Column

Een indianerig tuniekje met Uggs en Afrikaanse vlechtjes, waarom niet?

Witteman heeft iets gelezen

Er was nogal wat te doen over The Mandibles van Lionel Shriver, dus ik las het tóch maar, hoewel ik het eigenlijk wel gehad heb met de dystopische romans. The Mandibles vond ik vooral langdradig en, wat erger is, nadrukkelijk belerend; zowat elk personage is een wandelende ideologie, met, zoals Carmiggelt dat zo treffend zou noemen, 'een betoog als een lintzaag'.

Het gedoe rond The Mandibles draaide helaas niet om die tekortkomingen, maar om de kwestie of je, als blanke schrijver, zwarte en latino-personages mag opvoeren. Shriver verdedigde dat recht, in een redevoering waarbij zij een sombrero op haar hoofd zette. Dat laatste werd door menigeen als een schandelijke provocatie beschouwd. Cultural appropriation! Mensen liepen de zaal uit, en schreven grote boze stukken in kranten.

Ik dacht aan Kuifje. Die kan zowat geen stap zetten zonder zich in klederdracht te vertonen, liefst met allerlei schattige hoedjes. Ook Jansen en Janssen verkleden zich graag als Bulgaar, Chinees (Met vlecht! En waaier!), Turk (met fez!) of matroos ('Laten we ons ongemerkt onder de bemanning begeven') meestal zó over de top dat de plaatselijke bevolking schaterend te hoop loopt.

Zelfs Professor Zonnebloem wordt eens in Inca-costuum aangetroffen, op de brandstapel, waar hij in de overtuiging verkeert dat hij deel uitmaakt van een massaspel. 'Welk een overtuiging bij de minste figurant!' Alleen Kapitein Haddock loopt vrijwel altijd in die blauwe trui met dat anker. Een schipper naast God heeft, ook in de woestijn, geen vermomming nodig.

Tsja. Iedereen moet natuurlijk kunnen dragen, schrijven en musiceren wat hij wil; het resultaat is veelal juist een verbreding en verdieping van muziek, mode en literatuur. Een indianerig tuniekje met Uggs en Afrikaanse vlechtjes, waarom niet? En stel dat Harriet Beecher Stowe Uncle Tom's Cabin niet had durven schrijven, of Elvis de 'zwarte' muziek angstvallig links had laten liggen? Huu! Dan zaten we nu nóg met Hop, Marjanneke, stroop in't kanneke.

Maar toen dacht ik aan Erich Maria Remarque. Hij is een van mijn lievelingsschrijvers van heerlijke, weemoedige edelkitsch. Zijn Im Westen nichts Neues (1929), felrealistische herinneringen aan de loopgravenoorlog in WO1, werd wereldwijd een symbool van de zinloze gruwelen van de oorlog. Maar door de nazi's werd hij verketterd als Joodse provocateur, verrader van de gevallenen voor het vaderland, die bovendien, en hier komt het, zelf helemaal niets zou hebben meegemaakt van die oorlog. Integendeel, hij zou heel ergens anders veilig champagne hebben zitten hijsen; tot overmaat van oplichterij zou hij geen Remarque heten, maar Kramer, een naam die hij slinks omgedraaid en opgesjiekt zou hebben.

Nou ja, Remarque heette wel degelijk Remarque en hij had écht gevochten, zij het minder hevig dan in zijn boek. Duh. De hoofdpersoon van het boek sterft op het eind, en doden schrijven geen megabest-sellers.

Remarque schreef er zelfs nog een heleboel méér (léés dat prachtige Arc de Triomphe nu toch eens!), waaronder ook een die in een concentratiekamp speelde (Der Funke Leben). Dát vond ik trouwens een ranzig boek. Ik werd misselijk van de combinatie 'kitsch' en 'concentratiekamp'. Komt dat misschien tóch ook een beetje door de wetenschap dat Remarque écht nooit een voet in een concentratiekamp heeft gezet? Ben ik dan tóch net zo'n zeikerd als die boze activisten?

Remarque zelf haalde over dit alles destijds zijn (inmiddels schathemelrijke) schouders op, en sprak, zeer raak: 'Dante is ook nooit in de hel geweest.'

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.