Een Katwijkse zou hem niet begrijpen

'De zee is zo mooi', zegt de Hindelooper visser, 'het licht boven het water, daar word je troebel van in je hoofd.' In 'De zoete zee' is 55 jaar fotografie langs het IJsselmeer verzameld, met een voorwoord van Cherry Duyns....

TOEN de weduwnaar in zijn eigen dorp geen vrouw kon vinden, trok hij maandenlang alle vissersplaatsen aan het IJsselmeer langs. Of ze gereformeerd was of katholiek, hinderde hem niet. Hij wilde een vissersvrouw, met een boerin of een stadse zou hij niet kunnen leven. Hij vroeg overal, aan dominee of pastoor, om raad en om adressen. Hij was zo oud nog niet en een stevige kerel. Soms werd hij op zicht gevraagd en wachtte daarna dan dagenlang op antwoord. Het hele dorp volgde in spanning en medeleven zijn zoektocht.

Elke ochtend op een vast tijdstip, het dorp lag nog te slapen, verzamelden de katten zich op een plekje bij de steiger aan de dijk. Ze legden zich in het gras, je kon merken dat ze ergens op wachtten, maar op wat of wie was niet te zeggen. Er was geen mens te zien, de weg was verlaten en de zee was stil. Opeens veerden ze allemaal op. Nog steeds was er niets te zien, alleen uit de verte het getuf van een oud bootje te horen. Vanachter de bocht van de dijk kwam de botter in zicht. De visser meerde aan, trok een rietenmand met ondermaatse vis op de steiger en keerde hem om. Een uurlang zat het kattenleger dan stilletjes te smullen.

Opeens hield hij ermee op. Van het vissen kon hij niet meer leven. Hij verkocht zijn houten huis aan de dijk, met boothuis, rokerij en nettenschuur, ging in een rijtjeshuis in een plaatsje verderop wonen en vond een baan aan wal. Hij kreeg vaste werktijden en hoefde er niet meer bij nacht en ontij uit. Maar naar die vissersvrouw bleef hij nog lang zoeken, alleen die wist wat er in zijn hart omging. Van de Zuiderzee moest ze zijn, een Katwijkse of Scheveningse zou hem niet begrijpen.

Het is nog niet eens zo lang geleden dat deze geschiedenis zich afspeelde. De wereld is klein langs het IJsselmeer en overzichtelijk. Toch is er veel veranderd. Er zijn nog steeds, blijkt uit het mooie fotoalbum De zoete zee, vissers en palingrokers, maar hun werk is geïndustrialiseerd. Het land is steeds minder het land van de boer geworden en de zee steeds minder die van de vissers. In honderd foto's, uit de periode 1945-2000, voorafgegaan door een tekst van Cherry Duyns, wordt verslag gedaan van die ontwikkeling. De toon wordt gezet door de oude rotten van de documentaire fotografie (zoals Maria Austria, Eva Besnyö, Carel Blazer, Henk Jonker, Ad Windig) en mooi opgepakt door de jongere generatie (zoals Theo Baart en Siebe Swart). Hun verhaal van die geschiedenis wordt weer doorspekt met twee fotoseries, van Paul Fleming en Raimond Wouda, die speciaal voor dit boek zijn gemaakt.

Het licht is er anders dan aan de Noordzee of op het wad, en kent er vele stemmingen. Een groot deel van het IJsselmeer is ingepolderd. Er is een ring van randmeren ontstaan, maar de ruimte onder de hemel is er nog, niet overal zie je de overkant. Zee, noemen de vissers het IJsselmeer nog altijd, alsof de Afsluitdijk er nooit geweest is. 'De zee is zo mooi', zegt een Hindelooper visser tegen Cherry Duyns, 'het licht boven het water, daar word je troebel van in je hoofd.'

Het ging allemaal nog op zeil, het vissen, of op stoom, de veerboot van Enkhuizen naar Stavoren, in die eerste jaren na de oorlog. En de mensen aan de kust gingen in klederdracht, niet alleen in Marken en Volendam, maar overal, elke plaats zijn eigen dracht. Je ziet ze aan het werk, op klompen, in stevige pilobroeken en gestreepte boezeroens, in de palingrokerij en op de scheepswerf, in het aardewerkatelier van Makkum, op zee aan boord van hun botters, in de zinkstukken van rijshout en de baggerwerken bij de drooglegging van Flevoland.

En je ziet ze, in hun mooie goed, pronken in hun nette kamer op zondag, flanerend in hun zomerdracht, een pijpje smokend, op de dijk, of schalks de rokken opgestroopt pootje baden in een spiegelende zee. Door de week is het weer werken geblazen, dan wordt het stoepje geschrobd, de was gedaan die aan de winderige kust aan wasknijpers geen houvast heeft en tussen twee in elkaar gedraaide touwen wordt gestoken.

Een rondje in de draaimolen kostte een dubbeltje, een rondvaart door de haven en het IJsselmeer drie kwartjes. Toeristen zijn er altijd geweest. Al eeuwenlang spreken die stille stadjes en dorpen langs die oude kust tot de verbeelding. Het was hard werken, op zee en aan de wal. Er werd geen net ingehaald voor er was gebeden, het hele leven voltrok zich in een eeuwig godsvertrouwen. 'Bid en Werk', zei de kerk. Ze waren, en zijn nog altijd, streng in de leer.

Veel vertier was er niet, of stond God niet toe, kermis af en toe, 's zomers zwemmen bij de dijk, een praatje op de leugenbank in de haven. Maar 's winters, als er ijs lag en al het werk stillag, was er geen remming meer. En zie je iedereen het ijs op schieten, de vrouwen een omslagdoek over de blote armen geslagen, met de klompslofjes op de doorlopers. Alles ging het ijs op, de pikslee, de ijszeiler, in de strenge winter van 1946-'47 zelfs een konvooi auto's.

Langzaam verandert in De zoete zee met het verstrijken der jaren het leven. De dorpen en de stadjes breidden zich uit, de klederdracht werd afgelegd, de schepen werden groter, sneller en veiliger, de laatste drooggelegde polder van Lelystad en Almere werd volgebouwd en gaf af en toe, in het droogvallend wrak van een Lancaster, een drama uit de oorlog prijs.

De meisjes met hun lange rokken en schorten, hun schouderkappen, mutsjes en oorijzers liggen nu 's zomers in bikini aan de dijk. De visser peilt de vangst niet meer op gevoel en intuïtie, maar met radar en sonar. Vertier is er nu permanent, op campings en in pretparken. Maar die eindeloze horizon onder die torenende luchten kan nog even leeg zijn als toen, de aalscholvers drogen er nog altijd hun vleugels alsof ze aan het kruis genageld zijn, soms wordt er zelfs een eerder verdwenen vogelsoort weer waargenomen. Op het land achter de dijk is de veestapel uitgebreid, voor zijn biefstuk wordt er tegenwoordig ook de struisvogel gehouden. Maar een vissersman zal nog altijd wel, het liefst, met een vissersvrouw willen gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden