Een leugenachtige koning

NEDERLAND MOET vernietigd worden, zoals Rome Carthago moest vernietigen. Dit krasse pleidooi werd in februari 1673 in het Britse parlement gehouden door Anthony Ashley Cooper, Earl of Shaftesbury, en een van de belangrijkste ministers van koning Charles II....

Jan Joost Lindner

Het vaderlandse rampjaar was juist voorbij, maar de Nederlandse republiek was nog grotendeels bezet door de troepen van de Franse koning Lodewijk XIV. Engeland had, net als zes jaar eerder in de Tweede Zee-oorlog, op zee weinig militaire vorderingen kunnen maken. De Engelse incompetentie en corruptie telden zwaar, evenals het genie van de Hollandse vlootvoogd Michiel de Ruyter. Toen die in 1667 zijn beroemde tocht naar Chatham maakte, konden de Engelse kustbatterijen niets uitrichten. Het eikenhout onder de kanonnen was gestolen en het geschut zonk na ieder schot in de modder.

Nederland was veel rijker dan Engeland of welke natie ook en beheerste nog steeds de wereldhandel. Deze oorlog was voor Engeland de gelegenheid om aan die situatie voorgoed een einde te maken, meende minister Lord Shaftesbury. De eigenwijze republiek lag vrijwel op de knieën, maar weigerde te voldoen aan redelijke Engelse vredesvoorwaarden. De Hollanders wilden, net als Rome, de hele wereld overheersen, riep de minister. En het was Engelands roeping om samen met Frankrijk daaraan aan einde te maken om zelf de wereldhandel te gaan beheersen.

Wat Shaftesbury en zijn koning precies met Nederland van plan waren, zullen we nooit weten. Zij wilden allereerst veel geld van het Engelse parlement om nog enig militair succes te kunnen boeken. De grote sommen gelds die Charles II van de Franse koning had gekregen in ruil voor zijn geheime belofte ooit katholiek te worden, waren op.

Het parlement gaf inderdaad geld, zij het mondjesmaat, maar Engeland bleef militair impotent en sloot een jaar later een schamele vrede met de republiek. En de meeste Engelse politici hadden eigenlijk een veel grotere hekel aan de katholieke én hautaine Franse Lodewijk. Charles' geheime verdrag met Lodewijk werd pas in 1830 ontdekt.

De Engelse koning, die zo anti-Nederlands was en die zo goed kon liegen, is levendig geportretteerd door Stephen Coote. Hij is een beroepsschrijver van biografieën. Coote had eerder Walter Raleigh (ontdekkingsreiziger en hoveling bij Elizabeth I) en de dichters Byron, Keats en Yeats onder handen. Hij is ontegenzeggelijk een vaardig biograaf, die vooral de persoonlijke eigenaardigheden van zijn subjecten goed uitbuit. De politieke en historische achtergronden krijgen bij hem wat minder aandacht. Coote is meer verteller; de Charles-biografie van Antonia Fraser uit 1979 is robuuster en ambitieuzer.

Fraser bemantelde de minder frisse trekken van de monarch allerminst, maar zag ook zijn goede zijden. Haar slotoordeel was tamelijk positief: Charles had zijn land na de burgeroorlogen en Cromwells dictatuur vrede gegeven. Bij Coote ontbreekt een historisch oordeel vrijwel geheel. Zijn Charles is meer verbeten en kwalijker. Diens vrolijke en genotzuchtige kant ('the merry monarch') was meer een façade. Deze koning was vooral een onzekere overlever en zijn politiek heeft niets duurzaams opgeleverd, integendeel.

Over de vraag of Coote zijn 'held' tekort heeft gedaan, kan worden getwist, maar deze Charles is wel een goed voertuig voor ruige verhalen, ietwat in de stijl van een schelmenroman. Dat maakt deze biografie in ieder geval tot een zeer leesbaar en soms zelfs opwindend geheel.

Charles leerde al vroeg dat de stijfhoofdigheid van zijn vader Charles I (die dat hoofd dan ook in 1649 op Cromwells schavot verloor) niet heilzaam was in een tijd van godsdiensttwisten en dwingende parlementaire machtsaanspraken. Zijn weg naar (hoogst betrekkelijk) succes was geplaveid met valse beloften, misleiding, vleierij en rechtstreekse leugens.

Dat begon al in 1650, toen de troonpretendent aan de starre Schotse Kirk-leiders beloofde hun variant van het calvinisme aan te hangen. Hij kroop zelfs zo ver in het stof dat hij allerlei misdaden van zijn Stuart-dynastie erkende en afzwoer. Hij moest soms zes preken per dag aanhoren en hij werd vaak vernederd. Toen een predikantsvrouw een stoel voor hem wilde aanslepen, zei de stramme man Gods dat een jongeling als de koning zelf wel zijn stoel kon pakken.

God was op het slagveld niet met deze dominees en Charles moest uit Engeland vluchten met behulp van de katholieke 'ondergrondse' in de buurt van Wales en Bristol. Het verhaal van die vlucht is beroemd, vooral dat deel waarin wordt verteld dat Charles zich langdurig verstopte in een boom, waar Cromwells soldaten onderdoor banjerden.

De koninklijke vluchteling toonde zich een goede (leugenachtige) acteur. Verkleed als landarbeider gromde hij tegen een smid dat het tijd werd dat ze die schurk van een Charles vonden en opknoopten. Coote weet als vaardig schrijver met deze spannende episode wel raad, en ook met alle frustraties en warrige liefdesaffaires van de straatarme banneling. Charles' Restauratie in 1660 was nauwelijks eigen verdienste. Hij was enige tijd razend populair, maar het parlement prentte hem algauw in dat hij zich niet te veel moest verbeelden. Geld voor 'grote' (anti-Hollandse) politiek kreeg hij nauwelijks en van tolerantie tegenover katholieken en de steile protestanten kon geen sprake zijn.

Alleen door zich voortdurend door Versailles te laten subsidiëren (én manipuleren) ontsnapte Charles aan de parlementaire controle. Het heeft Nederland veel verlies van bloed en geld en ook veel maritieme roem opgeleverd.

In Charles' latere periode betaalde Lodewijk XIV hem om buiten alle Europese politiek te blijven, zodat hij geen bondgenootschap met stadhouder Willem III kon vormen. In Engeland ontstonden twee partijen, Whigs en Tory's. De laatsten waren voor dominantie van de landeigenaren, voor anglicaanse suprematie en stabiel koningschap. De Whigs wilden vooral voorkomen dat Charles' katholieke broer, de latere James II, hem zou opvolgen.

Hun agitatie, onder leiding van oud-minister Shaftesbury, nam zulke barre vormen aan dat Charles de meeste leiders van de Whigs gevangen zette. Shaftesbury vluchtte naar hetzelfde Amsterdam dat hij eerder - als een nieuw Carthago - wilde vernietigen. Hij stierf daar in 1683, twee jaar eerder dan de koning die hij zo lang gediend én bestreden had.

Charles werd op zijn sterfbed katholiek. James volgde hem op en wist in korte tijd Whigs, Tory's én alle steile protestanten tegen zich in het harnas te jagen. De Glorious Revolution van 1688, die Haagse Willem III en diens vrouw Mary (James' anglicaanse dochter) op de troon bracht, was het gevolg. Coote zegt het niet expliciet, maar zijn verhaal maakt wel duidelijk dat het leugenachtige opportunisme van Charles II grotendeels aan de basis heeft gelegen van deze ondergang van de Stuarts.

Een grimmig, maar mooi boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden