EEN KENTERING IN HET FRANSE ZELFBEELD

EEN van de opmerkelijke recente, gebeurtenissen in Frankrijk is de manier waarop de nieuwe, socialistische premier Jospin zich heeft losgemaakt van het gangbare beeld van de rol van de Franse staat in de Tweede Wereldoorlog....

ANDRE ROELOFS

Jospin deed dat bij de herdenking van de 'rafle du Vel' d'Hiv': de razzia in juli 1942 waarbij 12.000 Parijse joden werden opgepakt en via een overdekte wielerbaan naar Auschwitz werden afgevoerd. Jospin stelde dat deze actie werd uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een Franse regering en in het verlengde lag van een Frans antisemitisme. 'Niet één Duitse soldaat was nodig voor het plegen van deze schanddaad.'

Met deze uitspraken keert Jospin zich tegen de positie die ook door de socialistische president Mitterrand hardnekkig is verdedigd. Te weten dat Frankrijk niet verantwoordelijk is voor het met Hitler collaborerende (in Vichy zetelende) regime van de Franse maarschalk Pétain. Belangrijker nog dan de verwerping van het standpunt van Mitterrand, is de wijziging in de manier waarop Frankrijk zichzelf ziet en presenteert.

De portee van deze kentering zal een niet-Fransman makkelijk ontgaan. Per slot van rekening heeft ieder land het soms moeilijk met zijn verleden. Het punt met Frankrijk is echter dat het verdraaien van de betekenis van Vichy een wezenlijk onderdeel is van de nationale mythe waarop Frankrijk zijn soms verbazingwekkende aanspraken in de naoorlogse wereld heeft gebaseerd.

Deze mythe komt er op neer dat Frankrijk in mei 1940 niet is verslagen maar slechts een nederlaag leed en onder leiding van de naar Engeland uitgeweken generaal De Gaulle de strijd voortzette. Frankrijk was in deze lezing één van de Geallieerden en één van de overwinnaars. En daarmee een grote mogendheid, gerechtigd een leidende rol in Europa te spelen.

Het Franse probleem is dat deze lezing weliswaar niet helemaal onjuist, maar wel zeer eenzijdig is. Want Pétain (een 'held' uit de Eerste Wereldoorlog) werd niet door de Duitsers aan de macht gebracht maar door president Lebrun, en het was het Franse parlement dat Pétain zijn volmachten verschafte. Het staat ook vast dat Pétain lange tijd zeer populair was, en dat de strijd van het binnenlandse verzet, dat na de Geallieerde invasie van juni 1944 zeer krachtig werd, in veel opzichten een burgeroorlog van Fransen tegen Fransen was.

Na de bevrijding hadden weinigen er belang bij de dubbelzinnige Franse rol naar voren te halen. De politici niet die, zoals de meeste socialisten, vóór Petain hadden gestemd. Evenmin de Franse communisten die later een grote rol in de Róesistance speelden, maar in 1939/'40 het Hitler-Stalinpact steunden. En ook niet De Gaulle, wiens dubbele claim - zijn eigen leiderschap in Frankrijk en een wereldstatus voor Frankrijk - rustte op de bewering dat Frankrijk zich, op een paar collaborateurs na, voorbeeldig had gedragen.

Niet iedereen was daarvan overtuigd, en het kostte De Gaulle de grootste moeite zijn comité van Vrije Fransen door de Geallieerden als Voorlopige Franse Regering erkend te krijgen en te voorkomen dat Frankrijk na de bevrijding onder een Geallieerd militair bestuur werd geplaatst, zoals later Duitsland. Zijn animositeit tegenover de anglo-saxons, en vooral Amerika, vindt in die tijd haar oorsprong.

Het is niet overdreven om te stellen dat - zeker vanaf 1958, toen De Gaulle onder de druk van een militaire couppoging in Algiers opnieuw aan de macht kwam - de gehele Franse politiek in het teken heeft gestaan van het streven erkenning van Frankrijk als grote mogendheid af te dwingen. Daarvoor werd een eigen atoombom gebouwd, het Franse leger aan het NAVO-commando onttrokken, een speciale relatie ontwikkeld met Moskou als tegenwicht tegenover Amerika, en een Europese politiek ontworpen die ten doel had de Duitse economische kracht met het Franse politieke vernuft te combineren.

Zowel De Gaulle (elf jaar president) als Mitterrand (veertien jaar) geloofde in een uitzonderlijke Franse roeping in de wereld. Mitterrand had het over 'dat ondefinieerbare genie, dat Frankrijk in staat stelt de fundamentele behoeften van de menselijke geest te doorgronden en tot uitdrukking te brengen'. Mitterrand beschouwde de waarheid over Vichy als afbreuk aan de Franse grandeur, en verklaarde nog in september 1994: 'Ik zal, uit naam van Frankrijk, geen excuus aanbieden. De Republiek heeft daarmee (de jodenvervolging onder Vichy) niets van doen. Ik ben van mening dat Frankrijk niet verantwoordelijk is'.

In dit licht zijn de woorden van Jospin een bevrijding. En, misschien, het begin van een erkenning dat met de mythe van de Franse voortreffelijkheid ook de idee dat Frankrijk per se een uitzonderlijke wereldrol moet opeisen, maar het beste naar het Panthéon kan worden verwezen. Zeker wanneer zo'n streven de eigen krachten steeds meer te boven gaat.

Bovendien: wat is er eigenlijk tegen om in een middelgroot land te leven, mits beschaafd, veilig en redelijk welvarend? Grootheid maakt meestal niet gelukkig. Illusoire grootheid maakt alleen maar ongelukkig.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden