EEN IDENTITEIT VOOR DE TWAALF APOSTELEN

Paul Eenens luisterde als jongetje al naar Jesus Christ Superstar. Nu regisseert hij de musical. Die mag geen schuimtaart zijn....

Door HEIN JANSSEN

Het laatste avondmaal van Jezus en zijn twaalf apostelen bestaat vanavond uit een bak ijsbergsla, doperwten met worteltjes, witte rijst en een vleesprutje.

De complete ploeg van de musical Jesus Christ Superstar is vier dagen lang neergestreken in theater De Lievekamp, een bakstenen cultureel centrum ingeklemd tussen bibliotheek en kantoorcomplexen aan de rand van het centrum van Oss. Spelers, technici, muzikanten, productiemedewerker, kleedsters, kapsters - de gehele equipe staat onder leiding van regisseur Paul Eenens. Na The Sound of Music, 3 Musketiers en Passion is dit Eenens' vierde grote musicalregie bij Joop van den Ende Theaterproducties.

In Oss is het, zo vlak voor de première, tijd voor het zetten van de puntjes op de i. Overdag repeteren, 's avonds try-outs spelen voor het publiek. Er wordt droog gerepeteerd, dat wil zeggen zonder kostuums en opsmuk. Martin van der Starre, zanger van de Haagse band jeWelste speelt Judas en draagt een T-shirt met daarop het woord EVIL.

'Wat moet je doen met zo'n Jezus van Nazareth', zingt Rolf Koster die de rol van hogepriester Annas speelt. Tien minuten lang praten acteur en regisseur heen en weer over op welk woord de klemtoon moet liggen - op 'wat' of op 'doen'. Het drijft Koster bijna tot wanhoop als hij na de negende keer nog niet de juiste toon te pakken heeft. 'Ja Jezus zeg, shit, nou weet ik het ook niet meer', verzucht hij, terwijl Eenens in zijn opvattingen volhardt.

Paul Eenens: de perfectionist, de denker, de man van de details, de man die niet houdt van de overtreffende trap die zo bij musical hoort. 'Negentig kostuums, vierhonderd scènewisselingen, drieduizend pailletten op de koninginnejurk' - zo gillen vaak de persberichten. Maar hier niet.

Eenens: 'Meestal bestaat de cast van Jesus Christ Superstar uit veertig, vijftig mensen, wij doen het met negentien man. Ik vind dat genoeg, ik heb geen behoefte aan massascènes met Romeinen en soldaten. En ook ons decor is tamelijk abstract, je kunt je als acteur nergens achter verschuilen.'

Terwijl de regisseur muizenhapjes neemt van zijn rijst met goulash, komt Judas aan tafel staan om zijn nieuwe, zwarte jas voor de eerste scène te tonen. 'Ja, met Judas zijn we nog een beetje met kleuren aan het spelen. Prima Martin, trek maar aan, we zien vanavond wel of het past.' Een andere apostel heeft zijn pony een beetje bijgeknipt - ook dat kan de goedkeuring van de regisseur wegdragen.

Ter voorbereiding is Eenens naar Israël geweest om daar op de heilige plaatsen rond te lopen, de sfeer te proeven. En om na te denken over de personages. 'In de meeste programmaboekjes staat 'Apostelen' en dan twaalf namen erachter. Ik heb met mijn apostelen gepraat over wie ze zijn, ze stuk voor stuk een karakter gegeven, ze van een identiteit voorzien.'

Paul Eenens (39) heeft totdat hij vier jaar geleden zelf ging regisseren vooral gewerkt als regie-assistent en dramaturg. Tijdens zijn studie Theaterwetenschappen aan de Universiteit van Utrecht schreef hij een scriptie over de musical. Niet over de vorm maar over de inhoud. 'Daar werd door mijn medestudenten natuurlijk wat laatdunkend over gedaan, want musical was zeker in die tijd not done. Maar ik zag mijzelf toch echt geen scriptie schrijven over de verbeelding van Euripides' personages op Griekse vazen.' Zijn scriptie ging uiteindelijk over de inhoudelijke aspecten van onder andere Jesus Christ Superstar. Hij kreeg er een 8 voor en is er doctorandus in de theaterwetenschappen mee geworden.

Aan het slot van de middagrepetitie wordt nog even stilgestaan bij de manier waarop applaus gehaald moet worden. 'Het is niet de bedoeling onderling hartelijk te lachen. Hou het liever neutraal', zegt Eenens. Vervolgens wordt een scène in twee verschillende versies gerepeteerd, waarna door de spelers zelf met meerderheid van stemmen gekozen wordt voor versie 2. In zijn manier van werken heeft Eenens niets van een autoritaire bullebak of pedante zenuwlijder. Bedachtzaam, vriendelijk, soms twijfelend en weifelend, zoekend en uiteindelijk zichzelf en de anderen overtuigend.

Eenens: 'Joop hoorde in het begin dat ik zolang om de tafel zat met mijn acteurs, en toen is hij een keer bij de repetities komen kijken. Nu snapt hij het wel en geeft mij alle vertrouwen. Musical is bij mij meer dan alleen maar vorm. Ik wil graag dat iemand die van A naar B gaat daar ook een reden voor heeft.'

Jezus losweken van de glas-in-loodramen. Dat is wat tekstschrijver Tim Rice en componist Andrew Lloyd Webber in 1970 deden toen de rockopera Jesus Christ Superstar werd uitgebracht op dubbelelpee. Jezus als held in de tijd van de flower-power, Jezus met zijn charisma, zijn sex-appeal - geen ideale godenzoon, maar een man met zwaktes. Briljante teksten van Rice en composities van Lloyd Webber op zijn best. Klassieke nummers als I don't know how to love him, What's the buzz en Jesus Christ Superstar. Toen de plaat wereldwijd een succes werd, durfden de makers het aan er een theaterversie van te maken die op 12 oktober 1971 op Broadway in première ging. In 1973 volgde de legendarische verfilming van Norman Jewison die nog steeds ieder jaar rond Pasen overal ter wereld wordt vertoond.

Als katholiek, Zuid-Limburgs jongetje luisterde Paul Eenens bijna dagelijks naar de muziek van JCS. En nu, 35 jaar later, regisseert hij de eerste Nederlandse opvoering ervan. Vanaf november vorig jaar is hij er al mee bezig. Eerst in lange praatsessies met de artistieke drie-eenheid, die naast hemzelf bestaat uit vormgever Jos Groenier en lichtontwerper Uri Rapaport. Met thee of wijn, naar gelang het tijdstip van de dag, urenlang gepraat over wie Jezus was, wat hij voor hen (een afvallige katholiek, een joodse jongen) betekende.

Eenens: 'Ik vind dat belangrijk. Ik ga geen musical regisseren die alleen maar een lekkere schuimtaart is en verder niets. Ik wil er, als het moet, 's nachts van wakker kunnen liggen.'

Acht uur. De grote zaal van De Lievekamp stroomt zoetjesaan vol. Vanavond gaat het over de laatste zeven dagen uit het leven van Christus. De titelrol wordt gespeeld door de Vlaamse acteur/zanger Dieter Troubleyn - een bedeesde, chic-sexy Jezus, bedachtzaam en spiritueel. Martin van der Starre is als Judas in alles zijn tegenpool: gedreven, ruig, energiek. Annas is zijn repetitiedip van die middag kennelijk weer te boven. Als hij 'Wat moet je doen met zo'n Jezus van Nazareth' zingt, vallen de klemtonen wonderwel op hun plek.

In regie van Paul Eenens is JCS een dramaturgisch hecht onderbouwde voorstelling, die naar het eind toe een onherroepelijke link naar het heden legt. Het is voorwaar geen lichte kost die hier wordt opgediend: het gaat in deze productie over vergevingsfilosofie en machtssystemen.

De regisseur, na afloop: 'Religie is weer een belangrijk onderwerp. Het geloof kan mooie dingen in de mens losmaken, maar ook afschuwelijke. In naam van God met explosieven onder je riem een bus opblazen bijvoorbeeld. In mijn visie gaat JCS ook over heldenverering en massificatie. In duistere tijden hebben de mensen behoefte aan licht en aan iemand die hen dat licht brengt. Ze gaan op zoek naar voorgangers als Ghandi, Martin Luther King en in onze tijd ook een Lady Diana, een Pim Fortuyn en misschien hoort iemand als Bono ook wel in dat rijtje thuis.'

Dan rent hij terug de zaal in, om nog even stevig na te praten met zijn creative team. De onderwerpen variëren van de oorbel van Maria Magdalena en de balans in de muziek tot de vraag of er wel voldoende rook onder het kruis vandaan komt. Soms moet er ook simpelweg praktisch gedacht worden. Toen er van hogerhand werd verordonneerd dat de orkestbak weg moest opdat er meer plaatsen verkocht konden worden, is het orkest midden-achter op het podium geplaatst, achter een glazen wand. Het lijkt nu of er muziek wordt gemaakt in een opnamestudio, wat het geheel weer een extra dramaturgische lading geeft.

De acteurs verzamelen zich intussen in de artiestenfoyer, wachtend op de bus die ze naar huis brengt. Jamai (Idols) Loman, die apostel Simon speelt, over Eenens: 'Hij is ontzettend betrokken bij iedereen. Hij werkt intensief en geeft veel informatie. Wat acteren betreft, leer ik veel van hem. Bijvoorbeeld wat subtekst is en hoe je als acteur lijnen legt. Ik vermoed ook dat hij een heel lieve man is.'

Dieter Troubleyn: 'Wij geven in deze voorstelling geen geschiedenisles, wij laten geen plaatjes van 2000 jaar geleden zien. Omdat Paul al zoveel heeft voorgedacht, geeft dat ons de kans verder te denken en je de rol eigen te maken. Wij praten soms wel een uur over een enkel woord. De kunst van Paul is dat hij het beste in mijzelf naar boven haalt.'

Het is inmiddels tegen middernacht, maar op de parkeerplaats bij de artiesteningang wachten nog drie verstokte musicalfans. Ze willen op de foto met Jezus. Nou ja, eigenlijk liever met Dieter natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden