Een jaar als alle andere

Liever co-hoofdstad van Griekenland, dan tweede stad na Athene - Thessaloniki, de Poort tot de Balkan, wil zich dit jaar manifesteren als 'kruispunt van culturen'....

0 EN MAN zo groot als Alexander de Grote is allicht niet op een alledaagse manier verwekt. De Griekse geschiedschrijver Plutarchus noteerde in de eerste eeuw van de jaartelling dat de moeder van Alexander in de nacht voorafgaande aan de huwelijksvoltrekking droomde dat er onweer losbrak en de bliksem in haar schoot sloeg. Aan deze hemelse ontlading dankt Macedonië de grootste veroveraar die de wereld heeft gekend. Te groot voor deze wereld eigenlijk, want aan het eind van zijn veldtochten zeeg hij neer, snikkend omdat er niets meer te overwinnen was.

Op het erf van Alexander zijn de overwinningen echter schaars. Thessaloniki, hoofdstad van de provincie Macedonië, ligt er verlaten bij. Alexander zelf rijst zes meter in brons omhoog langs het waterfront op zijn paard Bucephalus. Hij kijkt uit op het Theater van Macedonië dat in de steigers staat. Rechts van hem is een bouwput die het koninklijk theater had moeten zijn. Thessaloniki is dit jaar Europa's culturele hoofdstad, maar veel van haar schatten zijn gehuld in steigers en bouwplastic.

'Culturele hoofdstad? Wat zeg jij?', snibt een meisje op een van de terrassen in de Ladadika. De oude hoerenkotjes in deze havenwijk zijn de populairste plek om uit te gaan, maar bij niemand is hier enthousiasme te bespeuren over Thessaloniki '97. Net zoals het in de rest van de stad moeite kost een spoor terug te vinden van de reusachtige culturele injectie van 85 miljard drachme, 650 miljoen gulden.

Het budget dat Griekenlands tweede stad uittrekt om zich een cultureel profiel aan te meten, is veruit de hoogste inzet ooit in de wedren om de Europese cultuurtitel. Het begon in de jaren tachtig redelijk onschuldig met een ministerieel onderonsje tijdens een EG-top in de lobby van hotel Grand-Bretagne in Athene. Drie cultuurministers werden het er over eens dat Europa niet louter kon bestaan uit landbouwsubsidies, jambesluiten en monetaire politiek. Melina Mercouri (Griekenland), Jack Lang (Frankrijk) en Elco Brinkman werden tijdens dat geanimeerde gesprek peetouders van de culturele hoofdstad. Mercouri's Athene was als eerste aan de beurt in 1985, Amsterdam volgde - na Florence - in 1987.

Die eerste jaren was de titel culturele hoofdstad nog synoniem voor een veredeld zomerfestivalletje. Amsterdam had een begroting van vijftien miljoen en in de Nederlandse kranten werd gemopperd waar dat goed voor was. Het tij keerde na het succes van Glasgow 1990, de Schotse stad verwelkomde dat jaar 20 procent toeristen meer dan gewoonlijk.

Sindsdien weten steden dat je met het predikaat culturele hoofdstad niet alleen je inwoners op cultuur kunt trakteren. Het is ook een alibi om sponsorgeld, staatssteun, ecu's en toeristenvaluta's binnen te halen. De lobby's van de steden worden inmiddels zo hartstochtelijk gevoerd, dat de Europese cultuurministers het niet over hun hart konden krijgen één stad voor het jubeljaar 2000 te selecteren. Dus kozen ze er negen.

'U mag de Grieken niet te snel veroordelen', zegt een vrouw van middelbare leeftijd, terwijl ze op de Modianomarkt in het stadshart de textuur van rode paprika's beproeft. 'Misschien maakt de organisatie fouten, maar straks, als alles voorbij is, heeft Saloniki wel mooie nieuwe gebouwen. Dan is dat andere snel vergeten.'

Dat andere is het feit dat bijna de helft van de grote infrastructurele projecten voor Thessaloniki niet op 1 januari 1997 gereed was. Dat er weinig terecht komt van de ronkende beloften van Griekse politici. Dat er verhalen gaan dat er geld aan de strijkstok blijft hangen. Dat programma-onderdelen bruusk worden geschrapt, omdat er tekorten zijn en dat de organisatie van Thessaloniki '97 inmiddels toe is aan zijn vierde artistiek-directeur.

Deze niet te benijden functie wordt sinds medio vorig jaar vervuld door de schrijver Panos Theodoridis: een gedrongen, buikige veertiger met een sikje. Vriend en vijand dichten hem een grote integriteit en on-Griekse doortastendheid toe. 'Ik heb geen last van een superego. Ik ben niet uit op politieke macht of een mooi baantje. Ik wil dit werk zo goed mogelijk doen en dan zo snel mogelijk weer achter de schrijftafel plaatsnemen', zegt hij en pauzeert even om te preciseren: 'Vanaf de eerste dag dat ik hier zit, verlang ik naar het uur dat ik weer kan schrijven.'

Dat de daadkracht van Thessaloniki '97 heeft geleden onder superego's en politieke spelletjes, is een analyse die vaker valt te horen in de stad. 'De organisatie is een elitair clubje van mensen die rond de macht cirkelen', zegt Yannis Karaliotas. Hij is een theaterman en maakt programma's voor een van de talrijke lokale radiostations. Bij hem is, zoals bij velen in de stad, weinig enthousiasme te bespeuren voor wat er deze maanden in Thessaloniki gebeurt. 'Dit heeft niets met Saloniki te maken. Het is een jaar als alle andere.'

Hij prikt zijn vorkje in een gegrillde helumo - Cypriotische feta - in een restaurant in de bovenstad, met uitzicht over Thessaloniki. De Ftochomána, de 'moeder van de armen', zoals de stad wel liefkozend wordt genoemd, loopt als een natuurlijk amfitheater af naar de Thermaïsche Golf. Je kunt hier vandaan goed de dikke Byzantijnse stadsmuur zien die in de 2300-jarige geschiedenis van Thessaloniki zo veel aanvallen te verduren heeft gekregen. Slaven, Perzen, Bulgaren, Normandiërs en Turken hebben haar trachten te nemen, soms met succes. De stad is pas sinds de Balkanoorlog in 1912 weer Grieks, na honderden jaren Turcocratia, zoals Saloniki de Turkse tijd noemt.

De naam is de stad in 315 voor Christus gegeven door Kassander, die haar vernoemde naar zijn vrouw Thessalonica. Deze zuster van Alexander de Grote dankte haar naam op haar beurt aan de overwinning die vader Philippus behaalde op de Thessaliërs (nike = overwinning). Dat vernoemen zou een familietrekje blijken. Alexander gaf niet alleen een Egyptische stad zijn eigen naam. Hij staat te boek als de enige man in de geschiedenis die een stad naar zijn paard heeft genoemd, Bucephalus in India.

Thessaloniki is trots op haar geschiedenis. 'Het is 2300 jaar ononderbroken een stad geweest', zegt Yannis Karaliotas. Dat woordje 'ononderbroken' is een venijnig steekje onder water naar de grotere broer Athene, dat een aantal keren bijna volledig van de kaart is geveegd. Thessaloniki was de moederstad van het Oost-Romeinse rijk, de belangrijkste stad in de Byzantijnse tijd en na Istanbul de tweede stad onder de Ottomaanse heersers. En nu noemt zij zichzelf liever co-hoofdstad van Griekenland, dan tweede stad achter Athene, dat met 4,5 miljoen inwoners ruim vier keer zo groot is.

Met Athene onderhoudt Saloniki een gevoelige relatie. De bovenstad waar Yannis zijn kaasje prikt, is de bron van de meest recente stedenruzie. Hier begint 'het woud van de duizend bomen', een geliefde recreatieplek voor de bewoners van Thessaloniki. Maar bomen zijn er niet meer, na de hevige brand in juli.

Thessaloniki wachtte uren vergeefs voordat Athene blusvliegtuigen naar de brandhaard dirigeerde. 'Schaamteloos', kopte een lokale krant. Journalisten verweten de hoofdstad arrogantie en centralistisch denken. 'Ik ken mensen die na die brand zeiden: ''We moesten maar verder zonder die Atheners''', grijnst Karaliotas.

De naijver tussen de steden wordt ook opgevoerd als excuus voor de manco's bij de organisatie van de culturele hoofdstad. De veranderingen in het voormalig oostblok hebben van de havenstad weer de 'poort tot de Balkan' gemaakt die ze vroeger was. 'Thessaloniki wordt economisch en intellectueel steeds belangrijker. Dat kan Athene niet goed zetten', zegt de schrijver Yorgos Skabardonis, van wie onlangs een kort verhaal in een Nederlandse verzamelbundel van Griekse literatuur verscheen (Ga de klokken luiden, Meulenhoff).

Skabardonis verwijt de Atheense kranten dat ze de mensen in Saloniki hebben opgehitst tegen de culturele hoofdstad. Hijzelf is een onverhuld supporter en mede-organisator van de activiteiten. 'Als u mensen op straat vraagt waarom ze niet geïnteresseerd zijn in de evenementen, zullen ze het antwoord schuldig blijven. Ze zijn bevooroordeeld door wat de kranten schrijven.' De scepsis leeft volgens hem overigens maar bij een deel van de bevolking. De vraag of de evenementen een succes zijn, beantwoordt hij volmondig met ja.

De vraag of Thessaloniki '97 geslaagd is, zal zeker niet worden beantwoord door de Europese Unie. 'Het is niet aan de Unie een oordeel te vellen', zegt een diplomaat in Brussel. Bovendien: elke stad krijgt maar een half miljoen gulden bijdrage van de EU. Met zo'n inbreng kun je je geen inhoudelijk oordeel aanmatigen. Er wordt sowieso bij het toewijzen van culturele hoofdsteden niet naar inhoud gekeken. Als sinds de tijden van Brinkman en Mercouri geldt het adagium allemaal-om-de-beurt.

De EU werkt wel aan een formele regeling voor aanwijzen van de culturele hoofdsteden. Die bestaat nu niet. De vijftien cultuurministers wijzen elk jaar een kandidaat aan. In artikel 128 van het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat de Europese Commissie regels moet opstellen. Dit jaar nog. Door het toegenomen aantal lidstaten van de EU en de culturele aspiraties van de aan de Unie geassocieerde landen, is het oude systeem niet meer te handhaven. Dat bleek wel bij de toewijzing van het predikaat Culturele Hoofdstad 2000.

Niet iedereen is er gelukkig mee dat er negen steden zijn aangewezen. 'Maar waarschijnlijk is het gunstig voor Rotterdam', zegt een Nederlandse diplomaat in Brussel. Deze stad wil in 2001 culturele hoofdstad van Europa worden.

Omdat Nederland in 1987 voor het laatst aan de beurt was, en ook niet bij de negen zit die in 2000 zijn geselecteerd, maakt Rotterdam volgens Nederlandse lobbyisten een goede kans. Rotterdam probeert een budget van vijftig miljoen bij elkaar te sprokkelen.

Dat valt in het niet bij 650 miljoen van Thessaloniki, maar 80 procent van het geld dat daar is besteed, verdwijnt in gebouwen en asfalt. De havenstad kon niet bogen op een rijk hedendaagse cultuurleven. Schouwburgen en muziektheaters moesten worden gebouwd en het programma leunt op inbreng van ver buiten de stadsgrenzen: Rostropovich, Diamanda Galas, de Scala met Riccardo Muti, exposities van kunstenaars als Caravaggio, Max Ernst en Joseph Beuys.

De stad wil zich profileren als 'kruispunt van culturen', vertelt directeur Theodoridis. Hij verwijst naar de traditionele positie als grensstad tussen oosterse en westerse cultuur. Juist vanwege die historie is het droevig dat Thessaloniki's eigen grote cultuurschatten, uit de Byzantijnse en Romeinse tijd, in dit kroonjaar niet of moeilijk toegankelijk zijn.

De Agia Sofia, een kerk uit de achtste eeuw die geldt als een van de belangrijkste monumenten van het christendom, is weliswaar geopend, maar het mozaïek van de Maagd Maria in de koepel boven het altaar zijn verstopt achter restauratiedoek. De gewijde sfeer wordt verstoord door boormachines. De Boog van Galerius, een herinnering aan Saloniki's grootse tijd als moederstad van het Oost-Romeinse rijk, staat in de steigers. En in het beroemdste gebouw van de stad, de zeventienhonderd jaar oude Rotunda, zijn de sublieme mozaïeken onzichtbaar wegens restaurantie.

'Ik ben geen politicus', verdedigt artistiek directeur Theodoridis van Thessaloniki '97 zich. Hij vindt het spijtig dat de restauratie van de Rotunda al jaren wordt vertraagd door een machtsspel tussen kerk en politiek. 'Ik kan daar niets aan veranderen. Ik probeer de evenementen zo goed mogelijk aan te bieden. Dat is mijn taak.'

De belangstelling van de Europese journalisten heeft zich tot nu grotelijks beperkt tot de tentoonstelling De schatten van de berg Athos. Dat Thessaloniki de monniken van Athos zo ver heeft weten te krijgen dat voor het eerst in de geschiedenis de religieuze schatten hun schiereiland mochten verlaten, is een wapenfeit waar je een hoop bouwstof voor wilt wegslikken. Het is een zeer zorgvuldig geëxposeerde selectie van iconen, incunabelen en gebruiksvoorwerpen.

De schatten van Athos behoren, met de nog te openen expositie over Alexander de Grote, tot de kroonjuwelen van het culturele jaar in Thessaloniki. Theodoridis zegt dat de bezoekersaantallen hem tot nu toe bevallen. Maar: 'Ik maak me geen illusies. Voor heel Europa geldt dat maar 3 procent van de bevolking echt is geïnteresseerd in cultuur. Die groep leest boeken, bezoekt tentoonstellingen en gaat naar concerten. Ik ben al heel trots als ik aan het einde van dit jaar niet 3 maar 6 procent van de Thessalonikers heb kunnen verwelkomen.'

Hij pauzeert even. '3 Procent, dat is heel weinig.' En na een nieuwe onderbreking: 'Heel Europa weet waar prinses Diana vakantie houdt, maar wie vertelt u waar Rostropovich nu dirigeert?'

Informatie via internet: http://www.macedonia.com./ english/thes1997.html

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden