Een kroon op het landschap

Het eerste wat een Welshman in den vreemde doet is een kerk bouwen. Frank Lloyd Wright bouwde meer dan één kerk, hij werd Amerika's grootste architect....

ALS HET aan Frank Lloyd Wright had gelegen, dan had de Unity Chapel er niet meer gestaan. Wright (1867-1959), een van de grondleggers van de moderne architectuur, hield niet van terugkijken, zijn vroege werken waren hem een ergernis. Voor zijn part mocht de fik erin. Maar hij heeft te lang gewacht met het ten uitvoer brengen van zijn plannen.

Frank Lloyd Wright stierf op z'n 91ste in St. Joseph's Hospital in Phoenix, Arizona. Zijn lijk legde 1800 mijl af, twee dagen rijden met de auto, helemaal naar Spring Green, Wisconsin, om daar op 12 april 1959 in stijl te worden begraven. Op een kar bedekt met 'Cherokee'-rood fluweel en bloemen, voortgetrokken door twee zwarte paarden en gevolgd door familie en bekenden te voet, ging het van zijn huis Taliesin naar de familiebegraafplaats naast Unity Chapel - de familiekapel en het eerste bouwwerk, uit 1886, dat met (een beetje) bemoeienis van Frank tot stand was gekomen.

Daar lagen al twee van de belangrijkste vrouwen uit zijn leven: zijn moeder Anna Lloyd Jones en zijn geliefde Mamah Cheney, voor wie hij vrouw, kinderen en zijn eerste echte eigen huis in Oak Park (bij Chicago) had verlaten. Tantes en ooms van moeders kant waren er begraven, en stamvader en -moeder Richard en Mallie Lloyd Jones, die in 1844 uit Wales naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd en zich uiteindelijk hier vestigden, in The Valley, The Valley of the God-Almighty Joneses. En daar is dus ook dat perkje met zíjn steen, met zíjn naam - 'Lloyd' adopteerde hij van de Lloyd Jonesen - in die onmiskenbare Frank Lloyd Wright-letters.

Het graf zou tijdelijk zijn. Wright had al voorbereidingen getroffen voor een passend laatste onderkomen en herdenkingsteken voor zichzelf. Unity Temple, een groot rechthoekig gevaarte, moest in de plaats van de oude kapel komen. Daarin wilde hij worden bijgezet, met zijn vrouw Olgivanna en hun dochter Iovanna. De tekeningen lagen klaar, de juiste stenen waren al uitgezocht, en met een landschapsarchitect uit de buurt had hij een rij bomen geplant die de toegangsweg naar zijn tombe zou markeren. Daar was het bij gebleven. Wright, die zijn aanleg voor onsterfelijkheid wellicht serieus was gaan nemen, had de werkzaamheden voor zich uit geschoven.

Zijn naaste medewerkers bezwoeren het heiligdom alsnog te bouwen, maar het is er nooit van gekomen. Pas na het overlijden van Olgivanna, Mrs. Wright nummer drie, in 1985, werd Frank Lloyd Wright opgegraven. Stiekem. Het was haar laatste wens, dat zij en haar beloved werden gecremeerd en overgebracht naar Taliesin West in de nabijheid van Phoenix, Arizona, waar de Wrights de winters verbleven - 1800 mijl terug naar het zuiden. Een klein comité van 'Wrightianen' besloot gehoor te geven aan haar verlangen. In alle stilte werden zijn overblijfselen onder de aarde vandaan gewoeld. Op het moment dat het nabestaanden en pers ter ore kwam en er een storm van verontwaardiging losbrak, was de grootste architect van Amerika al verpulverd. Slechts enkelen weten waar precies in Taliesin West de urn met zijn as is opgeborgen.

Zo komt het dat zijn eerste proeve van bekwaamheid, een roodbruine, boertige kapel, overeind is gebleven. Neen, in wat daar is te zien, tekent zich niet de toekomst af. Geen spoortje van Organisch Bouwen. Geen voortekenen die wijzen in de richting van de vermetele spiraalvorm van het Guggenheim Museum; geen voorbode van de magistrale villa Fallingwater, met kloeke kubussen en wanden van glas om een waterval heen gebouwd - wellicht de twee bekendste werken.

Zelfs zijn daadwerkelijke betrokkenheid bij het simpele kerkgebouwtje moet worden betwijfeld. Frank, een scholier van een jaar of 18, had weliswaar wat schetsen gemaakt, maar zijn oom Jenkin, dominee Jenkin Lloyd Jones die de opdracht verstrekte, gaf de voorkeur aan een echte architect, J. Lyman Silsbee - Wrights eerste werkgever. (In het interieur van de kapel heeft zijn neefje waarschijnlijk wel de hand gehad.)

Unity Chapel, tussen grasland, bos en korenvelden in die vriendelijke, glooiende vallei, werpt juist licht op de achtergrond van Frank Lloyd Wright: een onverzettelijk negentiende-eeuws vooruitgangsdenken.

Het eerste wat een Welshman in den vreemde doet, is een kerk bouwen, luidde een gezegde onder pioniers uit Wales (aldus een van Wrights biografen). Anna Lloyd Jones, die was getrouwd met musicus/prediker William Wright, een weduwnaar met drie kinderen, had haar eigen zoon voorbestemd voor het bouwen van die kerk. Hij was uitverkoren, en zijn moeder prentte het hem in.

Behalve om zijn oeuvre - dat op papier naar schatting duizend ontwerpen omvat, waarvan bijna de helft is gerealiseerd - is Frank Lloyd Wright, tot aan z'n dood een flamboyante verschijning, vermaard om zijn eigendunk. Aan de voet van zijn werk staan een onbreekbaar zelfvertrouwen en een rotsvast geloof in het individu. Anna voedde haar zoon volgens de nieuwste pedagogische (Froebel-)inzichten op: ze stimuleerde zijn gevoel voor maat en vorm doelbewust, kietelde zijn algemene belangstelling waar mogelijk en overlaadde hem met vertellingen, veelal Keltische mythen en sagen. En boven zijn bedje had ze afbeeldingen van kathedralen opgehangen.

Frank Lloyd Wright bouwde huizen voor de rijken van Amerika, hij maakte ontwerpen voor bedrijven en overheidsinstellingen, hij tekende scholen, theaters en ook godshuizen, voor 'Unitarians', joden en Grieks-orthodoxen.

Toen hij in 1957 even in New York was om te zien hoe de bouw van het Guggenheim Museum vorderde, werd hij in de ABC-studio uitgenodigd door Frank Wallace (van The Frank Wallace Interviews). Tijdens het gesprek kwamen vanzelfsprekend zijn opvattingen over architectuur aan de orde, maar ook zijn kijk op staat en religie.

'Ik begrijp dat u niet naar de kerk gaat?', vraagt Wallace, nadat Wright heeft gezegd zichzelf als een religious man te beschouwen.

'Ik ga naar de grootste aller kerken.'

En die is?

'Ik geef de natuur een hoofdletter N en noem dat mijn kerk. Dat is mijn kerk.'

The Valley in Wisconsin was zijn kerk, zijn thuis. Hij hoorde er, 'net zoals de bomen en de vogels en de rode boerenschuren' - waaraan het typische Wright-rood, naar bruin neigend ossenbloedrood, moet zijn ontleend. In The Valley was hij als jongen gewoon op het land te werken. En in The Valley bouwde hij Taliesin (letterlijk: Stralende Boog, naar een Keltische sprookjesfiguur), dat later uit zou groeien tot de Taliesin Fellowship, een woonwerkgemeenschap met - naar onze maatstaven - Kees Boeke-achtige trekken. Villa, opleidingscentrum en boerderij op een zeer ruim bemeten strook land. Wrights assistenten en leerlingen zaten er niet alleen achter de tekentafel, ze rooiden de aardappels, deelden corvee-diensten en speelden piano of viool voor elkaar.

Met A Guide to Extant Structures in de tas, 'de enige gids voor uitgevoerd werk van Amerika's beroemdste architect', een supplement bij W. A. Storrers standaardwerk The Frank Lloyd Wright Companion (Chicago, 1993), is het goed reizen in het voetspoor van. Ga naar Arizona, doorkruis Wisconsin, neem ook een rondleiding in Taliesin (vanaf het bezoekerscentrum, het voormalige Riverview Riverside, ook van zijn hand, vertrekken er busjes). Zoek en vind de Unity Chapel, vergeet vooral Chicago niet, waar zijn carrière begon - en Storrer wijst je de weg met handige kaartjes: do not enter the property of any house here identified without obtaining permission...

In zomaar een buitenwijk in zomaar een stadje kan hij je overvallen, versteld doen staan. Een verlaten villa, een hermetisch aanzien vanaf de straatkant. Op het gazon een container met bouwvuil, tegen een muur een reclamebord van een aannemer. Daar moet je toch ongehinderd naar binnen kunnen gluren. Je kruipt brutaal door wat struiken heen, sneakt achterom, en daar openbaart zich prompt de essentie van het huis.

Reusachtige glazen puien, haaks op elkaar, omklemmen een plaatsje met in het midden een fiere, machtig mooie kastanjeboom. Roetsj, daar schiet een eekhoorntje omhoog langs de stam. En in de huiskamer kijkt een meneer verstoort op uit zijn krant.

Mister Wright, zoals hij consequent door zijn discipelen werd genoemd, haatte de traditionele stad. New York? 'Ik zie nergens een idee.'

Zijn gebouwen moesten een kroon op het landschap wezen, de natuur tot eer strekken. Voor San Rafael, vlakbij San Francisco, ontwierp hij in de jaren vijftig een langgerekt overheidsgebouw dat de kom tussen twee heuvels zou overspannen: het Marin County Civic Centre (opgeleverd in 1963). Toen Wright door zijn opdrachtgevers op de hoogte was gebracht van de beoogde locatie, hadden ze hem terloops gezegd vooral geen acht te slaan op die heuvels. Die zouden ze wel eventjes opblazen. . .

Waren zijn eerste ontwerpen nog in overeenstemming met de regels van de Victoriaanse bouwstijl, volgens welke een huis een puntdak, een porch en een ordentelijke voordeur had, gaandeweg bekwaamde hij zich in de 'prairie-stijl': plat uitgestrekte vormen onder overhangende daken, ruimtelijk en efficiënt, met een voorkeur voor natuurlijke materialen.

Als baanbrekend geldt ook zijn toepassing van nieuwe prefab-materialen, zoals gewapend beton. Maar bovenal was Wright een meester in het doorcomponeren. Rond 1900 stapte hij al van het idee af van strikt afgescheiden kamers, hij maakte het interieur vloeiend, in een continuüm van met elkaar verbonden ruimten. Zo smeedde hij ook binnen en buiten aaneen: terwijl het interieur zich naar zon, weer en wind richt, zet het landschap zich in huis voort. Van de ingemetselde spreuken boven de open haard tot de deurklink, van het serviesgoed tot de glas-in-loodramen - alles was op z'n best op elkaar afgestemd. Eén. Hierin betoonde hij zich ook een dankbare leerling van zijn meester Louis Sullivan, een functionalist uit de Chicago School met een hang naar decoratie, bij wiens bureau Adler & Sullivan hij tussen 1887 en 1893 werkte.

IN EUROPA werd hij bekend door het 'Wasmuth-portfolio', tekeningen die in 1910 bij de Duitse uitgever verschenen. Zijn internationale reputatie nam zienderogen toe, en in Nederland vond Wright in Berlage een warm pleitbezorger. Wright was Chicago toen min of meer ontvlucht, met aan zijn zijde minnares Mamah, de echtgenote van een klant. (In 1914 zou ze in Taliesin worden vermoord door een bediende.)

In Wrights leven ging het melodrama gepaard met onophoudelijke financiële problemen en, wat erger was, gebrek aan volledige erkenning. Nonconformistisch als hij was, nam hij de Lebensraum die hij nodig had.

Het was ieders recht, vond hij: voldoende ruimte om zich heen, en de vrijheid zichzelf te ontplooien. Geheel in overeenstemming daarmee waren zijn ideeën voor de ideale stad, die eigenlijk geen stad was maar een buitenwijk.

Wrights stad van de toekomst heet Broadacre City, en hij lijkt allerminst science fiction-achtig. Wonen en werken deed je bij voorkeur op dezelfde plek. Elk gezin had one acre grond ter beschikking en een eigen auto (of mini-helikopter) voor de deur, zodat winkels, dienstverlening en recreatie voor iedereen binnen handbereik waren.

Een echt centrum was er niet, maar wel een kerk. In het midden van de stad zou, meteen in het oog springend en heel modern, de Broadacre City Cathedral verrijzen: een 'onhistorische plastic kathedraal' die 'het beste van de historische religies' zou verenigen. Als een echte Unity Kathedraal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden