EEN LEVEN IN HET TEKEN VAN HET THEATER

In de feestbundel Blokboekblokschijf voor dramaturg Tom Blokdijk gaan de gastauteurs een soort gesprek aan met de gefêteerde. Door Karin Veraart..

Wanneer Blokdijk en het theater elkaar ontmoeten, borrelt en sist het aan alle kanten, schrijft de Vlaamse theaterwetenschapper Luk Van den Dries over dramaturg Tom Blokdijk. Even daarvoor heeft Van den Dries geanalyseerd waardoor dat sissen en borrelen precies wordt veroorzaakt: het geloof in een betere wereld als krachtige drijfveer, als ‘een soort basisvoorwaarde om een leven in het teken te stellen van het theater.’

In Traktaat, vuistslag of tegenbeeld, Van den Dries’ bijdrage aan Blokboekblokschijf, gaat de Vlaming van de in totaal vijf gastauteurs die meewerkten aan deze feestbundel, misschien wel het meest gedetailleerd in op de manier van werken van Blokdijk. Hij beschrijft Blokdijks plek in het theaterveld, een ‘positie tussen theorie en praktijk, tussen kunstenaar en toeschouwer’, een positie die ‘de nodige besmetting in denken heeft opgeleverd’, en heeft geresulteerd in ‘steeds zoekende, onaffe beschouwingen, teksten die hoe dan ook niet weinig hebben bijgedragen aan de State of the Art in het denken over kunst en samenleving’.

Met die teksten kunnen we nu (hernieuwd) kennismaken in het bij het Theater Instituut Nederland verschenen eerbetoon aan Tom Blokdijk, een fijn vormgegeven uitgave met de volle titel Blokboekblokschijf, Tom Blokdijk over theater 1970 - nu. Voor Blokdijks eigen teksten kunnen we ons wenden tot de ‘schijf’, ofwel een cd-rom, terwijl de vijf gastauteurs te raadplegen zijn in het boek (waarin ook opgenomen een van Blokdijks jongste essays).

Tom Blokdijk (1939) studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en Dramaturgie, werkte als journalist (Toneel Teatraal, De Groene Amsterdammer), zat in diverse beleidsorganen, doceerde aan de Toneelschool Amsterdam, initieerde mede Het Theaterfestival en is als dramaturg/bewerker bij verschillende gezelschappen betrokken. Het zijn werkzaamheden waarbij Van den Dries kort stilstaat en dat is best prettig, zo halverwege het boek; hij is een heldere, vlotte schrijver, die ogenschijnlijk moeiteloos verbanden legt (en ook degene die met een knipoog ingaat op de ‘uit de hand gelopen progressieve spelling’, die we veelvuldig aantreffen in Blokdijks schrijven).

De rest van de auteurs doet dit allemaal niet en dat valt te prijzen in de opzet van dit boek: in plaats van de gefêteerde aan een zoveelste onderzoekje te onderwerpen, gaan zij met hem een soort gesprek aan; gekoppeld aan een van Blokdijks thema’s maar doorgetrokken naar het theater van nu.

En dat levert zo nu en dan interessante bespiegelingen op, niet in de laatste plaats van Marianne van Kerkhoven, collega-dramaturg die door Van den Dries ook soms in een adem wordt genoemd met Blokdijk, als geëngageerde, zoekende, bevragende theaterliefhebber.

Tot slot schreef Blokdijk (samen met Arthur Sonnen) zelf de uitsmijter: een gepassioneerd betoog ‘in drie bedrijven’ waarin zij zich buigen over de essentie van het komende Kunstenplan. Ze staan stil bij de staat van het theater, zoals vorig seizoen in kaart gebracht door regisseur Ivo van Hove, en maken kritische kanttekeningen bij zijn verhaal; ze nemen de ‘dramatische bezoekcijfers’ aan het theater onder de loep en constateren dat het zowaar wel meevalt met alle ellende; ze bestuderen de verhouding tussen kleine en grote zaal, en doen, zoals het hun betaamt, uiteindelijk een aantal lezenswaardige voorzetjes tot een oplossing.

Karin Veraart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden