Een komiek die zelden lacht

Niet zo heel lang geleden was Ray Davies met The Kinks nog een sensatie in de Verenigde Staten. Nu toert de zanger met een sober opgezette one-man-show in een klein busje door Europa; maandag doet hij met 'The Storyteller' Utrecht aan....

GERT VAN VEEN

'MMM.' RAY DAVIES kijkt bedenkelijk naar de schaal met gebak die voor hem op tafel wordt gezet. 'Die taart ziet er niet zo smakelijk uit.'

'Heeft U misschien iets anders? Gewone taart?', vraagt hij beleefd aan de serveerster in het Amsterdamse Americain. Enigszins uit het veld geslagen verdwijnt zij, op zoek naar echte Engelse cake.

Davies mag in de Amerikaanse periode van zijn groep The Kinks een aantal jaren in New York hebben gewoond, hij blijft een echte Engelsman, voor wie de theepauze nog altijd een dagelijks ritueel vormt. Afternoon Tea heette een Kinks-nummer uit 1967, dat ook het uitgangspunt vormt voor een kort verhaal in Davies' bundel Waterloo Sunset, die dit najaar verschijnt. Davies: 'Het verhaal van een man, wiens vriendinnen hem altijd aan cakes herinneren.'

Dat Ray Davies ooit nog eens naam zou maken als schrijver, is minder vreemd dan het lijkt. In de hoogtijdagen van The Kinks onderscheidde Davies zich al van zijn generatiegenoten door de verhalende toon van zijn popliedjes. Songs als Waterloo Sunset, Sunny Afternoon, Autumn Almanac en Victoria waren kleurige ansichtkaarten van het Engeland van de sixties. Hij beschreef het leven in zijn geboortestad Londen, typeerde zowel de zwoegende working class (Dead End Street) als de dandy's en de Carnaby Street-fatjes (Dedicated Follower of Fashion).

Waterloo Sunset, waarvan de titel werd ontleend aan een van de mooiste Kinks-songs, is Davies' tweede boek. In 1995 verscheen zijn veelgeprezen autobiografie X-Ray, die zich onderscheidde van de meeste andere popbiografieën doordat Davies hem zelf had geschreven - in plaats van zijn verhaal te vertellen aan een 'ghostwriter'.

Ook de opzet van het boek is origineel. In X-Ray wordt het verhaal van The Kinks verteld door een jonge reporter, die de oude popster Ray Davies bezoekt in het domein waar hij al jaren als een kluizenaar leeft, de Konk-studio's in Noord-Londen. Beide personages zijn natuurlijk alter-ego's van de ware hoofdpersoon, en het spanningsveld tussen de twee geeft X-Ray een bezwerende kwaliteit.

Davies was niet geïnteresseerd in een doorsnee popbiografie met een strakke verhaallijn, zegt hij. 'Toen ik werd benaderd door de uitgever, heb ik meteen gezegd dat ik er geen gewone opsomming van gebeurtenissen van wilde maken. That's boring. Ik wilde vertellen wat zich achter de façade verschool: dat wat me voortdreef, de angsten die ik voelde, de hoop, de verwachtingen.'

Het viel hem niet moeilijk zichzelf als oude man voor te stellen. 'Ik lijk sprekend op mijn vader.' De naïeve negentienjarige verslaggever, die werkt aan zijn eerste opdracht, is een ander deel van zijn persoonlijkheid. 'Dat deel dat nooit helemaal volwassen is geworden.'

Zijn haar is misschien wat dunner geworden, maar verder lijkt de 53-jarige Ray Davies nog sprekend op de popster die we ruim dertig jaar geleden leerden kennen, met die vreemd scherpe trekken en het spleetje tussen de voortanden. Een vriendelijke, rustige man, die zijn antwoorden zorgvuldig formuleert, en van het gesprek een aangename salonconversatie maakt.

Het verschijnen van X-Ray in 1995 luidde een nieuw hoofdstuk in van Davies' lange en succesvolle carrière. Een eerste reeks lezingen, waarbij hij voordroeg uit eigen werk, groeide bijna ongemerkt uit tot een complete theater-tournee. Davies trekt inmiddels al drie jaar de wereld rond met een show waarin hij voorleest uit X-Ray en akoestische vertolkingen geeft van nieuwe songs en een selectie Kinks-klassiekers. Hij is een vermakelijk verteller, zo blijkt op het album The Storyteller, een live-opname van de show die afgelopen week verscheen - vlak voor het eenmalige Nederlandse concert dat hij 6 april in het Utrechtse Vredenburg geeft.

Het Kinks-verhaal wordt niet alleen in X-Ray en The Storyteller opnieuw onder de aandacht gebracht. Vorig jaar verscheen ook al het dubbelalbum Waterloo Sunset, Kinks the singles collection. De eerste cd bevat alle grote hits van de groep, van You Really Got Me tot Lola. Binnenkort zal ook een heruitgave van alle klassieke Kinks-albums verschijnen.

Hoewel de groep het tot in de jaren tachtig goed deed in Amerika, en daar zelfs uitgroeide tot stadion-act, kennen we in Europa Davies' werk vooral uit de jaren zestig; met name de songs die hij tussen 1964 en 1968 schreef. Het is nog altijd moeilijk voor te stellen dat hij, net als zijn collega's van The Beatles en Stones, in zo'n korte tijd zoveel fantastische nummers op de plaat zette.

'Het was ook een heel bijzondere periode', zegt Davies. 'De popgroepen die voor ons kwamen, speelden eigenlijk alleen Amerikaanse covers. Maar de bands van onze generatie kregen, in navolging van The Beatles, voor het eerst de kans hun eigen songs te schrijven. Dat was zo'n bevrijdende ervaring. Opeens was alles mogelijk. Na jaren dat we onze mond hadden moeten houden en stil in de hoek moesten zitten, werd er nu voor het eerst naar ons geluisterd. En we hadden een hoop te zeggen.'

The Kinks maakten naam als een beatgroep met een rauwe, hoekige sound en dwingend stampende songs als You Really Got Me en All Day and all of the Night. Maar nog geen jaar later klonk het kwartet al bijna onherkenbaar anders. De nieuwe songs waren melodieuzer, en de jonge opwinding van de vroegste teksten had plaatsgemaakt voor een meer bespiegelende toon.

Davies: 'Alle bands ontwikkelden zich zo snel omdat iedereen elkaar inspireerde. Ik weet dat Paul McCartney luisterde naar anderen, naar de Beach Boys, maar ook The Kinks. Hij had vaak al een plaat te pakken gekregen voordat deze in de winkels lag, om er achter te komen waar anderen mee bezig waren. Iedereen was op zoek naar die ene vondst, die bijzondere nieuwe uitvinding, en keek voortdurend om zich heen of een ander de geheime formule al had gevonden. Dat was een prachtig productief aspect van die periode.'

Je zou kunnen zeggen dat The Kinks van alle Engelse sixties-bands misschien wel de meest Britse was, maar dat vindt Davies te veel eer. 'The Beatles zaten met songs als Sgt Pepper en Eleanor Rigby op dezelfde lijn. Beide bands waren wat dat betreft echt Britpop, zij schreven songs over wat ze in hun eigen omgeving tegenkwamen. The Stones bevonden zich meer op Route 66, waren gefixeerd op Amerika.'

Het was vanzelfsprekend voor hem over zijn eigen cultuur te schrijven, zegt Davies nu. 'Ik was me er al heel vroeg bewust van dat Engeland een klassenmaatschappij was. Wanneer je, zoals ik, tot de working class behoorde, had je eigenlijk weinig kansen. In de periode voor de jaren zestig, toen muziek nog niet zo belangrijk was, kon je alleen werken in de kolenmijnen of een carrière maken als bokser of voetballer. Stanley Matthews en al die andere grote namen van de jaren veertig en vijftig waren voorbeelden van working-class heroes die een uitweg hadden gevonden.'

0 OOR RAY DAVIES en zijn jongere broer Dave, die samen de spil van de latere Kinks zouden vormen, leek muziek de enige uitweg. Maar toen de eerste twee singles van de jonge groep flopten, dreigde er een vroegtijdig einde te komen aan hun droom. Met de derde single, You Really Got Me, was het er op of er onder. Het werd er óp, de plaat bereikte zelfs de hoogste plaats van de Engelse hitlijsten.

'We waren vastbesloten het te maken', zegt Davies. 'We namen van You Really Got Me drie versies op. Bij de eerste twee voelde ik al dat we een hit in handen hadden. Maar dat was niet genoeg voor me. Het moest een nummer één hit worden. Ik wilde de eerste en beste zijn.'

Met eenzelfde ambitie zou Davies jaren later Amerika veroveren, wat de groep in haar beste tijd nooit was gelukt. Davies verhuisde naar New York, en schreef daar een paar albums. 'We hadden inmiddels ook een Amerikaanse manager, met wie ik de afspraak maakte dat we het in anderhalf jaar tijd voor elkaar moesten krijgen. Ons doel was een uitverkocht optreden in Madison Square Garden.'

Davies kan er nu zelf om lachen. 'A stupid idea. Maar het lukte.' Toch denkt hij met gemengde gevoelens terug aan die periode. 'Amerika maakte dat onze sound veranderde. Opeens schreef ik songs die goed moesten klinken in grote arena's.' Dat is goed te horen op het live-album Give the People What They Want (1981). 'Veel galm op de drums, een stevige rocksound, alsof je de band hoort op rij tachtig in een grote hal.'

Die Kinks-periode doet hem nu eigenlijk vooral denken aan een 'slechte pornofilm': 'Porno tegenover erotiek. Ons oorspronkelijke repertoire had iets subtiels, erotisch. Maar in een stadion bleef daar niets van over. Dan was het wham, bam, thank you ma'm.'

Een video van een optreden in Texas deed hem inzien dat hij deze Kinks niet goed vond. Hij wilde ermee stoppen. Maar het doel was bereikt. 'We hebben Amerika veroverd. We did it. En we zijn toegetreden tot de Rock 'n Roll Hall Of Fame. Wel kostte het hele Amerika-avontuur me twee relaties en bezorgde het me een zenuwinzinking. Ik wist een aantal jaren niet meer wie ik was.'

Klein stemmetje: 'And now I'm back.' Grinnikt dan: 'I'm back! he said weakly in the corner.'

Davies vindt het prettig nu met een kleine, compacte show op pad te zijn, na jarenlang met grote touringbussen en vrachtwagens vol apparatuur te hebben rondgetoerd.

'Ik kom nu op plaatsen waar we met de latere Kinks nooit konden spelen, zelfs kleine dorpjes in uithoeken als Noord-Wales. Gewoon in een busje met apparatuur naar een optreden rijden, zoals we dat in de begintijd ook deden.' De Storyteller-concerten zijn bewust sober opgezet. Davies wilde geen theatershow met decorstukken en foto- en filmbeelden. Zo'n show laat weinig over aan de verbeelding van de toeschouwer, vindt hij.

In The Storyteller vertelt Davies het verhaal van 'iemand die zijn eigen identiteit moet vinden in een wereld, die hem eigenlijk wil klaarstomen om een deel te worden van de massa'.

Davies: 'Hij zit in een isolement, en weet dat de enige uitweg deze band is. De derde single moet een hit worden. Dat spannende moment is als de climax in een actiefilm, wanneer de achtervolging in snelle wagens wordt ingezet. De hoofdpersoon wordt gered door zijn jonge broer, de gitarist, die een geweldige solo speelt en er een wereldhit van maakt. Dave is de held van de film.'

0 AT DE gitaarsolo op het eind de sleutel was tot het succes van You Really Got Me, is misschien wat veel eer voor Davies' jongere broer. Maar het is een royaal gebaar naar zijn tegenpool, met wie hij al sinds zijn vroegste jeugd op gespannen voet leeft. Dave Davies, de extraverte patser, was altijd veel meer het type van de popster dan de teruggetrokken Ray die zich, om zich op zijn gemak te kunnen voelen op het podium, nog altijd voorhoudt dat hij een rol speelt.

Davies: 'Dat is de rode draad in X-Ray: de voortdurende strijd van iemand die een geïsoleerd leven leidt, en even later toch op een podium staat en optreedt voor duizenden mensen. Zo was het altijd voor me. Ik moest op het podium een andere persoonlijkheid aannemen.'

Dat doet hij nog steeds. Daarom is de sfeer in zijn live-show zoveel luchtiger dan die in zijn boek. X-Ray is soms zo duister dat het beklemmend wordt, geeft hij toe. 'Een donkere, nachtelijke wereld, waar bijna geen hoop bestaat. Dat is een deel van mijn persoonlijkheid. Maar als ik op het podium sta, dan wil ik de mensen vermaken. Ik ben niet het type dat zijn publiek verveelt met (zet een zware stem op) Now is the winter of our discontent.'

Op het podium speelt hij de ervaren performer, die net doet alsof hij alles onder controle heeft. 'De meeste komieken zijn buiten het podium ook vaak heel anders, eerder trieste figuren.'

Maar misschien klinkt dat te somber. 'Een goede vriendin zegt wel eens tegen me: 'Kon ik je maar gelukkig maken.' Dan is mijn antwoord: 'Maar ik ben gelukkig, helemaal gelukkig. I'm just not smiling.'

Grinnikt: 'Dat zou mijn grafschrift kunnen zijn: 'Ik ben gelukkig, al lach ik dan niet zoveel.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden