk achter mijn tekstverwerker geposteerd. Dit levensritme spoort niet met dat van een weekblad, en daarmee heb ik grote moeite.'

Van Amerongen maakte in een brief aan de redactie op 31 december 1996 kenbaar in de loop van het komende jaar ontslagen te willen worden. 'Zakelijk en atmosferisch is er niets aan de hand', bezwoer hij de verblufte lezer. 'Ik ga 's morgens fluitend naar de arbeidsplaats, er is geen ruzie en er tuimelen geen lijken uit de kast.' Hij was, zo lichtte hij zijn 'lichtvaardige stap' naderhand in de bevriende media toe, 'getroffen door een overmaat aan sterfgevallen' in zijn naaste omgeving, en wilde op neutraal terrein het spinrag uit zijn hoofd jagen. 'Ik had twaalf jaar bij De Groene gezeten, twaalf begrotingen, twaalf kerstnummers, en zes hele en halve reddingscampagnes. In de tien jaar die mij nog zijn vergund, wil ik andere dingen gaan doen.'

Bij zijn redacteuren kon hij op alle vormen van begrip rekenen. Maar verder reikte hun onbaatzuchtigheid niet. Redacteur René Zwaap - vanwege zijn stilistisch geflirt met Van Amerongen wel 'het neefje van de baas' genoemd - stelde voor de vacature onvervuld te laten. 'Dan komt Martin vanzelf wel weer terug.' En Eveline Brandt, redacteur van 1995 tot '99, zegt na lezing van Van Amerongens brief de hele dag te hebben gejankt. 'Wat doe je dan in zo'n geval? Je probeert zo'n aankondiging te rationaliseren. Maar we kwamen niet verder dan frisse winden die zouden gaan waaien, en een nieuw elan dat zou gaan heersen. Frases dus, waarmee we onze teleurstelling probeerden te verbijten.'

Over de verdiensten van Van Amerongen waren zijn partijgenoten - zoals ze door hem bij de redactievergaderingen werden aangesproken - het roerend eens. Hij had een somberend, sektarisch en goeddeels onleesbaar blad voor de radicaal-linkse intelligentsia met zachte hand getransformeerd in een bron van erudiet vertier. 'Bij de oude Groene was gezelligheid uit den boze', zegt Stephan Sanders, Groene-redacteur van 1986 tot '92. 'De uiterste grens van wat politiek nog oirbaar werd geacht, werd gemarkeerd door de PvdA. Alles ter rechter zijde daarvan, was verdacht. De culturele belangstelling van de redactie beperkte zich tot Brecht en Ivens. Daarbuiten begon de woestenij. Dát is de Groene zoals ik mij die uit de vroege jaren tachtig herinner. Het behoorde tot je linkse plicht hem af en toe te kopen. Maar vervolgens bleef ie ongelezen liggen.'

Dat Van Amerongen in 1985 Vrij Nederland verruilde voor De Groene, was om meerdere redenen curieus. In de eerste plaats al omdat hij de functie van hóófdredacteur ging vervullen. Die figuur was wezensvreemd aan het 'arbeiderszelfbestuur' waaraan De Groene sinds de jaren zestig zijn identiteit had ontleend. En ook als mens belichaamde Van Amerongen alles waarvan De Groene tot dan toe zo nadrukkelijk wars was geweest. Hij was links, welzeker. En in een grijs verleden had hij een werkzaam aandeel gehad in de rebellie binnen de PvdA tegen de nazaten van Drees. 'Maar hij was niet geschikt voor het ideologische debat dat voor zijn komst permanent op de redactie woedde', zegt Stephan Sanders. 'Hij heeft links goede maníeren bijgebracht. In de hitte van de strijd voor een betere wereld meende men zich die luxe niet te kunnen veroorloven. Maar Martin, een door en door nette man, heeft ons laten zien dat het doel niet alle middelen heiligt.'

VAN Amerongen meed de ramkoers. En dat kostte hem geen enkele moeite. 'Ik geloof niet zo in de creatieve kracht van bonje', zegt hij zelf. 'In een ruzievrije samenleving kom ik het best tot mijn recht.' Wél maakte hij kenbaar dat de verschijningsfrequentie van doorwrochte artikelen over de koffiepluk in Nicaragua wat hem betreft wel wat mocht afnemen, en dat zijn collega's zich er op moesten voorbereiden dat zij af en toe ook iets van Mozart en Mahler te horen zouden krijgen. Maar hínder zouden ze van hem niet ondervinden. Hij zou de brieven van lastige lezers beantwoorden, zodat de redactie lekker aan het werk kon blijven. En hij zou proberen de relaties met de aanpalende buitenwereld zo goed mogelijk te behartigen.

Daartoe bracht de voltallige redactie van De Groene onder andere een kennismakingsbezoek aan de overburen: de directie van De Nederlandsche Bank. 'We kregen een heerlijk glaasje sherry', memoreerde Van Amerongen later. 'En we hebben inderdaad als goede buren de wederzijdse ervaringen uitgewisseld. Een onzer redactrices gaf onderwijl gezellig haar pasgeboren baby de borst. Op dat moment was de redactie mij zéér lief.'

En dat was wederzijds. Eveline Brandt roemt de discrete betrokkenheid die Van Amerongen bij werk en welzijn van zijn redacteuren aan de dag legde, en heeft dierbare herinneringen aan de gestes en practical jokes waarop hij hen op gezette tijden vergastte. 'Hij zou in Den Haag eens een debat gaan voorzitten waarvan ik een verslag voor de krant moest schrijven. Het ging over humor in het Nederlands toneel of zoiets. We zouden samen naar onze bestemming reizen. ''Kind'', zei hij, ''we gaan lekker met de eerste klas, en gaan in Den Haag een heerlijk broodje kroket eten.'' Te bestemder plekke aangekomen, liep ik wat verlegen achter hem aan, op weg naar de tent waar wij ons broodje zouden nuttigen. Opeens gaf hij me een duw, en stonden we in een prachtig Indonesisch restaurant waar hij een rijsttafel liet aanrukken. ''We gaan het eens over je toekomst hebben'', zei Martin. Hij was gek op dat soort verrassingen.'

Het is de vraag of zijn opvolger van de betrekkelijk autonome en in menig opzicht verwende Groene-redactie de kans heeft gekregen om van zijn hoofdredacteurschap iets moois te maken. Feit is wel dat de voornemens van Van Westerloo het wezen van De Groene raakten. Zo stelde hij de bestuurlijke onafhankelijkheid die het blad sinds 1877 met moeite overeind had gehouden ter discussie, en kondigde hij aan naar een nette uitgever te gaan zoeken. 'Dat is een legitiem verlangen', zegt Van Amerongen. 'Want het geloofsartikel van de onafhankelijkheid stoelt meer op emoties dan op argumenten. Het is alleen de vraag of het verstandig was dit heikele onderwerp op de eerste dag van de betrekking al op de agenda te zetten.'

Verder spoorde Van Westerloo zijn redacteuren aan de 'bureaujournalistiek' waarin zij zo bedreven waren geraakt af en toe eens te verruilen voor artikelen waarvoor zij de straat op moesten. Want dáár gebeurt alles, declameerde de nieuwe hoofdredacteur. Groene-watcher Stephan Sanders vreest dat deze opdracht zich niet verdroeg met de eigenzinnigheid waarmee De Groene zich van andere periodieken placht te onderscheiden. 'Ik zie in elk geval dat ze de laatste tijd meer op de rest is gaan lijken. En er worden weer instinctieve geluiden geventileerd die het blad voorspelbaar maken. Zoals, in verband met de Kosovo-crisis: bommen zijn slecht, onder álle omstandigheden.'

En als íets funest kan zijn voor een blad dat zich in de marges van de bladenmarkt staande moet zien te houden, is het wel voorspelbaarheid. Het vermogen om dááraan te ontkomen is, evenals de relatieve armlastigheid die daarvan het gevolg is, de grote constante in de 122-jarige geschiedenis van De Groene.

Ze trotseerde de kunstpauzen met de verwelkoming van de Tachtigers. Ze verwarde de kwaliteiten van Van Gogh niet met diens 'zielzieke natuur'. Ze verweet de SDAP gezapigheid toen de politiek net aan haar aanwezigheid gewend raakte. Ze deelde niet in de algemene voldaanheid over de verkwanseling van Tsjechoslowakije aan Hitler. Ze betreurde als eenling de eerste politionele actie in Indonesië. En ze bracht links Nederland in verwarring met twijfels over de democratische gezindheid van het ANC. 'Terwijl andere weekbladen meer en meer informatie gaan hálen', schreef oud-redacteur A. Alberts in 1976, 'blijft De Groene thuis studeren. De Groene blijft de krant van de zakelijke, nonconformistische analyse, van de achtergrond, van de grote lijn.'

Over de positionering van De Groene tegenover het eigen verleden maakt Van Amerongen zich nog de minste zorgen. 'Mijn prioriteit is het herstel van de goede verhoudingen binnen de redactie. Want daarin schijnt de afgelopen tijd nogal de klad te zijn gekomen. Harmonie zou ons evenzeer moeten typeren als de bevlogenheid waarop wij ons altijd zo hebben laten voorstaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden