Een interview met St. Vincent is als een artistiek spel waarbij alleen zij de regels bepaalt

Ik vraag me altijd af waar die nieuwsgierigheid naar mij als persoon vandaan komt

Onvriendelijk is Annie Clark, alias St. Vincent, niet. Wel moeilijk. Een interview is bij een van de spannendste indie-popnamen van dit moment een artistiek spel waarbij alleen zij de regels bepaalt.

St. Vincent: 'Iedereen speelt toch, tot op zeker hoogte, zichzelf?' Foto Renata Raksha

Songwriter, zangeres, multi-instrumentalist Annie Clark (34) - artiestennaam St. Vincent - is moeilijk. Niet onvriendelijk, maar moeilijk. Vandaag komt het zesde album uit van de New Yorkse artiest die in tien jaar een steeds grotere schare fans aan zich heeft gebonden.

St. Vincent is een van de spannendste namen in de New Yorkse indiepopscene. Haar liedjes zijn even lekker in het gehoor liggend als eigenzinnig. Daarbij bestrijkt ze een indrukwekkend popspectrum op haar nieuwe album Masseduction. Het gaat van het huppelende Pills met meezingfactor 10 naar haar versie van de-jongens-tegen-de-meisjes in de synthpopkraker Sugarboy tot de melancholische ballad New York. Typerend in de uptempo nummers is het geluid van haar door een batterij electronica gestuurde gitaar.

Maar zo toegankelijk als de nummers zijn, zo ondoordringbaar is hun maker, die alles rond haar nieuwe album zo lang mogelijk voor zich lijkt te willen houden. Dus als je vier maanden voor de release in een interview wat onschuldige informatie verlangt, ontvouwt zich het volgende gesprekje.

Interviewer: 'Ik heb nog geen albumtitel gekregen.'

Clark: 'Die heb ik in mijn hoofd.'

Interviewer: 'Ga je me er iets over vertellen?'

St. Vincent - Masseduction (Caroline International).
27/10, TivoliVredenburg, Utrecht.

Clark: 'Hangt ervan af wat je me vraagt.'

Interviewer: 'Wat is de titel van het album?'

Clark: 'Dat kan ik je niet vertellen.'

Een onderdrukte zucht en dan de directe benadering: 'Waarom stel je je zo op?'

Clark: 'Hmmm, ja... het is een heel...eh... je krijgt de titel nog te horen voordat het album uitkomt.'

Dan ontstaat er tussen interviewer en geïnterviewde een stilte, waarvan beide partijen verwachten dat die wordt opgevuld door de ander.

En ze had nog zo haar best gedaan een bijzondere sfeer te scheppen. In een hal van haar platenmaatschappij in Londen had Clark een immense kubus laten timmeren, waar je als Alice in Wonderland door een klein deurtje naar binnen gaat en dan bevind je je opeens in een roze geverfde ruimte met twee schemerlampen en Clark, gezeten aan een keukentafeltje.

Credo

Het credo van St. Vincent: Het is pas de moeite waard om te doen als je gigantisch op je bek kan gaan. Jezelf uitdagen is essentieel. Niet zo verwonderlijk dat Clark zich ook bekwaamt in andere disciplines dan muziek. Recentelijk regisseerde ze haar eerste korte film The Birthday Party en er zijn plannen om Oscar Wilde's The Picture of Dorian Gray te verfilmen met een geheel vrouwelijke cast.

Daartegenover een stoel, gereserveerd voor de journalisten die op audiëntie komen. Spacy muziek klinkt op de achtergrond. Clark wilde een totaal andere ruimte creëren dan die saaie hotellobbys waar interviews doorgaans plaatshebben; de boel 'hercontekstualiseren' om zo tot 'een betere ervaring te komen voor zowel interviewer als geïnterviewde'.

Clark lijkt als artiest altijd 'aan' te staan. Elke handeling die verbonden is aan haar werk, kun je beschouwen als uiting van haar brede kunstenaarschap. Ze maakte al een film, wil andermans platen produceren en boeken schrijven. In dat licht is een interview ook een artistiek spel. Een waarvan zij alleen de regels kent. Jij krijgt het gevoel dat je de onuitgesproken opdracht hebt gekregen om op precies de juiste knoppen te drukken voor de beloning: bruikbare informatie.

David Byrne, een van de aartsvaders van de New Yorkse muziekscene, die met Clark in 2012 het album Love This Giant opnam, zei het drie jaar geleden al: 'Ondanks dat ik bijna een jaar lang met haar heb getoerd, denk ik niet dat ik haar nu beter ken.'

Wat we weten: Clark was roadie voor het jazzduo Tuck & Patti. Tuck Andress is haar oom. Voordat ze in 2007 een solocarriëre begon, studeerde ze aan de Berklee College of Music in Boston, speelde gitaar bij de symfonische popgroep Polyphonic Spree en in het folkorkest van singer-songwriter Sufjan Stevens. Ze houdt haar persoonlijke leven privé, deels uit bescherming, deels als strategie. Bevriende choreograaf Annie-B Parson had haar ooit verteld dat de beste performers altijd een geheim hebben.

Interviews? Ze zijn secundair als je echt iets over de artiest te weten wil komen, vindt ze.

'Ik vraag me altijd af waar die nieuwsgierigheid naar mij als persoon vandaan komt. Er zal zich echt niets openbaren wat schokkend is of de loop van de geschiedenis zal veranderen.'

Haar muziek is, wat haar betreft, een heel ander vehaal. 'Vaak geef je je daarin bloot en zing je over dingen die je niet eens in een gesprek aan je moeder zou vertellen. De muziek die op mij persoonlijk de meeste impact heeft, is die waarbij je het gevoel krijgt dat de zanger jou rechtstreeks aanspreekt. Die liedjes de je het gevoel geven dat je een geheim deelt met hem of haar.'

New York is er zo een. De door de piano gedragen ballad gaat over een 'vriend', een 'held', 'the only one who could fucking handle me'. Er werd al druk over gespeculeerd wie dat zou zijn. Genius, de website die songteksten duidt, had het over Cara Delevingne, Engels fotomodel en actrice met wie een Clark een relatie heeft gehad.

Clark: 'Het is een hybride van vrienden, minnaars en helden. Ik kijk naar de tekst en denk bij mezelf: 'deze regel is voor jou, deze weer voor jou', enzovoorts.'

Nou goed, als je opmerkt dat de regel 'I have lost a hero' wel heel particulier klinkt, wil ze wel wat specifieker zijn. 'Toen ik hoorde dat David Bowie was overleden, moest ik huilen. Het was de enige keer in mijn leven dat ik voor iemand heb gehuild die ik niet persoonlijk heb gekend. Dus in alle eerlijkheid, die zin is voor hem.'

Dan is er nog ene Johnny, die figureert in het sombere Happy Birthday Johnny en die al zijn opwachting maakte op Clarks voorgaande albums. Clark wenst Johnny een fijne verjaardag toe, waar die ook mag zijn. Waarschijnlijk ergens zwervend op straat want daar had Clark hem voor het laatst gezien. Het voelt alsof Clark, begeleid door een steelgitaar die zachtjes jankt op de troostende schouder van een piano, probeert een verloren vriend te bereiken.

'Zoiets ja. Soms gebruik ik die krachtige, verbindende eigenschappen van liedjes om met iemand in contact te komen.'

Ze noemt ze papieren vliegtuigjes. Ze heeft er al heel wat gestuurd naar mensen van wie ze houdt. Clark beschrijft Johnny in het nummer als de enige persoon die haar geheimen en angsten kent. Die van Annie, niet die van St. Vincent, haar alterego dat op tv en in de tijdschriften verschijnt. Als je vraagt in hoeverre die twee van elkaar verschillen, haalt ze haar schouders op en zegt: 'Iedereen speelt toch, tot op zekere hoogte, zichzelf?'

Op haar debuutalbum, Marry Me, gaf ze al een hint dat ze niet is wie ze lijkt. Clark zingt in Now, Now: 'I'm not any any any any any anything.' Wat na vaker beluisteren heel erg lijkt op 'I'm not Annie Annie...'

Een ontkenning van identiteit in een tijdperk waarin we ons bestaan juist bevestigd willen zien. Clark keek geamuseerd naar die ontwikkeling en schreef het nummer Digital Witness, van haar vorige album St. Vincent. Sleutelzin: 'What's the point of even sleeping/ If I can't show it, if you can't see me.' Hoe ironisch dat ze zelf slachtoffer werd van een persoonlijkheidscultus, toen ze een relatie kreeg met Delevingne. Opeens verscheen Clark ook in de tabloids als 'vriendin van'. Wat Clark droeg en at en waar ze uitging, werd opeens breed uitgemeten in de media.

Clark: 'Dat was een vreemde ervaring. Daarvoor was het besef van wie ik was in de reguliere media alleen gelinkt aan mijn carrière als muzikant. Nu was ik ineens een tabloidster en mensen dachten god-mag-weten-wat over mij.'

Je kunt je voorstellen dat ze als de artiest die ze is in de verleiding kwam om juist dat gegeven te gebruiken in haar muziek.

Clark: 'Een deel van me heeft met het idee gespeeld. Ik vond die aandacht zo vreemd en belachelijk dat ik heb overwogen om daartegen in opstand te komen, maar uiteindelijk doe je er toch niets tegen. De beste manier om ermee om te gaan bleek uiteindelijk breed glimlachen. Paparazzi zijn zo gewend aan openlijke vijandigheid dat vriendelijkheid ze van hun stuk brengt.'

Dan kijkt ze je aan met grote ogen en lacht ook allervriendelijkst naar jou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.