Een kijkje in Jean Desmets droomfabriek

De vroege speelfilms uit het begin van de 20ste eeuw waren veel beter dan vaak wordt gedacht. De Vlaming Jean Desmet speelde een voortrekkersrol in Nederland, laat filmmuseum Eye nu zien.

Die Schwarze Natter (Een Gevaarlijke vrouw), 1913.Beeld Collectie EYE

De avond begon met een 'prachtvolle natuuropname', gefilmd vanuit een Zwitserse trein. Daarna volgden onder meer een 'buitengewoon interessante comedie' over een autorace en een 'zeer boeiend drama' over een indianenmeisje, voordat de hoofdfilm zich aandiende: Overwinnen of sterven, een Italiaans spionagedrama. Na die zware kost werd afgesloten met een korte klucht over een man die wil scheiden omdat hij meer van muziek houdt dan van zijn vrouw, waarna zij zich als pianiste vermomt om hem terug te winnen.

Zo zag het programma eruit als je tijdens de kerstdagen van 1914 naar de Concordia Bioscoop ging in Rotterdam. Voor ongeveer 20 cent kreeg je zes afwisselende films voorgeschoteld, in lengte variërend van 7 tot 38 minuten. Honderd jaar later is precies hetzelfde filmprogramma, in dezelfde volgorde en met alle zes films intact, te zien in een zaal van Eye in Amsterdam. De wonderbaarlijke tijdcapsule maakt deel uit van de tentoonstelling Jean Desmets droomfabriek - De avontuurlijke jaren van de film (1907-1916).

Waardevolle collectie

Het is de eerste grote tentoonstelling die filmmuseum Eye samenstelde uit de Desmetcollectie, het kroonstuk van het eigen archief. De collectie, bestaande uit meer dan 900 films, 1.000 affiches, 1.500 foto's en 24 strekkende meter aan bedrijfsadministratie, is afkomstig van filmondernemer Jean Desmet (1875-1956) en werd al kort na diens overlijden aan het museum geschonken. Het kostte tientallen jaren om alles te onderzoeken en te restaureren.

Het is niet alleen de omvang die de collectie zo waardevol maakt. Natuurlijk is het een enorme rijkdom bijna duizend internationale films uit de periode tussen 1907 en 1916 te bezitten, zeker als je bedenkt dat naar schatting 80 procent van de films uit die tijd verloren is gegaan. Maar dat er naast films en affiches ook zo veel ander materiaal bijhoort (dankzij de legendarische bewaardrift van Desmet, die uit zuinigheid niks weggooide) maakt het geheel nog veel interessanter. Het filmprogramma van Kerst 1914 zou nooit gereconstrueerd kunnen worden als Desmet er geen flyer van had bewaard.

Geen wonder dus dat de Desmetcollectie een paar jaar geleden werd opgenomen in het Memory of the World-register van Unesco. En geen wonder dat Eye trots is op de tentoonstelling. Alhoewel een relatief kleine greep uit de collectie, is die overweldigend: op grote schermen worden 57 (merendeels korte) films vertoond, in totaal 9 uur beeldmateriaal. Aan de muur hangt een selectie van de fraaiste filmaffiches en in vitrines ligt een schat aan documenten, die samen laten zien hoe de filmwereld aan het begin van de 20ste eeuw in elkaar stak.

Uit: Filibus, de geheimzinnige luchtpirate, 1915.Beeld Collectie EYE

Opkomst van de film

Het was een pionierstijd: de cinema was nog piepjong en groeide langzaam uit van kermisvermaak tot eerbiedwaardige kunstvorm. Jean Desmet, geboren in België en opgegroeid in Nederland, behoorde tot de eerste ondernemers die er brood in zagen. Hij was een selfmade man, begonnen met helemaal niks. Vanaf 1897 stond hij met een rad van fortuin op de kermis, later volgde een reuzenglijbaan. In 1907 kocht hij de reisbioscoop 'Imperial Bio', een indrukwekkende tent vol art nouveau-versieringen met een paar honderd zitplaatsen. Daarmee trok hij door Nederland.

Een paar jaar later opende hij de bioscoop Parisien in Rotterdam, een van de eerste vaste bioscopen in Nederland. Andere bioscopen volgden, onder meer in Amsterdam. De films die Desmet vertoonde, begon hij gaandeweg zelf in te kopen en ook aan anderen te verhuren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het te ingewikkeld om aan nieuwe films te komen. Desmet stapte in 1916 uit de filmdistributie en richtte zich op onroerend goed; alleen de Parisien-bioscoop op de Nieuwendijk in Amsterdam behield hij tot het eind van zijn leven.

Pionier in de beginjaren van de film

1895: Eerste publieke filmvertoning in Parijs door de gebroeders Lumière

1897: Jean Desmet, oudste uit een gezin met zes kinderen, gaat met een rad van fortuin op de kermis staan / Opkomst van de internationale filmbranche met bedrijven als Pathé (Frankrijk) en Vitagraph (Verenigde Staten)

1898: Films worden populair in Nederland. Ze worden vertoond in reisbioscopen of in theaters, als onderdeel van een variété-programma

1907: Desmet koopt de reisbioscoop Imperial Bio, waarmee hij langs kermissen trekt

1909: Desmet opent zijn eerste vaste bioscoop in Rotterdam

1910: Opkomst van de lange speelfilm als hoofdfilm in een programma

1912: Desmet koopt zijn films direct in bij producenten in het buitenland en verhuurt ze aan bioscoopexploitanten / Opening van de luxe Cinema Palace in de Kalverstraat

1913: De lange biopic Richard Wagner, aangekocht door Desmet, is een grote hit

1914-1918: Door de oorlog komen minder Europese films beschikbaar

1916-1918: Desmet stopt met filmdistributie en verkoopt de meeste van zijn bioscopen / De Europese filmproductie neemt verder af en Hollywood ontwikkelt zich tot een wereldmacht in de film.

Unieke kijk

Dat hij vrijwel al zijn films uit de periode 1907-1916 bewaarde, berust min of meer op toeval: Desmet kon er geen koper voor vinden en gooide nu eenmaal niet graag iets weg. Het biedt een unieke kijk op de filmcultuur in die jaren. Kenners van Eye vinden het tijd voor een herwaardering; de vroege, zwijgende cinema heeft namelijk geen beste reputatie. Vlekkerige zwart-witfilms met vage tussentitels en raar, hysterisch acteerwerk -- dat is ongeveer het beeld dat bij het grote publiek bestaat.

Specialisten weten al langer dat dat niet klopt. Sinds de jaren tachtig wordt internationaal hard gewerkt aan een restauratie die de films eer aandoet. Daarna blijft van de vooroordelen weinig over. Zo werd verrassend veel kleur gebruikt in de vroege cinema. De inkleurtechnieken varieerden van tinting en toning (waarbij de hele filmstrook één kleur kreeg) tot het ingewikkelder stenciling, dat sprookjesachtige resultaten opleverde. Op de juiste wijze gemonteerd (soms een hele zoektocht) en ontdaan van vlekken en krassen blijken de films niets van hun oorspronkelijke magie te hebben verloren. In Eye zijn prachtige voorbeelden te zien, van gestileerde natuurfilms tot inventieve, nog altijd fris ogende animaties.

Affiche van de film 'Filibus' uit 1915.Beeld Collectie EYE

Avontuurlijk

Of neem de lange film Filibus, de geheimzinnige luchtpirate, een Italiaans misdaaddrama uit 1915. Het verhaal gaat over een dievegge die zich per zeppelin verplaatst, zich als man vermomt en de detective die haar op het spoor is voor haar misdaden probeert te laten opdraaien. Een tamelijk radicaal verhaal, dat bepaald niet ouderwets aandoet. De beelden zijn opvallend fraai; door de knappe special effects oogt Filibus bijna als een sciencefictionfilm.

De tentoonstelling in Eye maakt goed duidelijk hoe avontuurlijk het filmmaken was aan het begin van de vorige eeuw, vol experimenteerdrift en bijzondere ideeën. Daarnaast vestigden de eerste belangrijke regisseurs hun naam en trokken Europese diva's als Asta Nielsen en Lyda Borelli volle zalen. Het medium werd in sneltreinvaart volwassen: avondvullende bioscoopfilms verdrongen de korte film en Hollywood zou na de Eerste Wereldoorlog steeds belangrijker worden.

Met de dominantie van Hollywood zou ook de manier waarop filmverhalen verteld werden, worden gestandaardiseerd. Vóór die tijd was het nog een vrolijke chaos aan montagetechnieken, acteerstijlen en camera-instellingen.

Bioscooprevolutie

Bij de tentoonstelling Jean Desmets droomfabriek - De avontuurlijke jaren van de film (1907-1916) is een gelijknamig boek verschenen, waarin verschillende auteurs de periode van de vroege film belichten. Waar de tentoonstelling er door de overvloed aan materiaal niet altijd in slaagt de grote lijnen te laten zien, maakt het rijk geïllustreerde boek duidelijk hoe belangrijk de Desmetcollectie is en hoeveel er in tien jaar tijd veranderde. De opkomst van vaste bioscopen, het begin van de filmdistributie en de snelle ontwikkeling van filmtechnieken maakten de periode tussen 1907 en 1916 tot een van de spannendste uit de filmgeschiedenis. Ook de belangrijke rol van filmpionier Jean Desmet in Nederland komt uitgebreid aan bod. Het boek Jean Desmets droomfabriek (redactie Marente Bloemheuvel, Jaap Guldemond en Mark-Paul Meyer, Eye /nai010 uitgevers, 192 p.) is te koop voor 29,50 euro.

Die vroege periode werd lange tijd beschouwd als een primitief voorstadium; ten onrechte, betogen de makers van Jean Desmets droomfabriek. De tientallen films in de tentoonstelling zijn het bewijs. Ze tonen hoe modern de cinema honderd jaar geleden was, en vooral ook hoe veelzijdig. Film was niet langer een kermisattractie, maar een avondje naar de bioscoop voelde nog als een achtbaan: een wilde rit langs beeldschone natuurbeelden, dwaze kluchten en emotionele drama's.

De tentoonstelling Jean Desmets droomfabriek - De avontuurlijke jaren van de film (1907-1916) is tot 12/4 te zien in Eye, Amsterdam. Rondom de tentoonstelling zijn extra filmvoorstellingen, lezingen en andere activiteiten geprogrammeerd. Zie eyefilm.nl.

Poster 'Cinema Parisien' uit 1909.Beeld Collectie EYE
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden