Een leven 'verpest door poëzie', maar hij kon het niet laten: dichter Menno Wigman (51) overleden

Afgelopen woensdag werd nog bekend dat dichter Menno Wigman met zijn meest recente bundel 'Slordig met Geluk' is genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs, waarvan de winnaar op 17 maart bekend wordt gemaakt. Terwijl de felicitaties op sociale media binnenstroomden, stierf Wigman donderdagochtend in het VU ziekenhuis te Amsterdam aan de gevolgen van een hartkwaal. Hij is 51 jaar geworden.

Foto Linelle Deunk

'Had je maar nooit een gedicht gezien', luidt de laatste regel van 'Rien ne va plus', uit Slordig met geluk (2016), zijn meest recente bundel. Meer en meer geloofde Menno Wigman dat poëzie geen vorm van naastenliefde is:

'Eerder een ziekte
die je met een handvol hopeloze idioten deelt
een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt.'

Mijn leven is door poëzie verpest, schreef hij - maar wel in een gedicht, het klinkende bewijs dat hij het ondanks alles niet laten kon.

Had ik maar nooit een gedicht gelezen, was de regel die hem ooit trof in een brief van de Hollandse poète maudit, de vroeggestorven Slauerhoff. Wat bedoelde die daarmee, vroeg Wigman zich hardop af in een brief over zijn vak, poëzie, in de Sir Edmund van 16 september 2017. 'Zonder het zien en lezen van één enkel goed gedicht zou hij nooit de aandrang hebben gevoeld zich in poëzie te uiten. Zo zal het ik weet niet hoeveel dichters zijn vergaan. Poëzie zien doet poëzie schrijven en een goed gedicht schrijf je nu eenmaal niet alleen. Dus ja, een enkele keer zul je hier en daar best eens wat losse haren en stukjes nagel van bewonderde voorgangers als Rilke en Baudelaire in mijn gedichten kunnen aantreffen. En dat de meeste dingen allang gezegd zijn, daarop wil ik graag antwoorden met een variant op een regel uit mijn gedicht 'Jeunesse dorée': 'Is alles al gezegd, nog niet door mij.'

Als leerling van het Gymnasium Felisenum te Velsen-Zuid ontdekte Wigman de genoemde dichters die hem bevattelijk maakten voor de ongeneeslijke aandoening die poëzie heet. In zijn eigen bundels vanaf zijn officiële debuut in 1997 ('s Zomers stinken alle steden), ontpopte hij zich tot chroniqueur van de moderne Weltschmerz, in vormvaste en soepel lopende verzen. 'Het liefst zou ik dichtregels schrijven die de indruk kunnen maken er eigenlijk altijd al geweest te zijn. Heeft poëzie niet ook met een zekere welluidendheid te maken? Die mis ik nogal eens in de hedendaagse poëzie waarin er haast een sport van wordt gemaakt om tot vermoeiens toe te 'ontregelen'.'

Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij als ambassadeur her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde, waarover hij zou berichten in Slordig met geluk:

'Twee weken in mijn eigen graf gekeken,
Zo diep dat ik het haast begeven had.
Mijn hart was op, mijn borstkas stond op breken,
ik vocht verward, verweesd en afgemat,
een nietig schaakstuk uit de Rubáiyát,
toen worstelde ik me weer naar het leven.'

Daarna probeerde hij te minderen met roken en drinken, vertelde hij in een Volkskrant-interview uit 2016, 'maar ik heb het gevoel dat ik een tikkende tijdbom ben.'

Al die zwaarmoedige dichters, dat was spelen met vuur geweest, dacht hij op zijn 49ste, toen hij de balans opmaakte: veel voor de poëzie overgehad, het lichaam gesloopt, twintig jaar 's nachts geleefd ('De zon was mij nooit opgevallen als hij niet/ steeds onderging'), niet getrouwd, geen kinderen gekregen. Nooit genezen door het schrijven, of erdoor gewapend tegen rampspoed. In het ziekenhuis ervaren dat er niets moois is aan verval, zoals hij nog dacht toen hij lang geleden Les Fleurs du Mal las, en droomde van zijn eigen naam in druk en meisjes die 'erin trappen'. Was het dat waard geweest? Nu zat hij met lege handen.

Nu ja, tweemaal was hij bekroond. Voor Zwart als kaviaar (2001) kreeg hij de Jan Campertprijs, en in 2015 werd hem de A. Roland Holst-penning toegekend. Naast zijn eigen bundels, waaruit een bloemlezing verscheen onder de modern-klassieke titel De droefenis van copyrettes (2009), publiceerde Wigman vertalingen van Baudelaire, Else Lasker-Schüler, Rilke, De Nerval en Leopold Andrian.

Ook was hij betrokken bij het groepje dichters rond F. Starik dat geregeld gedichten maakt voor mensen die in eenzaamheid sterven, om de verzen dan tijdens de uitvaart voor te dragen. De laatste keer zal een halfjaar geleden zijn geweest: Menno Wigman fietste aarzelend door de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, om Starik op te halen. Samen zouden ze naar Sint Barbara gaan, voor weer een eenzame uitvaart. 'Ik voel me erg onzeker in het verkeer. Heb een gids nodig. In mijn eentje kan ik die begraafplaats nooit vinden,' lichtte hij toe. Dat klonk geruststellend.


Tot besluit

Ik ken de droefenis van copyrettes,
van holle mannen met vergeelde kranten,
bebrilde moeders met verhuisberichten,

de geur van briefpapieren, bankafschriften,
belastingformulieren, huurcontracten,
die inkt van niks die zegt dat we bestaan.

En ik zag Vinexwijken, pril en doods,
waar mensen roemloos mensen willen lijken,
de straat haast vlekkeloos een straat nabootst.

Wie kopiëren ze? Wie kopieer
ikzelf? Vader, moeder, wereld, dna,
daar sta je met je stralend eigen naam,

je hoofd vol snugger afgekeken hoop
op rust, promotie, kroost en bankbiljetten.
En ik, die keffend in mijn canto's woon,

had ik maar iets nieuws, iets nieuws te zeggen.
Licht. Hemel. Liefde. Ziekte. Dood.
Ik ken de droefenis van copyrettes.

Menno Wigman
Uit: Dit is mijn dag
Prometheus 2004

Menno Wigman, de man die 'slordig met geluk' was

Wigman dichtte voor de eenzame doden
Een groep dichters maakt gedichten voor mensen die in eenzaamheid sterven en draagt ze voor tijdens de uitvaart. Onder hen was Menno Wigman. Waarom dichten voor iemand die het zelf nooit zal horen?

'Ik begrijp steeds minder van poëzie'
Wigman ontdekte in een leven gewijd aan poëzie 'slordig met geluk' te zijn geweest - de titel van zijn laatste dichtbundel, die alom werd bejubeld. Lees hier het Volkskrant-interview naar aanleiding van die bundel terug.

Vijf sterren voor Slordig met geluk
'Met een machinezaag en een romantische inborst ontleedt Wigman zijn leven, zijn omgeving, zijn werk. Hij is - op z'n zachtst gezegd - ontstemd.'

Foto Robin De Puy / de Volkskrant