Een leven lang dwars, eigentijds en geëngageerd

Constant was de belangrijkste woordvoerder van Cobra, de groep die zich verzette tegen het ‘mooie schilderen’. Door zijn idealistische rechtlijnigheid is hij de minst bekende gebleven....

Constant Nieuwenhuys – de laatste jaren zag je hem vooral wandelen in de omgeving van de Amsterdamse Oostelijke Eilanden, vlakbij het Scheepvaart Museum, waar hij zijn atelier had in een oude school. Een fragiele, licht gebogen gestalte, kuierend met zijn hondje over straat.

De vaalbruine Norwich-terrier, roepnaam Tikus, ging ook mee naar de openingen van zijn eigen tentoonstellingen. Tot op het laatst, want de schilder, ontwerper, visionair en idealist die gisteren stierf op 85-jarige leeftijd, was zeker geen vergeten kunstenaar. Integendeel, Constant en zijn werk stonden nog altijd in het middelpunt van de belangstelling: een overzichtstentoonstelling van zijn grafische werk in het Cobra Museum, een symposium over zijn New Babylon-project op de TU in Delft, een overzichtstentoonstelling van het project in New York en een aparte zaal in de laatste Documenta-tentoonstelling in Kassel. Zelf bleef hij, ondanks zijn wat broze verschijning, strijdbaar en geëngageerd. En wars van iedere mode, onder het motto: ‘Ik heb me altijd verzet tegen de trend van de tijd, en dat zal ik blijven doen.’

Die dwarsheid bracht hem ook in conflict met zijn aanvankelijke medestanders van het eerste uur, Karel Appel en Corneille. De drie kunstenaars vormden het Nederlandse aandeel van de Cobra-beweging, waarvan het ontstaan door Constant was geïnitieerd.

De in 1920 geboren Amsterdammer volgde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de kunstnijverheidsschool en de Rijksakademie. In 1946 ontmoette hij de Deense schilder Asger Jorn, en even later Christian Dotremont. Gedrieën schreven ze het manifest waarmee in 1949 Cobra werd opgericht. De internationale beweging, waarvan de Franse benaming was afgeleid van de hoofdsteden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam, stond voor ongebreidelde fantasie en energie (‘Après nous la liberté’), maar ook voor het protest tegen het ‘mooie schilderen’.

Constant was de belangrijkste woordvoerder van de groep en schrijver van de onheilspellende zin: ‘Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles samen.’ Zelf schilderde hij naast vrolijke beeltenissen van dieren vooral veel nachtmerrie-scènes vol brandende huizen, gewonden en doden, in een grimmige kinderstijl, die Cobra bekend zou maken. Onderwerpen die hij had opgedaan bij een bezoek aan het verwoeste Londen, kort na de oorlog.

De beweging van Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars bleek een succes (met felle voor- en tegenstanders), maar evenwel van korte duur. Terwijl Constant het meer theoretische gedachtegoed van Cobra bleef vertegenwoordigen, braken Appel en Corneille internationaal door als schilders, en oogstten daarmee succes. Een ‘verraad aan de experimentele beginselen’ dat Constant hen nooit heeft vergeven.

Wat hem voor ogen had gestaan bij de oprichting van Cobra was een anoniem opererend collectief, dat de wereld zou bestoken met geschilderde pamfletten, in plaats van economisch verhandelbare producten, waarvan hij Appel en Corneille betichtte. Door die idealistische rechtlijnigheid is Constant van de drie wel altijd de minst bekende gebleven.

In 1952 werd de beweging ontbonden, maar Constant bleef de man met een missie. In plaats van platgebombardeerde steden uit te beelden, richtte hij zich vanaf 1956 op de toekomst: hij sloot zich aan bij de Internationale Situationiste, een groepering die ideeën lanceerde voor nieuwe stedenbouwkundige en sociale structuren.

Uitgaande van het idee van de homo ludens, de ‘spelende mens’ (een term die hij ontleende aan Johan Huizinga), begon Constant aan zijn futuristische New Babylon-onderzoek. De talloze driedimensionale schaalmodellen, uitgevoerd in plexiglas, ijzerdraad en hout, laten een stad zien die zich als een labyrint over de kaart van Nederland uitstrekt – hoewel Constant zelf liever niet van een stad sprak, maar van ‘het ontwerp van een nieuwe cultuur’. De blauwdruk van het ‘ludieke’ nomadenkamp op wereldschaal paste in de revolutionaire jaren van provo’s en studentenopstanden. Om het project te kunnen financieren moest hij wel zijn hele collectie Cobra-schilderijen verkopen.

Begin jaren zeventig leek het spirituele, revolutionaire vuur enigszins te zijn gedoofd. Constant bekeerde zich tot de klassieke meesters, zoals Velázquez, Titiaan en Delacroix. Langzaam schilderde hij volgens de oude methodes, laag over laag, in dunne, transparante olieverf. Maar de onderwerpskeuze bleef onverwijld eigentijds en geïnspireerd door zijn niet aflatende engagement: Vietnam, Afrika en Kosovo, armoede, hongersnood en vluchtelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden