Eén kik en Weekend at Waikiki kreeg nieuwe olie

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

De villa aan de Rijksstraatweg in het Groningse Haren is er niet meer. In 1990 gesloopt en vervangen door 'een binnenstebuiten gekeerde badkamer, met veel tegeltjes', zegt toetsenist/zanger Wijnand Helfrich van de popgroep Weekend at Waikiki. Waar dat luxe-appartementencomplex staat te blinken, daar had de band in de jaren tachtig een droom van een onderkomen. Een majestueus, door een gracht omringd pand, met hoge ramen en kamers zo groot als zalen. In enigszins vervallen staat, dat wel.

Weekend at Waikiki had er een oefenruimte, waar bezoek op een oude sofa kon neervlijen om te horen wat de jongens op hun gitaren en keyboards eerder hadden bedacht. De groep bouwde er een studio, waar ze platen opnam. Ze had er party's tot diep in de nacht. 'We hadden eens zo veel kratten met lege flessen, dat we van het statiegeld een nieuw feest konden bouwen', zegt zanger Thijs Helfrich.

De volgende ochtend namen ze dan hun gezamenlijk ontbijt. En als Jelke Haisma - marimbaspeler, vaste bewoner van de villa en groot vogelliefhebber - een bijzondere lijster had ontdekt in een van de bomen die de villa omzoomden, dan stonden ze soms met z'n allen muisstil in de serre naar het gezang te luisteren. 'Op zo'n moment was de band één persoon', zegt Thijs. De andere bandleden woonden niet in de villa, of heel eventjes. Maar dat maakte niks uit. 'We waren er altijd', zegt hij. 'Ik heb er járen van mijn leven doorgebracht.'

De harde kern van Waikiki werd al gevormd op de middelbare school. Of nee, eigenlijk nog eerder. Want Thijs en Wijnand zijn broers. Zij en hun vrienden, allemaal Friezen, gingen in Steenwijk naar school, en daar ontstond het eerste bandje. Ska speelden ze, meegesleurd door de rage van begin jaren tachtig. Na Steenwijk volgde Groningen, waar iedereen ging studeren.

Weekend at Waikiki werd opgericht. Thijs: 'Het was meteen een forse band, met negen leden. We waren geen al te begenadigde muzikanten, en dus dachten we: als een muzikant niet met twee handen kan spelen maar met één, dan moeten twee mensen maar samen één partij voor hun rekening nemen.'

De massieve new wave van Waikiki, met die ver dragende stem van Thijs, sloeg aan. Al na twee zaaloptredens speelde de band live voor de radio, bij KRO's Rocktemple. Drie, vier keer in de week trok de groep met het busje naar de Melkweg in Amsterdam, De Pul in Uden of De Vrije Vloer in Utrecht.

Midden jaren tachtig kwam Utopia binnen handbereik. De tegenwoordige zwager van Wijnand bewoonde in zijn eentje de villa in Haren, als antikraak-wacht. Wijnand: 'Hij hield het er niet uit. Het was zo enorm groot, voor één mens was er niet in te leven. En toen hij een keer van vakantie terugkwam, bleken er toch krakers in te zijn getrokken. Die gingen uiteindelijk wel weer weg, maar daarna was de toestand voor hem echt onhoudbaar. De kraakbeweging gooide uit protest stenen door de ruiten, en anderen gooiden stenen omdat ze dachten dat de villa nog steeds gekraakt was.' Wijnands toekomstige zwager zocht elders onderdak.

In 1986 ging het bedrijf dat de villa in eigendom had ermee akkoord dat Weekend at Waikiki er introk. De band kreeg de bovenverdiepingen, de begane grond was voor een theateropleiding. Nooit problemen gehad met de kraakbeweging. Bandjes uit die scene kwamen over de vloer, om opnamen te maken in de studio.

Thijs: 'We betaalden geen huur. Gas en elektra kregen we gratis, telefoon ook.' Wijnand: 'In de kelder stond een soort kerncentrale die het pand verwarmde. We hoefden maar te kikken, of er reed een tankwagen voor om de olievoorraad aan te vullen.'

Waikiki verdiende in die jaren met de optredens veel geld, dat in z'n geheel in de band werd geïnvesteerd. Thijs: 'We betaalden er het eten en drinken van, en verder kochten we voor kapitalen aan instrumenten en apparatuur. De band, daar leefden we voor.'

Als Waikiki on the road was, sliepen ze nooit in hotels. Wijnand: 'We hadden overal in het land contact met andere muzikanten. We sliepen bij hen thuis, en als het even kon met z'n allen op één kamer, zo dicht mogelijk bij elkaar. Iedereen was bandlid en even belangrijk, ook de geluidstechnicus en de lichtman. '

De band was alles. Maar de muzikanten gingen door met hun studie. Thijs: ' We zagen in Groningen muzikanten die een tijdje bij Herman Brood hadden gespeeld, of bij Phoney and the Hardcore. Veel van hen eindigden na verloop van tijd aan de bar.

Bij Waikiki bleef een krach in de populariteit uit. Steeds volle, en steeds grotere zalen kwamen op hun weg, maar voor de platenverkoop betekende het niets. Thijs: 'We verkochten hooguit drie-, vierduizend exemplaren per plaat, hoe lovend de recensies ook waren. En elke single flopte. Wij hoorden in elk nieuw nummer een hit. De rest van de wereld niet.' Wijnand: 'Eigenlijk kon ons dat ook niet zoveel schelen. Met commercie hielden we ons niet bezig. Terugblikkend kunnen we wel zeggen dat het clubgevoel het zicht op de zakelijke aspecten heeft belemmerd. We zaten ooit dicht bij een doorbraak naar groot succes. Maar hóe dichtbij we waren, dat hebben we eigenlijk niet geweten.'

In 1990 kwam er een einde aan het verblijf in de villa in Haren. Thijs slaat zijn fotoboek open en laat zien hoe de ruiten uit het gebouw werden geslagen en de muren met de grond gelijkgemaakt en hoe de bulldozers de restanten bijeenveegden.

Maar de val van de villa betekende niet de val van Waikiki. De sfeer veranderde wel. Wijnand: 'Toen we de villa nog hadden wisten we alles, al-les van elkaar. Dat werd minder. Kwam iemand opeens met een andere vriendin aanzetten, zonder dat ie dat met ons had overlegd'

De band vond een nieuwe repetitieruimte in Friesland, op de zolder van het oude postkantoor waar de moeder van de marimba-speler Jelke woont. Alweer drie jaar geleden kwam de nieuwste plaat, Sputnik, uit. Er volgden nog zo'n zeventig optredens - daarna besloot Waikiki dat het live voorlopig genoeg was geweest. Wijnand: 'We merkten dat we begonnen op te zien tegen de lange nachten in de bus.' De bandleden, de meesten inmiddels midden dertig, kregen andere zorgen en verplichtingen: werk, een gezin, een eigen bedrijf.

Multi-instrumentalist Tom Holkenborg verruilde Weekend at Waikiki voor de band Nerve, en richtte vervolgens het internationaal doorgebroken Junkie XL op. De broers Thijs (mede-eigenaar van een multimedia-vormgevingsbureau) en Wijnand (universitair docent immunologie) zetten Weekend at Waikiki voort en werken met andere bandleden aan een nieuwe plaat. Jelke, de zwijgzame, op het conservatorium geschoolde marimba-virtuoos, heeft zijn instrument vaarwel gezegd, en werkt als hoofdtechnicus in een muziekstudio in Hilversum.

Voor alledrie is Weekend at Waikiki, en de periode in de Harense villa, bepalend geweest voor de rest van hun leven, zegt Thijs. Ga maar na. De fascinatie die hijzelf opdeed voor digitale opnametechniek en voor het 'prutsen' met computers, speelt hem op zijn vormgevingsbureau nog dagelijks parten.

Jelke: 'Ik heb er mijn beroep aan te danken.'

Wijnand: 'In de studio was het altijd de vraag wie de opnameknop kon indrukken als we gingen spelen. Dan zeiden we: ''Wie kan dat doen. Ahhh, Jelke.'' En dan drukte Jelke op de record-knop. Zo is hij begonnen.'

Arno Haijtema

Dit is de tweede aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd. Het eerste artikel verscheen op 11 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.