Een inkijkje in bed is een inkijkje in een verborgen wereld

Kunstenaars omarmen het bed als artistiek vehikel. Wat maakt juist dat meest private meubelstuk zo geschikt?

Tracy Emins installatie My Bed toont het bed waarin zij acht dagen aan zelfmoord zou hebben liggen denken.Beeld anp

Ergens in 1955 spijkerde Robert Rauschenberg - echte naam: Milton Ernest Rauschenberg, Bob voor vrienden - een patchworkdeken op een plank, voegde één kussen en één laken toe, overdekte de bovenzijde met pen, olieverf en, jawel, tandpasta, en hing het aan de muur. Het resultaat beschouwde hij als zijn 'vriendelijkste werk' tot dan toe. Hij noemde het Bed.

Dezer dagen hangt dat werk op het overweldigende Rauschenberg-overzichtstentoonstelling in het Tate Modern in Londen. Ik bekeek het tijdens de vernissage, waar Bed een zaal deelt met een typisch Rauschenberg-assemblage, bestaande uit een vlonder van metaal en hout met daarop een beschilderde, in een autoband gevangen, angorageit (getiteld Monogram). Die ochtend stonden er cameraploegen voor. Het eerste wat opviel aan Bed was het formaat: dat was bescheiden. Wie het werk enkel kende van de ontelbare reproducties in catalogi en overzichtsboeken, kreeg de indruk dat het een gevaarte betrof. In werkelijkheid bleek het amper toereikend als slaapplek voor een kleuter.

Ik kantelde mijn hoofd en stelde vast dat het iets aandoenlijks had. Aaah, lief bedje.

Een ménage à trois

Best een belangrijk bedje ook, zoveel wordt duidelijk voor wie zich erin verdiept. Met die combinatie van woest verfhandschrift en geïntegreerde gebruiksvoorwerpen ('He brought the world back in', oordeelde kunsthistoricus Leo Steinberg over Rauschenberg) kan het niet enkel worden opgevat als de missing link tussen het etherische, hyperpersoonlijke abstract expressionisme en de wereldser popart.

Bed verbeeldt ook een saillante episode uit Rauschenbergs privé-leven. De tekens op het kussen zouden namelijk een imitatie zijn van het handschrift van de Amerikaanse schilder Cy Twombly en de rechthoekige vormen op de sprei een kopie zijn van het rood, geel en blauw op een kunstwerk van de beeldhouwer Jasper Johns, mannen met wie de kunstenaar zowel een professionele als een seksuele relatie onderhield (met Twombly reisde hij door Europa; Johns was zijn buurman in New York). Rauschenberg, zo wil de mythe, zou een vorm hebben gezocht om deze ménage à trois te verbeelden. Die vond hij in een bed.

Rauschenberg is niet de enige die een bed gebruikt als artistiek vehikel. Wie wel eens in een museum voor moderne of hedendaagse kunst komt, struikelt bijkans over de slaapmeubelen gemaakt of als podium gebruikt door zulke uiteenlopende kunstenaars als Rachel Whiteread, Mona Hatoum, Tracey Emin, Damien Hirst, Ron Mueck, Yayoi Kusama, Sophie Calle en John Lennon en Yoko Ono. Wat hen erin aantrok, is waarschijnlijk het formaat en de vorm, bij uitstek geschikt voor performances (stel je een sit-in op een keukentafel voor) en de associaties die het oproept: rust, weerloosheid en intimiteit. Of juist het gebrek daaraan. Het kunstbed is een bezield object en je wordt erdoor ontroerd op een manier die amper voorstelbaar is bij een tafel of bankstel.

Atelier tussen de lakens

Er bestaan kunstenaars die bedden maken. Er bestaan ook kunstenaars die vanuit bed dingen maken. De Franse schrijver Marcel Proust bijvoorbeeld schreef er zijn À la recherche du temps perdu; de zieke Henri Matisse ontwierp er de figuren en patronen voor de Chapelle du Rosaire in Vence; Salvador Dalí experimenteerde er met filmprojecties op papier. Frida Kahlo raakte op haar 18de verwikkeld in een busongeluk. Daarna werkte zij aan de ezel - vanuit bed.

Bed (1955) van Robert Rauschenberg.

Het leven zelf

Waarom? Een Franse schrijver formuleerde ooit een antwoord toen hij opmerkte: 'Het bed is het leven zelf. Het is daar waar we worden geboren; het is daar waar we sterven.'

Het is daar ook, vul ik aan, waar we slapen, wakker liggen, uitrusten, mijmeren, piekeren, lezen, schrijven, componeren, liefhebben, een griep uitzieken. Het is een plek waar we onze hoogste hoogte- en onze diepste dieptepunten beleven, wat het bed zo'n intiem karakter geeft. Het is het meubel dat men, Airbnb'ers en organisatoren van swingersavonden daargelaten, voor zichzelf houdt; dat, om het duidelijker te stellen, amoureuze exclusiviteit belichaamt. De tafel en de stoelen zijn voor Jan en alleman, het bed daarentegen is voor jou en voor die ene andere. En wie wil, kan er de derde persoon in een relatie in zien: het bed als getuige van de smarten en passies die ons (liefdes)leven kent. Dáárom is het bed zo populair al readymade en metafoor in de hedendaagse kunst.

Niet alleen in de hedendaagse, trouwens. Bedden zijn afgebeeld sinds mensen slapen. Er zijn schitterende bedden te vinden op de etsen van Rembrandt en op de schilderijen van Bonnard enf Munch. Zij beeldden het meubel graag af omwille van de grafische mogelijkheden die het weergeven van het beddengoed bood (die mogelijkheid wordt optimaal benut wordt op Delacroix' meesterlijke aquarel Un lit défait) en wellicht ook om haar voyeuristische kwaliteiten. Een inkijkje in bed is immers een inkijkje in een verborgen wereld, zoals de zeldzaam knusse tekening van Toulouse-Lautrec van twee cour-tisanen onder een deken mooi illustreert. In recentere tijden zijn de indrukwekkendste bedden echter niet van inkt of olieverf, maar van rubber, metaal, steen of hout; ook zijn er exemplaren die als readymades zo uit de beddenwinkel afkomstig lijken. Wie zich een tijdje in kunstbedden verdiept, gaat subcategorieën onderscheiden. Ik noem er vier.

Robert Rauschenberg, Tate Modern Londen, t/m 1/4.

John Lennon en Yoko Ono tijdens hun bed-in in het Hiltonhotel in Amsterdam.Beeld anp

Het sculpturale bed

Ooit gold het bed als een kunstwerk, als een eervol stuk kunstnijverheid, op z'n minst. In het oude Egypte sliepen de rijken bijvoorbeeld op stenen bedden met stieren- of leeuwenpoten. In het Engeland van Tudor en Stuart legden vorsten zich te rusten op exemplaren van vijf meter breed met sierlijk houtsnijwerk en weelderige draperieën tegen de tocht, en met een uitsparing aan de onderkant waar bedienend personeel hete kolen in kon zetten ter verwarming van de vorstelijke voeten. Tijdens de industriële revolutie ging deze traditie verloren van wat Counting Sheep-auteur Paul Martin grand beds noemt, en zette de grote soberheid in. En die duurt tot op heden voort. Een frame, een matras en een paar kussens: meer vraagt de moderne slaper niet. Degelijk minimalisme à la Ikea is de norm. Schraal. En toch gold juist dit uitgeklede bed als een interessant onderwerp voor hedendaagse kunstenaars. De Britse beeldhouwer Rachel Whiteread is een van hen. Zij maakte talloze afgietsels van matrassen in felgekleurd kunsthars, sommige plat op hun buik liggend, andere tegen de muur leunend als dronken zwervers: opvallende en toch bescheiden monumenten voor objecten die we makkelijk bij het oud vuil zetten. Als minimalistische sculpturen werken ze ook goed.

Het metaforische bed

Ziekte is een metafoor, en een bed is dat ook. Het kan veel betekenen buiten zichzelf: geborgenheid, veiligheid, maar ook dreiging en onrust, al dan niet politiek van aard. Treffende voorbeelden van zulke dreigende bedden vindt men in het oeuvre van de Libanees-Britse kunstenares Mona Hatoum. Haar bedden hebben een spinnenweb van gemeen ogende staaldraden op de plek waar zich normaal het matras bevindt (het bed als val), of, het kan gemener, een matras overdekt met kleine scherpe uitsteeksels waarin men al snel een keukenrasp, of hoe zo'n ding heet, herkent. Hier is het bed veranderd in een potentieel martelwerktuig. Daar slaap je niet fijn op.

Het performatieve bed

Eigenlijk is ieder bed een podium. In die functie figureert het al sinds jaar en dag in kunstperformances. Dergelijke kunstwerken variëren van het exposeren van een levend mens op een matras onder een vitrine (Cornelia Parker, The Maybe) en een oproep tot pacifisme (John Lennon en Yoko Ono in hun beroemd bed-in in het Amsterdamse Hiltonhotel) tot een onderzoek naar de grenzen van intimiteit. Een aardig voorbeeld van dat laatste is de performance The Sleepers van Sophie Calle uit 1979. Hiervoor vroeg de Franse kunstenares 23 vreemden in haar bed te komen slapen, met als doel 24 uur per dag bezet te houden. Dat lukte, naar het schijnt. Op de foto's van de logeerpartijen zien we haar gasten roken, praten, koffiedrinken en slapen. Wat we niet zien, is het ongemak van de gasten. Dat zal er wel geweest zijn. Op haar beurt moet het voor Calle op z'n zachtst gezegd een vreemde gewaarwording zijn geweest al die vreemde mensen in haar bed te zien liggen. Precies deze vermeende wederzijdse awkwardness is wat The Sleepers zo'n intrigerende performance maakt.

Het autobiografische bed

Hier volstaat het één bed te noemen, het exemplaar dat waarschijnlijk direct ook het beroemdste bed is uit de hedendaagse kunst, misschien wel gewoon het beroemdste bed tout court: Tracey Emins installatie My Bed. Dat staat momenteel in Tate Liverpool, in een zaal waar zich ook werk bevindt van de romantische 18de-eeuwse schilder en dichter William Blake. My Bed bestaat uit het bed waarin de kunstenares na een hoop ruzie (en, naar de rondslingerende condooms te oordelen, ook een hoop goedmaakseks) acht dagen aan zelfmoord zou hebben liggen denken, plus een hoop afval: lege drankflessen (wodka), sigarettenpakjes (Marlboro-light), gedragen ondergoed en zo meer. In sommige versies ging het bed vergezeld van een vrolijk bungelende galg en twee koffers. De installatie, die in 2001 werd genomineerd voor de Turner Price en in 2014 bij Chistie's werd geveild voor 2,5 miljoen euro, is even gelaagd als een docusoap ¿ en toch word je erdoor geraakt. Een kwestie van projectie, waarschijnlijk. Acht dagen over zelfmoord peinzen, klinkt misschien als al te veel van het goede, maar die nachtelijke ruzies kennen we, en ook de met bodempjes as gevulde wijnglazen komen bekend voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden