Ook interessant, en wel hierom Boeken

Een interessante selectie uit het kersverse boekenaanbod

Hoe moeilijk het is goed te doen, op te voeden, uit een isolement te geraken, (voor een vos) te schrijven, of hoop te houden in duistere tijden – en andere boeiende kwesties uit het kersverse boekenaanbod. 

Romandebuut van sportcolumnist

Bert Wagendorp schijnt al tien jaar te beweren dat er een romanschrijver schuilt in (sport)columnist en journalist Frank Heinen (1985). En de uitgaverechten van Heinens debuut, De zaak Tom, werden na een veiling tussen maar liefst vijf uitgeverijen verkocht aan De Bezige Bij. Dat schept verwachtingen. De gehandicapte Tom wordt uit zijn deprimerende zorginstelling gehaald door zijn broer Bob. Een daad van broederliefde. Maar de pers rept van ontvoering. Broers kun je hooguit tegen hun zin mee naar huis tronen, denkt Bob, ‘maar ontvoeren?’

Toch slaat hij met Tom op de vlucht, om nostalgische redenen richting Oostenrijk, bijgestaan door de eigenwijze student Nina en de Tunesische vluchteling Mehdi. Heinen beschrijft hun roadtrip en het ellendige mediacircus dat erop volgt beheerst en met veel onderkoelde humor. Deze roman over het moeilijke van goeddoen is misschien niet hét debuut van het jaar, maar Wagendorp heeft wel gelijk: Heinen is beslist een romanschrijver. 

Bo van Houwelingen

Boren in een dood lichaam

De laatste momenten die Anna Portier doorbrengt met haar dode geliefde, besluit ze de boormachine erbij te pakken. Voorzichtig boort ze enkele ondiepe gaten in de witte huid en kijkt hoe het bloed traag uit zijn lichaam lekt. Een laatste poging hem een reactie te ontlokken? Ze lijkt het ook niet precies te weten. Het zijn dit soort absurdistische passages die je bijblijven in een verder nogal teleurstellend debuut van Judith Maassen (tevens impresario van broer Theo).

In Het nabestaan van Anna Portier schrijft een vrouw op haar sterfbed pagina’s vol met herinneringen. Een vroeg trauma, een allesoverrompelende liefde: in korte, niet altijd even krachtige zinnetjes flitsen ze voorbij. Na het verlies van haar man vluchtte Anna lange tijd in het leven van anderen: als ghostwriter kon Portier zichzelf ‘bij de deur achterlaten’ en naar hartelust ‘boren’ in andermans bestaan – ja, echt. Tot nu dus. Want het zou toch wel jammer zijn om zomaar te verdwijnen.

Met de vele onhandigheden in opbouw en stijl had dit ­levensverhaal nog wel wat redactie kunnen gebruiken. 

Emilia Menkveld

Hudson moet opgevoed

Nog een keer zijn ze terug: de autistische geneticaspecialist Don, zijn vrouw Rosie en hun inmiddels 11 jaar oude zoon Hudson.

Na Het Rosie Project (2013), waarin de sociaal onhandige Don er tegen alle verwachtingen in slaagt een partner te vinden, en Het Rosie Effect (2014), waarin Rosie zwanger wordt, schreef de Nieuw-Zeelandse schrijver Graeme Simsion als slot Het Rosie ­Resultaat.

Hudson moet opgevoed. En omdat Hudson dezelfde eigenaardigheden heeft als zijn vader meent Don bijzonder gekwalificeerd te zijn hem bij de onvermijdelijke problemen te helpen.

Dat zijn rationele, schematische en vaak ­bizarre oplossingen vooral slagen doordat ­familie en vrienden zich ook om de jongen bekommeren, en Hudson bovendien opgroeit in een tijd waarin autisme niet meer weggemoffeld hoeft te worden, dringt pas ­geleidelijk tot hem door.

Het Rosie Resultaat is niet minder humoristisch en feelgood dan de eerdere delen, maar na dit derde deel ben je er ook wel klaar mee. 

Ranne Hovius

De verdwenen Summer

Ze werd geboren in Milaan in 1971, groeide op aan het Meer van Genève en werd journalist in Parijs: Monica ­Sabolo, die door het succes van haar vorige roman voor het schrijverschap heeft kunnen kiezen. Summer uit 2017, genomineerd voor de Prix Goncourt, is de eerste roman die in het Nederlands verschijnt, in de vertaling van Floor Borsboom en Eef Gratama.

De verteller is de 38-jarige Benjamin Wass­ner, die net als de rest van het gezin al bijna 25 jaar moet leven met de verdwijning van zijn zusje Summer, die net 19 jaar was toen ze wegliep en verdween – ofwel in het bos, ofwel in het water. Het is vooral dat water – donker, spiegelend, zwijgend – dat Sabolo met veel gevoel voor sfeer oproept; hét beeld voor duisterheden die zich niet laten verdringen. ‘Ik heb geen flauw idee waar ze is, net zomin als ik weet waar de magere en nerveuze puber van veertien is gebleven die ik toen was.’ Om uit het isolement te geraken waar zijn ­leven in terecht is gekomen, moet Benjamin het verleden in kaart brengen. Daarin slaagt hij, al komen er ook pijnlijke waarheden aan de oppervlakte. 

Arjan Peters

Schurk is niet in orde

Het gaat niet goed met Schurk, de hond van Henk van Doorn (56), IC-verpleegkundige: ‘Schurk volgt hem, zoals altijd, maar het is niet van harte. Zo nu en dan blijft hij staan, hijgend, de lusteloze tong uit de zijkant van zijn bek, min of meer verwijtend.’

Dat gaat geen alledaagse zaterdag worden voor de van Lydia gescheiden, alleenstaande hoofdpersoon in Uit het leven van een hond, de roman van Sander Kollaard (1961) die al sinds 2006 in Zweden woont en wiens debuut ­Stadium IV in 2015 tot Boek van de Maand werd verkozen in De Wereld Draait Door.

Schurk gaat misschien wel dood. Henk zal hem nog gaan missen, zijn kameraad die houdt van Für Elise, van de Kindertotenlieder van Gustav Mahler, én gek genoeg van de ­George Baker Selection (Una paloma blanca). Henk zet de cd van de laatste op, gekocht door Lydia en na de scheiding door Henk meegenomen vanwege Schurk. ‘Het is werkelijk kutmuziek.’ Schurk slaapt gewoon door. Het hele leven trekt aan Henk voorbij en dat leidt tot een gemoedsgesteldheid die de somberheid achter zich weet te laten.

 AP

Waarom het Air France werd

‘We hebben veel verloren, maar drie dingen behouden: God, de koningin en Plesman’, klonk het na de oorlog. Dat de oprichter van de KLM in een adem werd genoemd met God en de koningin zegt veel over de status van de ‘blauwe trots’, zoals De Telegraaf de nationale vliegtuigmaatschappij noemt. Waar elke ­andere onderneming 100 jaar moet bestaan voor het predicaat koninklijk, kreeg KLM het al bij de oprichting. En sinds die tijd schuurde de maatschappij altijd dicht tegen de hemel, het koningshuis en de regering aan, zo blijkt uit Met KLM de wereld rond – Een eeuw Flying Dutchman.

Auteur Ron Wunderink, die zelf 22 jaar bij corporate communications werkte, heeft zijn boek goed getimed na een woelig KLM-weekje. In de jaren vijftig was al duidelijk dat KLM een te kleine thuismarkt had. Vele partners passeerden de revue maar het werd Air France, omdat de topman ervan, Jean-Cyril ­Spinetta, ‘nooit zijn sterkere positie wilde ­etaleren’ en ‘Franse managers zelfs kennis wilden maken met het Nederlandse Sinterklaasfeest, inclusief gedichten en peper­noten’.

Peter de Waard

De Vos furtelt

We kennen George Saunders als de Amerikaanse auteur van korte verhalen, en van de met de Man Booker Prize bekroonde roman Lincoln in de bardo, waarin Abraham Lincoln in 1862 een bezoek brengt aan het graf van zijn 11-jarige zoon Willie.

Maar Saunders heeft ook een aantal kinderboeken op zijn naam staan. Uit 2013 komt Fox 8, dat nu is vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes; Vos 8 dus, waarin een vos zich uit in een taal die hij zichzelf heeft geleerd: ‘Beste leezur, Allureerst wil ik zegge sorrie as ik woorde furkeert spel. Ik ben un Vos! En kan dus niet zondur faute sgrijfe of spelle. Maar kzalje furtelle hoe ik geleert hep om tog zo goet te kunne leeze en sgrijfe assik kan!’ Hij komt erachter dat mensen eigenaardige wezens zijn, die vreemde verhalen vertellen, zoals dat over vossen die kippen zouden beduvelen. Onzin. ‘Wij beduuvele Kippe niet!’ Vossen hebben namelijk een eerlijke ­afspraak met kippen: ‘zij maake de eijere, wij pakke de eijere, zij maake meer eijere.’ Niet sluw, maar helder. De mens is niet het verstandigste schepsel in de natuur, is de les die Vos 8 ons op zijn eigen wijze leert.

AP

De wereld liefhebben

Hoe moeilijk is het hoop te houden in een wereld, die geregeld de indruk wekt achteruit te kachelen (opwarmende aarde, Brexit, Trump) of tenminste in een impasse te verkeren? Heeft het nog wel zin op een betere toekomst te hopen? Filosoof Joke Hermsen kreeg die vraag voorgelegd in de reeks Nieuw Licht. Voor het antwoord verstond ze zich met twee grote vrouwen, Rosa Luxemburg en Hannah Arendt. De eerste, ook wel ‘Rode Rosa’ genoemd, hield de moed erin onder wel heel zware omstandigheden – vanwege haar marxistische overtuigingen zat ze herhaaldelijk in de gevangenis. Ze bleef hopen op betere tijden.

‘Enthousiasme en kritisch bewustzijn’, zo luidt haar wat simplistische motto boven Hermsens ‘pamflet’, getiteld Het tij keren.

Decennia later kwam Arendt met een diepgravender antwoord: de amor mundi, de liefde en het gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor de wereld. Daarmee valt de amor sui, de zelf­zucht, te bestrijden, zo betoogde Arendt. Dat concept biedt in de ogen van Hermsen een nog altijd begaanbaar pad in duistere tijden. 

Fokke Obbema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden