Een lege jas in Enschede

'Pas op. Ik ben geen aardige oude man.' George Tabori, Hongaar van geboorte, vreemdeling bij toeval, belichaamt driekwart eeuw cultuurgeschiedenis....

Als de zevende deur van Blauwbaards burcht openzwaait, valt een streep gouden licht schuin over de bühne. De mensen in de schouwburgzaal zijn opgelucht als ze zien dat twee heren het podium oplopen. Of beter gezegd schuifelen, erg snel gaat het niet. De ene is Matteo de Monti, donkerharige man met een streng voorkomen. Hij ondersteunt een bijna lege jas, met daarin een licht gebogen heertje, stijlvolle hoed recht op het hoofd. Samen wandelen ze naar de loopbrug over de orkestbak.

George Tabori is gearriveerd.

Aan de overkant van de brug worden ze welkom geheten door diverse aanwezigen, zoals de eerste regie-assistent, de tweede regie-assistent, belichters, een geluidstechnicus, de decorontwerper, medewerkers van de Nationale Reisopera, een stagiaire. Men zoent, men pakt zijn hand, men omhelst. Hoe gaat het met hem vandaag? Heeft hij goed geslapen? Wil hij een kopje koffie? Een kruik om zijn koude handen op te leggen? Kan iemand een asbak halen?

Het bericht verspreidt zich door de zaal: George Tabori voelt zich niet zo goed vandaag.

De regisseur schuift voorzichtig naar een plaats in de buurt van het podium. Sinds de mislukte staaroperatie van twee jaar geleden ziet hij naar eigen zeggen met één oog niets dan modern art. Alras stijgt vanuit de tiende stoel van de derde rij een rookpluimpje op. Daar gaat de eerste HB-filter.

'Ik zie en hoor niet meer zo goed als vroeger. Maar hoe ernstig is dat verlies eigenlijk, de toestand van onze wereld in aanmerking genomen,' schreef Tabori in zijn opstel Der alte Mann und was mehr. Heel wat geruis en onzin komt op latere leeftijd gefilterd binnen, de kakofonie wordt gedempt, je ontwikkelt een derde oog en oor, die er - als je geluk hebt - voor zorgen dat een kern overblijft. Eine Mitte die halten wird, nicht 'die Dinge die ausenanderfliegen'. Hij schreef het ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, nu al weer bijna dertien jaar geleden.

In gedachten zie je hoe met hem de cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw een plaatsje zoekt in het pluche van de Twentse schouwburg. De man die met Alfred Hitchcock werkte, met Bertolt Brecht, met Dustin Hoffman, met Joseph Losey en met Elia Kazan, die bevriend was met Thomas Mann en Lotte Lenya, met Laurence Olivier en Charlie Chaplin, die een affaire had met Greta Garbo, die filmscenario's maakte in Hollywood, boeken schreef in New York, theater regisseerde in Wenen en Berlijn en opera in Leipzig - die man is in Enschede om een voorstelling van de Nationale Reisopera te regisseren.

De repetitie - zonder orkest maar wel al met decor en kostuums - begint met Erwartung van Arnold Schönberg, een drama voor solozangeres uit de begintijd van de psychoanalyse, over een vrouw die haar geliefde mist en in hysterie ontvlamt. Daarna Hertog Blauwbaards Burcht van Béla Bartók, de tragedie van de wrede vorst en diens onnozele bruidje. Twee stukken uit het begin van deze eeuw, van componisten die de grenzen van de opera wilden aftasten; vaker worden ze op één avond gespeeld, maar zelden in deze volgorde.

Matteo de Monti vertolkt de rol van Hertog Blauwbaard. Terwijl Judith (Simone Sauphanor) de zeven deuren opent - minden ajtót ki kell nyitni! - en zo het bloedige geheim van zijn burcht achterhaalt, trommelt hij nerveus met zijn gehandschoende hand op zijn been. Ze streelt de lege mantel waarin hij haar later met een grijns zal wurgen.

Na afloop scharen de zangers zich meteen rond de kleine man op de derde rij. 'Heel goed', zegt Tabori met zachte, trage stem tegen De Monti. 'Je moet lachen als je haar vermoordt. Je hebt er plezier in dat onnozele wicht te kelen.'

Veel meer zegt Tabori vandaag niet. Hij is geen regisseur die de wijsheid in pacht heeft. Wir werden daran scheitern, und das ist gut, schreef hij eens. Scheitern, mislukken - dat is de voorwaarde voor een mooi resultaat. Tabori noemt zich geen Direktor, maar Spielleiter. Een regisseur weet het beter, een Spielleiter weet niks; die leert alles van de spelers. Daarin schuilt volgens hem het verschil.

In de kleedkamer, waar de acht sleutels van Blauwbaard in een foedraal op de kaptafel liggen, toont De Monti zich blij met de lof. Be less of a Schmuck, had Tabori hem gisteren toegevoegd, wees niet zo opgeprikt. Vandaag had hij die woorden ter harte genomen door met zichtbaar plezier zijn geliefde te vermoorden.

Zonder Matteo de Monti zou er geen Tabori in Enschede zijn. Hij arrangeerde een ontmoeting met Louwrens Langevoort, intendant van de Reisopera (op een merkwaardige plek: het joodse kerkhof van Wenen). De Monti is zijn vriend, zijn chaperon, hij haalt hem 's morgens op in zijn hotel, brengt hem naar het theater, rijdt hem weer naar huis, praat met hem en kookt voor hem. Geen groter plezier dan 's avonds met Tabori te dineren en te zien hoe de vier poezen daarna zijn bord leeglikken. Zoals gisteren, toen ze verse Hollandse tong aten, met een fles Pomerol erbij. Misschien dat diens leeftijd - twintig jaar - de wankele conditie van Tabori verklaart. Ook De Monti had last. Voor de spiegel ligt een buisje Deascillococcinum, te gebruiken bij opkomende griep.

Voor het eerst in vijftien jaar zingt De Monti in zijn geboorteland. Hij verliet Nederland op jonge leeftijd, woont al jaren in Oostenrijk. Zijn vriendschap met Tabori begon in 1986, toen hij zong in diens tweede operaregie, Der Kaiser von Atlantis. Later was hij in Schönbergs Mozes und Aaron, die Tabori in Leipzig regisseerde, de Mozes die zich staande moest houden tegenover een koor van 130 antisemieten.

Gewoonlijk wordt bij de opera zes uur per dag gerepeteerd, nu is dat de helft. Toch vergen de repetities veel van Tabori. Weinig buitenlucht, HB-filtersigaretten de hele dag door - theater is een ongezond bedrijf. Ach, ook in een rolstoel kun je regisseren, zegt Tabori dan. De Monti troost zich met diens toezegging dat hij in elk geval tot 2000 zal blijven leven.

Bij zijn thuishaven, het Burgtheater in Wenen, is men eraan gewend dat Tabori desnoods op de dag voor de première een voorstelling nog omgooit. Ook de rekkelijkheid van de Reisopera wordt danig op de proef gesteld, vermoedt De Monti. Zo speelde een paar weken eerder, toen nog in de studio van het Forumhuis in Enschede werd gerepeteerd, Erwartung zich af in een Christo-achtig decor, met ingepakte wanden en attributen. De Monti had daar nog een rolletje in, als dokter die de vrouw uit haar dwangbuis bevrijdt. Die dokter is compleet verdwenen. En het decor is nu diepblauw, net als dat van Blauwbaard.

Trudeliese Schmidt vertolkt de vrouwenrol in Erwartung. Als een waanzinnige tast ze de randen van haar kleine domein af. Ze slaat met haar vuist de spiegel aan diggels, haalt haar gezicht open, koestert de leegte van haar dwangbuis als een verloren geliefde. Warum hat man dich getötet?

Een paar weken geleden was ze tijdens een repetitie heftig tegen de bezoeker uitgevallen. 'Wat zit u hier te schrijven! We zijn hier aan het oefenen. Zo kan ik niet zingen.' Ze verontschuldigt zich nogmaals. Zo'n repetitie in het beginstadium is heel intiem. Zeker als Tabori de regisseur is. Hij is een idool van haar, met hem te werken was al jaren een droomwens. Ze heeft er contracten voor laten lopen die het vijfvoudige zouden opbrengen. Het resultaat interesseert haar in dit geval minder dan het wordingsproces. Maar toch, zo'n regisseur die niets vastlegt, die bovendien geen grote kennis heeft van opera - het is anstrengend.

'Heeft Bayern München gewonnen? Na Gut. En heeft der Klinsmann nog gescoord? O, die speelde niet. Maar ze staan dus bovenaan.' Tabori knikt tevreden.

Maandagochtend in Enschede. Nog vijf dagen resteren voor de première. Dirigent Andrea Stöhr moppert omdat zanger De Monti er niet is. Zo kan hij geen balans zoeken tussen orkest en zang. Ook de lichtmensen willen weten waar ze aan toe zijn. Tabori twijfelt of hij alsnog met Blauwbaard zal beginnen. Erwartung is zo'n weerbarstig stuk, dat jaagt misschien het publiek in de pauze weg, is hem gezegd. Gezien de status van moderne muziek in Nederland betwijfelt hij of dat klopt.

Spreken we Engels of Duits? Hem maakt het niet uit, al schrijft hij zijn teksten doorgaans in het Engels. Erwartung/Blauwbaard is pas zijn zesde operaregie, hij debuteerde in dit genre op 72-jarige leeftijd en kijkt nog steeds met verbazing tegen het fenomeen aan. 'Ik ben hier om te leren. Over muziek, over hoe zangers zich op het podium gedragen. Waarom kunnen ze niet gewoon zitten terwijl ze zingen? Dat zou me zeer bevallen. Van mij hoeven ze niet te doen alsof ze in een toneelstuk spelen. Maar dat schijnt niet mogelijk te zijn.'

Is hij bang voor de reacties van het publiek? Hij kijkt op, voelt zich meteen uitgedaagd. 'Pas op. Ik ben geen aardige oude man. Straks laat ik de zangers alsnog zitten.

'Ik bereid me haast niet meer voor, begin nooit met een kant en klare opvatting aan een regie. De zangers geven, net als acteurs, zelf vorm aan hun rol. Maar vanaf de eerste dag van de repetities kennen ze hun partijen. Dat is heel anders dan bij theater. Na drie weken dacht ik: klaar.

'Bertolt Brecht zei vlak voordat hij stierf dat we niet mochten vergeten dat hij een naïeve schrijver was. Ik begrijp wat hij bedoelt: theater is een naïef medium. Opera is nog naïever. Mozart had geluk met zijn librettisten, maar doorgaans zijn operateksten niet van eersteklasschrijvers. Er zit geen Othello of Macbeth tussen.'

Het libretto dat Béla Balász voor Blauwbaard schreef, staat hem in het geheel niet aan. 'Balász was geen theatermens. Dit is een typisch gezwollen tekst van voor de Eerste Wereldoorlog.' Heel graag had hij een Nederlandse vertaling laten zingen, maar dat is in de opera ongebruikelijk. Blauwbaard wordt - met simultaanvertaling - in de oorspronkelijke taal gezongen. De Hongaar Tabori is waarschijnlijk de enige die het stuk kan verstaan.

Tabori heeft zijn landgenoot Béla Bartók, held van zijn jeugd, nooit ontmoet. Ook Schönberg trof hij nooit, al woonden ze tegelijk in Los Angeles, beiden als emigrant. Tabori was toen romanschrijver ('heel rustig, dan draaien er niet steeds vier, vijf, zes mensen om je heen'), en verkeerde niet in kringen van musici.

'Toeval regeert mijn leven. Bij toeval kwam ik tijdens de oorlog in Istanbul, in Palestina, Caïro, Londen. Daarna ging ik naar de Verenigde Staten als bezoeker, en bleef er twintig jaar. Bij toeval hoorde ik dat iemand in het Schillertheater in Berlijn m'n stuk Cannibals wilde doen. Ik liet me ompraten om daarheen te gaan, maar niet vanuit de verwachting in West-Duitsland te blijven. Zoals ik daarna niet verwachtte naar Oostenrijk te verhuizen, en nu niet op Nederland had gerekend. Verklaringen komen pas achteraf.

'Sinds ik Hongarije verliet ben ik een vreemde, overal waar ik kom. Ik ben dat in Berlijn, in Wenen, in Enschede, in New York. De schrijvers die ik het meest bewonder zijn emigranten: James Joyce, Hemingway. Een vreemdeling ziet alles vanuit een ander standpunt, zonder dat hij dat per se wil.'

I'm a stranger in a world I didn't make, citeert hij de Britse dichter Stephen Spender. Ik ben geen patriot, zegt Tabori laconiek. Zijn joods-zijn maakt hem toch al tot een buitenstaander, vindt hij. 'Vroeger voelde ik me amper joods. Mijn vader geloofde dat de joodse godsdienst, net als elke religie, een privé-aangelegenheid is, en door toeval wordt bepaald. Ik kwam als kind nooit in een synagoge, ben niet joods opgevoed.'

Al vindt hij nog steeds dat een mens niet in termen van z'n godsdienst gedefinieerd kan worden, die onverschillige houding ten opzichte van het joods-zijn heeft hij laten varen. Het ontstaan van de staat Israël en alles wat daaraan voorafging dwong hem daartoe, zijn verhuizing naar Duitssprekende landen was een verdere stimulans. Stukken als Mein Kampf en Jubileum getuigen van dat engagement. 'Maar ik ben nog steeds verbaasd als ze zeggen: George Tabori is een joods-Hongaarse schrijver. Was Goethe dan een Duits-protestante schrijver? Wat is dat voor een onderscheid?'

sterben wie geboren zu sein nur andersherum

den tod als ferien zu begrüpen

eine endlose kaffeepause am meer

und mich nicht ärgern dass zwei tage

na gut sagen wir zwei wochen nach meinem begräbnis

nicht viel übrigbleibt

paar papiere schuhe asche

(uit: 'Was mich ärgert, am meisten ärgert', in George Tabori: Betrachtungen über das Feigenblatt.)

Twee jaar geleden zag hij Richard II op televisie, met een vrouw in de titelrol. De regie was sober: weinig actie, weinig beweging, weinig expressie. Precies zoals Tabori het graag heeft. Richard II zou hij graag nog eens doen. Maar er is geen Duitse vertaling die Shakespeare recht doet. 'De taal was toen nog nieuw, veel unanständiger. Het onfatsoenlijke, de Arsloch, is in de vertalingen verloren gegaan.'

Na de première van Erwartung/Blauwbaard gaat hij terug naar Wenen om een stuk van de schrijfster Elfride Jellinek te regisseren. Hij heeft het nog niet gelezen, maar weet dat het gaat over de vier zigeuners die vorig jaar in Burgenland bij Wenen zijn vermoord.

paar papiere schuhe asche - 'Ik ben niet zo jong meer als ik was. Vijftig stukken heb ik in 25 jaar geregisseerd. Mijn uitgever wil graag dat ik m'n autobiografie schrijf. Ik zou niet weten wanneer ik dat moet doen, maar ik denk na over het verzoek.'

Eerst wacht het licht in Enschede. Tabori tuurt naar het toneel, loopt dan naar de man bij de lichtcomputer. 'Komen er nog spots op de bank? Zet eens wat meer licht op Blauwbaard. Wat zeg je, is dit het lichtplan van Erwartung? Maakt me niet uit.'

Nationale Reisopera met Erwartung van Arnold Schönberg en Hertog Blauwbaards Burcht van Béla Bartók. Regie: George Tabori. Première: Twentse Schouwburg, Enschede, 29 maart. Tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden