Een idealist en een gedrevene

ER ZIJN in het leven van de Engelse dichter en schilder Dante Gabriel Rossetti (1828-1882) zeker drie zeer dramatische gebeurtenissen, die zijn biografie al bij voorbaat geslaagd maken....

Kees Fens

Daar is allereerst het compleet mislukte levenswerk van zijn vader, Gabriele Pasquale Rossetti, een sinds 1824 in Engeland in ballingschap levende Italiaan: een vijfdelige Dante-studie, Amor Platonica, voltooid toen zijn zoon 12 was. Het werk werd door de wetenschap niet ernstig genomen en bij zijn dood in 1854, na een periode van neergang ten gevolge van de miskenning, liet de weduwe de laatste exemplaren vernietigen. De vader had nooit bestaan.

De tweede gebeurtenis is een welhaast macabere. In 1860 trouwde Rossetti met het schildersmodel en de kunstenares Elizabeth (Lizzy) Siddal; hun relatie bestond toen al twaalf jaar. Twee jaar later stierf zij, door een overdosis laudanum. Het handschrift van zijn gedichten - hij was op dat moment veel bekender als schilder - gaf hij haar in de kist mee. Hij begroef daarmee ook zijn dichterschap.

Maar dat herrees zes jaar later. En dat leidde tot de gedachte aan het opgraven van het werk, wat opening van graf en kist betekende. Hij kreeg daarvoor toestemming. Het werk werd door anderen gedaan. Hij kreeg de doorweekte, maar over het algemeen nog goed leesbare bundel terug, met de boodschap dat Lizzy vrijwel ongeschonden, haar beroemde rode haar nog intact, in de kist lag. (De gedachte aan de dodeOphelia van Millais, waarvoor zij model 'lag', moet wel bij hem zijn opgekomen.)

In 1870 publiceerde hij de bundel Poems, waarin ook enkele van de opgegraven gedichten. De ontvangst was goed; de meeste critici waren zijn vrienden. Maar toch zou de herrezen dichter aan zijn bundel bijna sterven. In 1871 verscheen in de toen vijf jaar bestaande Contemporary Review een vernietigende kritiek door Thomas Maitland, achter welke naam zich de Schotse dichter Robert Buchanan schuilhield.

Buchanan had vijf jaar eerder Swinburne als morbide trachten te vernietigen, nu richtte zijn morele bedilzucht zich op Rossetti. Het stuk heette 'The Fleshly School of Poetry'. En Rossetti werd 'beschuldigd' van onzuiverheid en obsceniteiten.

Het stuk leidde tot het derde drama. Rossetti sloeg en spotte terug, maar hij stortte toch in, werd volslagen paranoïde, poogde zelfmoord te plegen.

Een aanval op zijn geest door Robert Browning in enkele gedichten verhevigde de crisis. Hij leek niet meer te bestaan als dichter en schilder; de geschiedenis van zijn vader leek zich te herhalen. Hij herstelde zich na geruime tijd wonderbaarlijk, begon weer te schilderen, aan het einde van zijn leven ook weer te dichten, maar het verval (dat zonder de eerste instorting ondenkbaar is) zette in en hij stierf vrij jong, mede door overmatig gebruik van het slaapmiddel choraal. Ook hier dringt zich een parallel op. Een dergelijke uit- en doorwerking van een kritiek moet uniek zijn.

Vanwaar dat effect? In de onlangs verschenen biografie Dante Gabriel Rossetti - Painter and Poet door Jan Marsh wordt een uitvoerige poging tot antwoord gegeven. En die is even verbluffend als simpel: Rossetti moet zich gerealiseerd hebben dat Buchanan gelijk had. Zijn poëzie was meer vorm dan inhoud, maar dat niet alleen. De symbolische verbeelding die hij altijd had voorgestaan in zijn schilderkunst en in zijn poëzie - in het lichaam wordt de geest zichtbaar - was verdwenen. De dubbelzinnigheid was verenkelvoudigd, geest werd louter vlees, zin zinnelijkheid. Hij kreeg niet zijn artistieke, maar geestelijke mislukking te lezen. En in zijn aanvallen van paranoia werd hij ook daarom de risee van iedereen om zijn lafheid waarvan Buchanan hem had beschuldigd en die hij in diepste wezen als een van zijn eigenschappen moest erkennen.

Maar hij was ook fundamenteel onzeker. Hij heeft als schilder - en als zodanig was hij haast een legende - altijd geweigerd te exposeren. Zoals hij lang heeft gewacht met het bundelen van zijn gedichten. Niet minder onzeker was hij in strijd tussen geest en vlees. De zeer zinnelijke man was een echte Victoriaan, in zijn lage opinie over de seksualiteit en zijn bewondering voor alleen de geest, ook in de vrouw.

De titel van het levenswerk van zijn vader zou ook die van een deel van zijn innerlijke biografie kunnen zijn: de vrouw was Beatrice. Een jaar na haar dood schilderde hij Lizzy als Beata Beatrice - het werd een van zijn beroemdste schilderijen. De vrouw werd hier ook de verbeelding van de schoonheid, die geestelijk is.

Die onzekerheid contrasteert sterk met zijn grote successen, die hem wellicht de Narcissus hebben gemaakt die hij ten slotte werd. Zijn werk kan het nu nog nauwelijks doen vermoeden, maar hij was in zijn tijd een revolutionair, die een rigoureuze terugkeer over de Renaissance heen naar de Middeleeuwen voorstond. Over de zinnelijkheid van de Renaissance heen, moet men zeggen.

Geestgenoten vonden elkaar in wat de 'Pre-Raphaelite Brotherhood' zou gaan heten. En die tot een heel sterke symbolische schilderkunst leidde, waarvan de onderwerpen, heel typerend, literair waren geïnspireerd. De hervorming betrof niet alleen de schilderkunst, ook die van de moraal en de geest. De prerafaëlieten waren grote idealisten.

Bijbels geïnspireerde voorstellingen waren niet zeldzaam. Rossetti schilderde onder meer een beroemd geworden 'Annunciatie'. Maar ook de bijbelse voorstelling had een dubbele bodem. Het werk is moeilijk religieuze kunst te noemen. Rossetti keerde zich al vroeg van het geloof af. Dat werd in zijn ouderlijk huis door zijn moeder en zijn zusters Christina en Maria intens hoog-Anglicaans beleden. Jan Marsh zegt daar weinig over, maar zij beschreef het eerder uitvoerig en diepgaand in haar in 1992 verschenen biografie van Christina Rossetti, die waarschijnlijk als dichter groter was dan haar broer.

De gloriejaren van de broederschap duren maar kort. De schilders gaan hun eigen weg, hoewel Rossetti's vriendschap met Ford Madox Brown, die ook zijn leermeester in de schilderkunst was, een levenslange zal blijken. De portretten kunnen het uitwijzen: Rossetti was uiterlijk het meest een kunstenaarstype. De schilder William Holman Hunt, zeker een van de groten onder de prerafaëlieten, beschreef hem als iemand 'van beslist zuidelijke afkomst en uiterlijk, met een olijfkleurige huid'.

'Hij was ongeveer 1 meter 70 groot, liep licht dansend, zwaaiend met zijn heupen. Zijn voorhoofd was hoog en rond, als dat van Shakespeare; om zijn diep liggende, grijze ogen lag een donkere huid, alsof hij een blauw oog had. En profil had hij een adelaarsneus, die op de brug opmerkelijk gespleten was. Met zijn grote passen en onverschillig aandoende uitroepen leek hij arrogant, maar bij nadere kennismaking bleek hij hoffelijk, vriendelijk, innemend en grotelijks geïnteresseerd in andermans zaken, hoeveel hij ook over zichzelf sprak.'

Hij hield veel van zichzelf, maar ook van anderen. Hij was een zeer harde werker, die een heel groot oeuvre aan schilderijen, aquarellen en studies naliet. Zijn bedrijvigheid werkt in de biografie haast vermoeiend, de activiteiten van de leden van de broederschap hebben hetzelfde effect.

Onvermijdelijk, maar ook gelukkig geeft de biografie een schitterend beeld van vooral die eerste jaren van idealisme en gedrevenheid, niet het minst sociale gedrevenheid. Niet alleen de geschiedenis van de prerafaëlieten, maar ook die van de Engelse cultuur rond het midden van de negentiende eeuw krijgt uitstekend gestalte.

Dat Rossetti de leidende geest van de broederschap was, wordt duidelijk. Hij was misschien wel de meest bewonderde van allen, ondanks de aanwezigheid van William Morris, wiens roem blijvender zou blijken. Rossetti's verhouding met hem was een zeer ingewikkelde, omdat hij jarenlang een verhouding met Morris' vrouw had.

Dante Rossetti (hijzelf maakte zijn derde naam tot zijn voornaam) lijkt in alles het tegendeel van zijn broer William, die haast levenslang ambtenaar was, maar zich ook als dichter en essayist onderscheidde. Hij werd de steun van zijn broer. Later zou hij als eerste de geschiedenis van zijn broer en zus en van de prerafaëlitische beweging vastleggen. Hij gaf ook brieven van Dante en Christina uit. Hij was de dienaar in de beste zin.

Bewonderaars van het werk van de prerafaëlieten vindt men nog alleen in Engeland. Misschien dat het werk vooral om het literaire karakter ervan geliefd is: de Engelsen houden van illustratieve kunst. Jan Marsh maakt ook reserves tegenover het schilderwerk van Rossetti en moet toegeven dat zijn poëzie nauwelijks meer lezers vindt. De modernisten hebben de Victoriaanse dichters, op Hopkins na, in de hoek van de literatuur gezet. Ze lijken er voor straf altijd in te moeten blijven staan.

De biografie is als historisch werk meer geslaagd dan als levensbeschrijving. De hoofdfiguur verdwijnt niet alleen vaak tussen de anderen, maar ook in de gebeurtenissen. De beste karakteristieken staan tegen het einde. Daar ontstaat een portret van een dubbelhartige man, een wat bange man ook, die soms zijn grenzen - ook in zijn levenslange neiging tot te veel geld uitgeven - niet kende. Vrij van sentimentaliteit en eigenliefde (die meestal samengaan) was hij niet, van vertoon, compensatie wellicht voor onzekerheid, evenmin.

Alle tegenstellingen van de Victoriaanse tijd zijn in hem aanwezig, alle onlust van die tijd broedt in hem, alle idealisme ervan krijgt ook in zijn werk gestalte. Zijn zuster Maria ging in het klooster om te bidden en te boeten voor haar broers en zijn vrienden, die zeker in de hel zouden komen, met Fannu Cornfort, voor wie in de biografie de grootste eer is weggelegd. Zij was prostituee, werd Rossetti's model en zou hem tot zijn dood trouw blijven.

De prerafaëlieten lijken een zelfstandige beweging. Maar in hun werk kondigt zich het esthetisme en vooral het symbolisme van later aan, ook in hun vaak heel verfijnde schildering van de natuur. Rossetti heeft, denk ik, zelf een symbolische figuur willen zijn en de indrukken van de jonge schilder wijzen erop. Hij eindigt als vlees, dik en zwaar geworden, en zelfs de ogen lijken geen geest meer te verraden. Degene van wie hij een grote afkeer had, Rubens, had zijn laatste lichaam geschapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden