Een leermeester tot zijn pupil

Jan Blokker

Moeilijk, lijkt me.

Ger Verrips, die het probeerde, heeft voor elk van de 'omissies' wel een rechtvaardiging. Het oeuvre ligt er voor iedereen die het lezen wil, zegt hij bijvoorbeeld, in alle haast Reviaanse eenvoud. Het privéleven noemt hij 'te intiem om als buitenstaander over te schrijven', en aangaande de eeuwige broedertwist met Gerard liet hij zich in een interview in Vrij Nederland ontvallen: 'Ik had gehoopt ook van Karel iets meer te weten te komen over hun levenslange vete, maar dat is er helaas niet van gekomen; hét beeld moet nog komen.'

En dat laatste geldt a fortiori voor de relatie tussen de latere schrijver en de rode jeugd.

Was Verrips wel de aangewezen biograaf?

In een aantal opzichten zeker. Weliswaar vond z'n eigen bekering tot het communisme pas plaats toen Van het Reve er net mee had gebroken, maar bepaalde ervaringen met het gesloten denksysteem hadden ze in ieder geval gemeen. Na de CPN ruim twintig jaar toegewijd te hebben gediend (o.a. als lid van het partijbestuur en redacteur van De Waarheid) kwam hij pas na 1975, toen hij zelf eindelijk was 'afgevallen', met Van het Reve in contact, als lezer, en in den lijve.

Hij begon aan een geschiedenis van de CPN, en ging o.a. te rade bij de man die nog kon meepraten over de betrekkelijk argeloze tijden van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen de Sovjet-Unie in Nederland om zo te zeggen nog bedekt werd met een door Henriëtte Roland Holst en Herman Gorter gebreide mantel der liefde.

'Onze gesprekken waren voor ons beiden informatief', zou Verrips zich herinneren. 'We begrepen elkaar snel.'

Dat zal vast, Van het Reve was als het moest een aimabel man. Maar je ontkomt niet helemaal aan de indruk dat deze zich tot de slechts zes jaar jongere Verrips verhield als een leermeester tot een pupil: niet in jaren maar in inzicht liep de ander achter.

'Verering van de Sovjet-Unie?', zou hij later zelf wel eens het afscheid van zijn 'revolutionaire' jonge jaren verklaren - 'dan kun je twee kanten op: je kunt er zo weinig mogelijk van te weten willen komen om je geloof in stand te houden, en je kunt er juist zo veel mogelijk van te weten zien te komen, en dan gaat je geloof naar de verdommenis. Dat was geen bewuste keus van me, dat is toevallig zo gekomen.'

De onwil om dingen te weten te komen - dat was natuurlijk precies het probleem dat een gelovige communist als Verrips zo lang op achterstand heeft gehouden. Zijn onmiskenbare bewondering voor Van het Reve is meteen ook de erkenning van het feit dat hij een hoop had in te halen. Pas na 1975 las hij Het geloof der kameraden, dat toch al in 1969 was verschenen, en vielen hem de schellen van de ogen.

Maar voordien gold ook een door Nederlandse communisten onder mekaar afgesproken algemeen verbod om het bestaan van Van het Reve al was het maar te erkennen. Zelfs voor de jonge intellectuele 'vernieuwers' die in de jaren zeventig lid van de CPN werden (en daar later in de bundel Alles moest anders een soort berouw over betoonden) bleef Reve als het ware taboe. Zijn boeken en zijn opvattingen werden niet aangevallen of weersproken, ze werden domweg genegeerd.

Bij Verrips heb je soms het idee dat hij zich om die reden bij Van het Reve nog altijd in het krijt voelt staan, alsof hij zich ergens schuldig aan heeft gemaakt en iets moet goedmaken - een indruk die mij indertijd ook voortdurend achtervolgde bij het lezen van z'n vorige biografie, van Albert Camus (1997). Maar dat kan ook verbeelding zijn.

Helemaal los van mogelijk persoonlijke 'hang-ups' die het Verrips lastig gemaakt kunnen hebben, moet worden vastgesteld dat elke biograaf van Van het Reve op het probleem zou zijn gestuit dat over de eigenlijke levensloop, waartoe ook Verrips zich vooral wilde beperken, weinig valt te onthullen, om de simpele reden dat Reve op dat punt al het gras voor ieders voeten lijkt te hebben weggemaaid.

Hij noemde zichzelf aan het eind van z'n leven dan wel een 'denkbeeldenschrijver', maar hij is natuurlijk bovenal een autobiografisch schrijver geweest, permanent niet alleen met anderen, maar vooral met zichzelf in discussie.

Verspreid over zijn werk - aan memoires is hij nooit toegekomen, daar ontbrak hem ook de ijdelheid voor - vinden we herinneringen uit vrijwel elke periode van z'n leven. De jonge jaren in 'De vrolijke brigade' van Ied Last, de genegenheid voor de jongere Femke, geheimzinnige komintern-gasten die in Betondorp over de vloer kwamen, de aan jaloezie grenzende eerbied voor de discipline in het huisgezin van de geleerde Annie en Jan Romein, de geringe bereidheid om gedurende de bezetting aan het verzet dood te gaan, het eerste bezoek aan Moskou (in gezelschap en half als vertaal-hulpje van schaakgrootmeester Euwe) - al die gebeurlijkheden en avonturen uit z'n marxistische jaren zijn door niemand zo prachtig, en zo waarheidsgetrouw, opgeschreven als door Van het Reve zelf.

De betrouwbaarheid van z'n terugblikken kan met de double-check-methode worden geverifieerd met getuigenissen uit andere bronnen. Maar veel belangrijker is de zelfironie waarmee over dat verleden is bericht. Karel heeft altijd veel milder, je zou bijna zeggen liefdevoller, aan z'n jeugd teruggedacht dan broer Gerard, die in bijvoorbeeld Nader tot u honderd maal giftiger over de 'dressuur' van Ied Lasts kindertheater schreef dan Karel zichzelf ooit zou hebben toegestaan.

Maar ook over latere perioden in het leven - de studie Russisch, de vriendschappen met de slavisten Becker en Bezemer, het lange hoogleraarschap in Leiden, de ontwikkelingen in de koude oorlog, de activiteiten voor en met de Sovjet-dissidenten, en het wat dat betreft zeer vruchtbare jaar '67-'68, toen hij voor Het Parool Moskous correspondent was - kunnen we bijna alles naslaan en terugvinden in de al dan niet gebundelde columns, overdenkingen en artikelen die hij toevertrouwde aan veel kranten, aan het oude Hollands Maandblad, en later ook in een radiorubriek voor de Wereldomroep.

Daar kan geen biograaf tegenop, daar had dus ook Verrips niet van terug.

Maar Verrips - en dat maakt zijn boek met de wat ingewikkelde titel Denkbeelden uit een dubbelleven toch nog uniek en begerenswaardig - heeft toegang gekregen tot de dagboeken (annex vroege jeugdherinneringen) die Van het Reve tijdens en vlak na de hongerwinter ('44-'45) bijhield, en die hij als het concept van een eventuele Autobiografie z'n leven lang heeft bewaard.

Die dagboeken blijken een schat aan minder bekende biografische bijzonderheden te behelzen - over toen al schitterend beschreven kinderangsten bijvoorbeeld, over de vriendenkring op het Amsterdamse Vossiusgymnasium, of over de binnensluipende twijfel aan de dogmatische waarheden van het communisme.

En wat ze meer dan bijzonder maakt is de stilistische trefzekerheid waarmee de jonge twintiger z'n wederwaardigheden onder woorden brengt: als een groot schrijver in de dop.

Terecht heeft Verrips er pagina's lang uit overgeschreven, als in de wetenschap dat zijn eigen pen dat moeilijk zou kunnen evenaren, laat staan verbeteren.

Ger Verrips: Denkbeelden uit een dubbelleven - Biografie van Karel van het Reve.
De Arbeiderspers; 468 pagina's; euro 32,-.
ISBN 90 295 0381 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden