Een klokkenist hoort nooit bravo

Beiaardier is een eenzaam vak. Wie zal het opvallen dat Bob van Wely, hoog in de toren van de Oude Kerk, ook wel eens het deuntje van Goede Tijden laat klinken?...

door Erik van den Berg

Hoog in de toren van de Oude Kerk in Amsterdam, direct onder de 47 bronzen klokken, ligt een gastenboek: een kloek in kunstleer gebonden geval, waarin bezoek dat de klauterpartij naar de vliering volbracht, zijn handtekening mag zetten. Bob van Wely laat de pagina's door zijn vingers gaan. Slechts hier en daar een krabbel - een lofzang op het uitzicht wellicht, hoewel de blik op deze verregende middag nauwelijks verder reikt dan de steegjes van de rosse buurt. 'Je ziet, er komt hier nauwelijks bezoek. In de regel ben je alleen.'

Bob van Wely is stadsbeiaardier van de Oude Kerk. Elke zaterdagmiddag klimt hij naar de speelcabine onder het carillon, een kajuitvormige ruimte die je omzichtig bukkend betreedt en daarom ook wel 'de duikboot' heet. Beiaardier is een eenzaam vak. Als Van Wely zich in zijn torenkamer in het zweet werkt, met uitzicht door besmeurde raampjes op een reepje hemel, hoort hij nooit eens een bravo of bis. Liedje klaar, even rust en dan het volgende maar weer.

'Het verlangen naar publiek sluipt er wel eens in', bekent de 37-jarige carillonist, die in spijkerjack achter het stokkenklavier zit, met de voeten nonchalant op de bank. 'Je weet nooit hoeveel mensen naar je luisteren, en of ze het leuk vinden of niet. Soms zit je een uur lang geïnspireerd te spelen, heb je er echt genoegen in, en dan kom je beneden en is er niemand die even zegt: goh, dat was mooi.'

Een 'raar vak' dus, in de wintermaanden vaak in barre kou uitgeoefend ('na een goeie vorstnacht zitten alle toetsen vast'), bij storm in een kraaiennest dat angstaanjagende zwiepers maakt. Maar ook een professie met historische dimensies, én unieke beloningen: 'Het geeft een machtig gevoel hoor. Je maakt een heleboel herrie, en niemand kan je zien.' Ter demonstratie geeft Van Wely een vuistslag op de laagste toets. Booooing dreunt het oorverdovend boven ons - niet de eerste keer deze woensdag dat passanten op het Oudekerksplein verbaasd omhoog zullen kijken. Van Wely onderstreept zijn betoog met voorbeelden: bibberende trillers, half voltooide loopjes, een toonladder op en neer, en tenslotte ook nog een integrale vertolking van Goede Tijden Slechte Tijden - een thema dat onder Van Wely's handen een elegante, haast zeventiende-eeuwse allure krijgt.

'Nee, ik heb geen idee wie de componist is. Ik vond het een aardige melodie en heb het op het gehoor gekopieerd.' De oudere generatie beiaardiers zal misschien de wenkbrauwen fronsen bij zoiets frivools als het GTST-motief, maar voor Van Wely hoort het erbij. 'Het carillon is een beetje een folklore-instrument. Je kunt er prachtig Bach op spelen, maar het wordt toch eerder geassocieerd met volksmelodietjes. En dat kan wat mij betreft ook zoiets als GTST zijn. Al zeg ik erbij dat ik allereerst musicus ben en ook échte muziek wil spelen.'

Een van de eigenaardigheden van het vak vindt Van Wely dat de beiaardier altijd zelf om aandacht moet vragen. Zijn aanwezigheid is vanzelfsprekend en anoniem, de begroepsgroep valt uiteen in eenzame muzikanten in evenzovele eenzame torenkamers. 'We móeten wel naar buiten treden.'

Dat gaat steeds beter, nu zich een nieuwe, ambitieuze generatie spelers - afkomstig van de HBO-beiaardopleiding in Amersfoort - begint te roeren. 'Het niveau van de jonge spelers is vrij hoog. Onder de oudere generatie heb je een paar hele goeie én een grotere groep spelers die het erbij doen, die jaar in jaar uit hun torentje beklimmen en hun repertoire afdraaien. Aan beiaardiers worden doorgaans geen hoge eisen gesteld, domweg omdat weinig mensen er verstand van hebben. De meeste gemeenten hebben één klokkenspel. Als dat maar regelmatig klinkt, vinden ze het al goed.'

VAN WELY is zelf een voorbeeld van de ondernemingslust van de jongere spelers. In Amsterdam mag hij op dit moment invallend stadsbeiaardier zijn (hij vervangt Todd Fair, die voor een jaar in Amerika zit), hij heeft ook een drukke praktijk in Alkmaar, Velsen, Slotermeer en op de Lichtboogtoren in Almere-Stad. Als bouwkundig ingenieur laat hij zich bovendien inhuren bij restauraties van carillons.

Bij de organisatie van de Vijf beiaarden tocht, morgen in Amsterdam, is hij ook betrokken. Het is de enige dag in het jaar waarop de vijf grote historische carillons in de stad achtereenvolgens worden bespeeld, als opmaat voor de traditionele zomerconcerten. Van Wely zal zaterdagochtend vanaf 11 uur te horen zijn op het carillon van de Westerkerk. Twee collega-stadsbeiaardiers nemen vervolgens de Munttoren, het Koninklijk Paleis en de Zuiderkerk voor hun rekening: alle kostbare, uit de Gouden Eeuw stammende carillons, die werden gegoten door de nimmer overtroffen gebroeders François en Pierre Hemony. Zij vonden de manier om klokken zuiver te stemmen, en droegen daarmee bij aan de snelle verbreiding van het carillon in de stadscultuur van de Lage Landen.

Geen van de Amsterdamse Hemony-carillons verkeert overigens in geheel oorspronkelijke staat. In de loop van deze eeuw zijn de klokken gerestaureerd, nadat ze alle - door aanslag van rokende kolenkachels - vals geworden waren. Alleen de zware, minder kwetsbare basklokken zijn vaak nog origineel.

Naast het eendaagse Amsterdamse initiatief is er ook Eurocarillon 1999, een festival dat tot en met eind september in zestien steden talrijke beiaardconcerten en aanverwante attracties brengt, met buitenlandse beiaardiers, compositieopdrachten en een Eurocarillon Survival Tour op de fiets ('benodigdheden: eenvoudige tent, bord en bestek, regenkleding').

DE TOENEMENDE belangstelling voor het carillon schrijft Van Wely mede toe aan het naderende jaar 2000. 'Elke gemeente wil voor het nieuwe millennium zijn carillon op en top hebben.'

Kijk maar naar Dordrecht. In de Grote Kerk wordt dit jaar 'de grootste beiaardklok van Europa' in gebruik genomen. Het tonnenzware gevaarte moet op 1 januari de nieuwe eeuw inluiden.

'Het is de vraag waar je als beiaardier je voldoening uit haalt', vindt Van Wely. 'Speel je voor het grote publiek, of voor de geïnteresseerde luisteraar?' Het Eurocarillongebeuren lijkt hem meer iets voor de eerste groep. 'Het haalt buitenlandse beiaardspelers naar Nederland. Best leuk, dan heb je de beiaardier van Berlijn op je toren. Maar je moet er níet naar gaan luisteren. Zo zie ik dat tenminste. In het buitenland stelt het carillonspel nu eenmaal minder voor.'

Door het geopende zolderraam dwarrelen verwaaide carillonklanken binnen. Dat moet het klokkenspel van het Koninklijk Paleis zijn, een paar honderd meter verderop, waar collega Boudewijn Zwart achter het klavier zit. Van Wely spitst de oren, maar nee, hij hoort niet welk stuk Zwart speelt. Kan hij aan het klokkenspel ook horen welke vakbroeder er achter de toetsen zit? 'Het is een stug instrument, omdat je grote krachten moet overbrengen. Toch kun je er expressief en persoonlijk op spelen. Bernard Winsemius, de beiaardier van de Zuidertoren, bewonder ik zeer. Hij speelt ingetogen en heel precies. Lang niet alle beiaardiers zijn zulke goede muzikanten.'

Is er veel haat en nijd in de carillonwereld? Nou en of, beaamt Van Wely. Er zijn ongeveer tachtig beiaardiers in Nederland, voor wie maar een heel klein aantal vaste aanstellingen beschikbaar is. 'Hooguit zes of zeven beiaardiers kunnen van hun werk leven, de rest moet er iets bij doen. Dus ga maar na: als iemand op verschillende plekken speelt, omdat hij talent heeft én handig is, dan roept dat afgunst op. Iemand als Boudewijn Zwart heeft heel veel stekkies - én de Westertoren én de Grote Kerk in Dordrecht. Die pakt het ook commercieel goed aan.'

Aan de wand van de 'duikboot' in de Oude Kerkstoren hangt een groot bord met de namen van alle carillonisten die er sinds de zestiende eeuw speelden. 'Todd Fair 1979 - . . .', is de laatste in de rij. In een hoekje staan een paar oude, zwaar bestofte schoenen - de nalatenschap van stadsbeiaardier Cees Roelofs, die in 1971 voor het laatst de lange klim naar boven maakte. 'Misschien moet daar eens een vitrinekast voor komen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden