BoekrecensieCharles Burns - Daedalus

Een jonge tekenaar die feit en fictie niet kan scheiden

Beeld Concerto Books

Niemand kan haar zo mooi laten glanzen als Charles Burns. In al zijn stripverhalen over puberangsten, de seventies en lichamelijke vergroeiingen, de drie vaste ingrediënten in zijn oeuvre, komt die lakglans terug: hard en verleidelijk. De Amerikaan brak in de jaren negentig internationaal door met Black Hole en werkte daarna aan een trilogie waarin hij een psychotische variant van de wereld van Hergé neerzette, met de puzzelstukken X, De Korf en Suikerschedel. Hij is nu begonnen aan een nieuwe cyclus, waarvan het eerste deel Daedalus heet. Op het omslag zien we van achteren, Magritte-achtig, het rode haar van een meisje dat een niet te benijden hoofdrol speelt in de fantasieën van een jonge tekenaar. Hij is geobsedeerd door horrorfilms in het algemeen en door Invasion of the Body Snatchers (uit 1978) in het bijzonder. Problematisch is dat hij feit en fictie niet kan scheiden, en zijn eigen ficties zitten vol onrustbarende elementen. De spoileralert verbiedt ons hier meer over te zeggen. Maar het mooie is dat Burns de schetsboeken van de jonge tekenaar naast de ‘realiteit’ van het stripverhaal plaatst, zodat in zijn boek minimaal twee werkelijkheden door elkaar lopen. (Joost Pollmann)

Charles Burns: Daedalus

Concerto Books; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden