Een kikker ziet niets zoals wij

David Byrne, de ex-frontman van Talking Heads, heeft afstand genomen van zijn vroegere houterigheid. Er is een nieuw solo-album van hem verschenen, volgende maand treedt hij op in Torhout-Werchter....

'NEE, NEE', protesteert David Byrne, als zijn manager vraagt of hij even aan de telefoon kan komen. De beller is een van zijn grootste fans - reden genoeg om hem niet te willen spreken. 'Hij heeft een David Byrne-internet-site opgezet met ontzettend veel informatie. Die man weet werkelijk alles over me. Maar nu wil hij waarschijnlijk een update maken, en ze een miljoen vragen stellen.'

Byrne vlucht naar een andere hotelkamer, weg van de telefoon, en verontschuldigt zich voor zijn reactie. 'Ik voel me vereerd dat iemand zich zo in me wil verdiepen, maar zo'n gesprek zou doodvermoeiend voor me zijn. Minstens zo erg als een acht uur durende sessie op de bank bij een psychiater: vertel eens over jezelf. . . vertel nog eens wat meer.'

Praten over zichzelf is bepaald niet een van zijn favoriete bezigheden. Eerder een noodzakelijk kwaad, en een van de onaangenaamste aspecten van de muziekbusiness. Interviews doet hij alleen omdat het nu eenmaal moet, als een nieuwe plaat onder de aandacht gebracht moet worden. En zelfs dan wil hij er nog wel eens met de pet naar gooien. Het nummer You Don't Know Me van zijn deze maand verschenen solo-album Feelings tipt dit 'probleem' even aan. In een 'dialoog tussen het bewuste, rationele en het onderbewuste, het gevoel', neemt hij de schuld op zich voor van alles wat in zijn leven anders loopt dan was gepland: I'm the part that fucked up your promotion.

'Dat nummer zullen ze dus niet op de radio draaien', grapt Byrne, doelend op de strenge Amerikaanse moraal waarbij een werkwoord als 'fuck up' genoeg is om een song in de ban te doen. Nu hij een interview-ronde maakt langs de Europese pers probeert hij er maar het beste van te maken. Een grapje hier en daar, een voorzichtige lach, een weloverwogen antwoord op elke vraag, waarbij hij uitgebreid de tijd neemt om zijn gedachten onder woorden te brengen.

Anno 1997 is de 45-jarige David Byrne al lang niet meer de stijve, mensenschuwe neuroot, zoals hij vaak werd afgeschilderd in de periode dat hij frontman was van de groep Talking Heads. 'Ik zit nu beter in mijn vel, ben minder opgefokt dan in die tijd.' Opgekomen met de golf New-Yorkse new wave-bands in de late jaren zeventig, vormden Byrne en zijn muzikale partners (Jerry Harrison, Tina Weymouth en Chris Frantz) de meest intelligente en intellectuele band van een scene waaruit ook groepen als Blondie voortkwamen.

De hoekige, minimale rock van nummers als Psychokiller (1978) maakte in de jaren daarna plaats voor gedreven Afro-funk, zoals op het album Remain in Light, een van de hoogtepunten uit het Talking Heads-oeuvre. Byrne had zijn eigen houterigheid inmiddels tot belachelijke proporties opgeblazen, in grappige rollen en rolletjes, zoals die van tv-dominee in de film Stop Making Sense (1982).

In de vijftien jaar sinds die succes-film lijkt hij er alles aan te hebben gedaan om afstand te nemen van zijn intellectuele, stijve imago. Toen hij eind jaren tachtig een solocarrière begon en zich op het salsa- en cha cha cha-pad waagde, waren de reacties verdeeld. Sommigen prezen die avontuurlijke nieuwe richting. Anderen hoonden zijn gebrek aan soepelheid, dat schril afstak bij de swingende band die hem begeleidde.

'You're superwhite', zei een van de Zuid-Amerikaanse muzikanten tegen hem. Hij kon weinig anders dan hem gelijk geven, al weigerde hij bij de pakken neer te zitten. 'Al van jongs af hield ik van funk-ritmes. Met Talking Heads zijn we die op een gegeven moment steeds meer gaan gebruiken. Later ging ik me ook interesseren voor Zuid-Amerikaanse muziek. Het was een onbewuste keuze. Ik denk dat ik het nodig had om te groeien, om losser te worden - een tegenhanger te vinden voor mijn witte kant.'

Hij begon zijn label Luaka Bop uit liefde voor Zuid-Amerikaanse en andere exotische muziek, wat resulteerde in een fraaie collectie platen, die met veel zorg werd samengesteld. De vrolijke kleuren van de Zuid-Amerikaanse muziek klinken sindsdien ook door in zijn solowerk, op zijn nieuwe plaat ondermeer in nummers als Miss America. Het heeft nog altijd iets geforceerds, de manier waarop hij die luchtige, zonnige muziek heeft omarmd. Toch heeft het hem goed gedaan, zegt hij. 'Ik heb het gevoel dat ik nu emoties kan uitdrukken die minder desperaat zijn, maar daarom ook complexer, een breder scala aan stemmingen.'

Het resulteert op Feelings in songs die soms opvallend traditioneel van vorm zijn - Byrne zoekt het ditmaal zelfs in folk en country - terwijl in de teksten steeds minder is terug te vinden van het afstandelijke intellectualisme van Talking Heads. Byrne: 'In die tijd was ik nog erg gesloten, probeerde ik alles te controleren, niet te veel prijs te geven in mijn teksten. Later ontdekte ik hoe ik meer open kon zijn, meer dingen kon waarderen en accepteren.

'Ik ben nu gelukkiger, word niet meer voortgedreven door een gevoel van paniek. Sommige mensen missen dat misschien, vinden mijn vroegere muziek daarom interessanter. Maar dat is zoiets als je in een dierentuin vergapen aan een wild dier dat opgesloten zit in een kooi. Voor het publiek leuk om naar te kijken, maar niet voor het dier.'

Byrnes bevrijding uit zijn eigen kooi heeft effect gehad op zo ongeveer alles wat hij doet, zegt hij. 'Zo las ik, toen we begonnen met Talking Heads, vooral boeken over cybernetica, systeemanalyse en organisatie-theorieën. Sommige waren heel bijzonder, zoals Warren McCulloughs essay over wat het oog van de kikker ziet en wat voor informatie het doorgeeft aan de hersens. Een kikker ziet niets zoals wij dat doen, zijn systeem is totaal anders opgezet. Het is een machine om vliegen te vangen. Dus als iets niet beweegt, dan verdwijnt het uit beeld, bestaat het niet meer. Maar bij elke beweging, is de kikker alert: ''ah that's interesting. . .''

'Dat soort dingen, hoewel droog en wetenschappelijk, kunnen je inspireren tot een soort fantasie. Zoals: ''dan zijn wij mensen net zo. Onze kijk op de wereld is ook volkomen subjectief.'''

Zulke literatuur leest hij nu niet meer, hij zoekt zijn inspiratie liever wat dichter bij huis. 'Al heel lang ben ik op zoek naar het universele in het individuele, het kosmische in het gewone. Het idee dat het gewone dagelijkse leven net zo opwindend is als een dramatische levensloop.' Het is ook een van de thema's van zijn film True Stories (1986), een project dat begon als 'een reeks foto's, beelden aan een muur'. 'Pas later ontstond een verhaallijn, figuren, songs, een complete film. Soms is een beeld veel directer en mysterieuzer dan een song, sommige ideeën zijn puur visueel, laten zich niet vertalen naar een liedvorm. Daarom maak ik niet alleen muziek, maar fotografeer ik ook. Je kunt er andere gevoelens mee vastleggen.'

Muziek, film, fotografie, het runnen van een platenlabel: Byrne heeft zijn handen vol. Soms wat verwarrend, hij is de eerste om het toe te geven, maar ook 'een stuk leuker dan om elke dag met hetzelfde bezig te zijn'. Zijn drukke bestaan is de reden dat hij nog nauwelijks tijd heeft gehad om zijn optreden op het Torhout-Werchter-festival (eerste weekeinde van juli) voor te bereiden. 'Het enige dat ik nu al weet is dat ik iets anders wil dan optreden met een traditionele band. Ik wil liever een soort bezetting zoals in de dansmuziek, met vreemde instrumentaties, samples en loops.'

Zo'n werkwijze hanteerde hij ook al op Feelings, waar hij in negen nummers werkte met de Engelse trip hop-groep Morcheeba. 'Uiteindelijk werd het een soort trip folk, omdat ik ook echte instrumenten gebruikte.' Toen hij aan Feelings begon, had hij nog geen idee hoe de plaat zou uitpakken. 'Dat weet ik eigenlijk nooit, ik laat het gewoon gebeuren. De eerste schetsen waren heel donker, mineure melodieën en trage ritmen. Later kwamen er andere kleuren en smaken bij, werd het geheel lichter van sfeer.'

Het vormgeven van de muziek ging voorspoedig, met de woorden had hij meer moeite. 'Teksten schrijven vind ik altijd het moeilijkste. Ik haat het. It's the worst, it's really the worst. Muziek maken doe je met anderen, je speelt samen, maakt plezier, lacht, you have a good time. Maar omdat ik geen teksten van anderen zou kunnen zingen, moet ik ze zelf schrijven - alleen, met een leeg vel papier voor me. Daarom ga ik vaak een stuk wandelen om mijn geest af te leiden. Neem een cassetterecorder mee, en dan - heel voorzichtig - komen de woorden.'

Black Francis (Frank Black) schreef - in de tijd dat hij zanger van The Pixies was - teksten door de woorden die spontaan in hem opkwamen meteen op te schrijven, op het moment dat hij een melodie voor het eerst zong. 'Wow', reageert Byrne, 'zo makkelijk?' Dat de Pixies-zanger niet wist wat de woorden betekenden, vindt hij geen enkel bezwaar. 'That's ok, dan krijg je van die surrealistische tegenstellingen.'

Zijn eigen schrijfstijl is toch wat rationeler, geeft hij toe: 'Zo begon Miss America met de regel I love America. Toen wist ik waar het idee heen moest. Een politieke song, met de emotie van een liefdesliedje: Why do you treat me this way? Ik heb een haat-liefde-relatie met Amerika. Ze is als een mooie, aantrekkelijke vrouw - maar een vrouw die je nooit trouw zal blijven, die je altijd weer bedriegt.'

Het schel vrolijke, Zuid-Amerikaans getinte Miss America is heel anders van sfeer dan de nummers die Byrne met Morcheeba opnam, zoals Fuzzy Freaky, een van zijn beste nummers van de afgelopen jaren. Het lijkt misschien vreemd dat hij nu opeens werkt met Engelse trip hop-producers, maar Byrne blijkt goed op de hoogte van de stand van zaken in de dansmuziek en prijst ondermeer het werk van Chemical Brothers en Underworld. 'Born Slippy is een geweldig nummer.'

Hij kan zich er natuurlijk op beroepen zelf een pionier te zijn van de jaren negentig-dansmuziek. Zijn met Brian Eno opgenomen My Life in the Bush of Ghosts uit 1981 geldt als een klassiek, baanbrekend werk, dat met tape-loops, radiostemmen en funky ritmes vooruitliep op het tijdperk van de gesampelde muziekcollages. 'We gebruikten in die tijd nog geen sampler, maar maakten cut-ups van tapes. Iets omslachtiger, maar het komt op hetzelfde neer.'

De eveneens in 1981 verschenen soundtrack voor het ballet The Catherine Wheel bouwde nog voort op dat idee, maar sindsdien liet hij die richting links liggen. 'Een heleboel mensen blijven hun hele leven hetzelfde doen, maar dat is voor mij niet bevredigend. Ik wil graag verder, me blijven ontwikkelen. Als je iets eenmaal hebt gedaan, waarom zou je het daarna dan nog een keer doen?'

David Byrne: Feelings. Luaka Bop/Warners 9362-46605-2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden