Een kolossaal en tegendraads literair talent

Van de zeven romans die Grunberg/Van der Jagt tot nu toe schreef, is de nu met de AKO Literatuurprijs 2004 bekroonde roman De asielzoeker de beste....

Zelden ontwikkelde een schrijverschap zich zo explosief. Arnon Grunberg schoot de afgelopen tien jaar als een komeet door de Nederlandse literatuur. De broze 23-jarige krullenbol, die in 1994 met zijn debuut Blauwe maandagen een onweerstaanbaar grappig boek had geschreven, bleek veel in huis te hebben. Een schaamteloos gevoel voor humor en absurditeit, een ademloze drang tot vertellen, stilistische brille, een onthutsend oog voor troosteloosheid en een scherp radar voor publiciteit - dat op zijn minst. Maar ook een tomeloze schrijfdrang en onbegrijpelijk hoog werktempo: zestien publicaties in tien jaar, waaronder ook een dichtbundel, een filmscenario, een boekenweekgeschenk, een boekenweekessay en een hedendaagse Lof der zotheid.

Het leek allemaal te veel voor één schrijvend mens. Grunberg bedacht zich met een tweede identiteit, die van de vier jaar oudere, in Wenen geboren schrijver Marek van der Jagt, die hij in 2000 liet debuteren met De geschiedenis van mijn kaalheid. Met Grunberg had deze fantoomschrijver in elk geval gemeen dat hij de Anton Wachterprijs voor debutanten in de wacht sleepte. Niemand kwam de prijs ophalen. In 2002 had Grunberg genoeg van het spelletje.

Arnon Grunberg is eigenlijk maar met één schrijver te vergelijken, met het kolossale, tegendraadse literaire talent uit de vorige eeuw: de jonge Gerard (van het) Reve. Ook diens debuut, De avonden, sloeg in 1948 in als de bliksem en ook dat boek was even weergaloos grappig als troosteloos. Beiden kregen het verwijt ongrijpbare poseurs te zijn, bodemloos ironisch, en treiterig choquerend; beiden maken zich geen enkele illusie over de mens die hunkert naar een 'zin' van het bestaan.

'God was hier, het is alleen jammer dat ik niet thuis was', zegt de vader van 'Arnon' in Blauwe maandagen. Die constatering kan in de mond worden gelegd van alle personages die Reve én Grunberg hebben opgevoerd. Pose is nodig om de wanhoop te bedekken, wanhoop omdat we machteloos zijn, klein en lachwekkend.

Van de zeven romans die Grunberg/Van der Jagt tot nu toe schreef, is de nu met de AKO Literatuurprijs 2004 bekroonde roman De asielzoeker (dit jaar ook al bekroond met de Bordewijkprijs, maar opvallend genegeerd door de jury van de Libris Literatuurprijs) de beste. Nog sterker dan het indrukwekkende Gstaad 95-98 en veel dieper snijdend dan Grunberg jongste, ophef veroorzakende roman De joodse messias waarin wordt gespeeld met het allergrootste taboe, de holocaust.

Christian Beck, de ex-schrijver die gebruiksaanwijzingen vertaalt (typisch Grunberg-beroep) en zijn zieke vrouw, 'de vogel' die trouwt met een Algerijnse asielzoeker, zijn onvergetelijke personages in een hartverscheurend verhaal. Waren de hoofdpersonen uit Grunbergs eerste romans nog vrolijke ladenlichters, acteurs die overal charmant doorheen zwijnden, Beck koestert geen illusies meer als de persoon die zijn leven een zweem van zin gaf, sterft.

'Deze wereld is niets dan een poppenkast voor verveelde goden', schrijft Grunberg in De Mensheid zij geprezen. In De asielzoeker is de conclusie nog een graadje somberder: 'leven is door de dood vergeten zijn', heet het in zonder twijfel het beste boek van 2003.

Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden