Een huiselijk en hartverwarmend feest

De vruchtbaarheid van het bestaan viert Maria Roosen met haar werk, dat vol is en overvloedig. 'Er gaat beweging door die sculpturen, net als in mijn aquarellen, het leven zit er nog in.'..

ZO GASTVRIJ en gul als Maria Roosen (1957, Oisterwijk), zo zijn er niet veel in de kunst. Dat is opmerkelijk, want royaal zijn ze allemaal, zelfs de meest eenkennige of krenterige onder de kunstenaars. Elke expositie is een uitnodiging, elk kunstwerk een gebaar waar niemand om gevraagd heeft en waarvan toch het hele publiek kan meegenieten. Kunst, hoe recalcitrant ook, is altijd een cadeau; die van Maria Roosen een traktatie in het bijzonder.

Als zij een museum mag inrichten, zoals nu bij de Kunstvereniging in Diepenheim, bouwt ze er een feest dat even huiselijk en hartverwarmend is als de titel belooft: Home is where the heart is.

In de achtertuin van het museum plantte ze zeshonderd zonnebloemen, de grootste die er zijn: een massa goudgele gezichten, stralend onder de ene kersenboom die daar al stond. Boven de eettafel in het restaurant hing ze een voluptueuze kroonluchter: een tros uit glas geblazen borsten, zilverglanzend en voller dan de rijkste druiventros. En door de zalen verspreid zette ze een bonte verzameling drankglazen klaar, waar het licht doorheen speelt: blond als bier, rood als wijn, of oranje als limonade, maar ook blauw en groen, elk glas anders, in een exotische cocktail van kleuren.

Roosen schenkt het publiek overvloed. Ze viert de vruchtbaarheid van het bestaan, het leven in de kunst. 'Omdat het in de wereld al erg genoeg is', zegt ze. 'Maar ook: omdat dat soms misschien wel meevalt. De scherpe kanten zijn niet altijd betekenisvoller dan de zachte. Liefde is evengoed een sterke kracht. Het mooie, het tedere en het tuttige horen erbij. Zij zijn even waarachtig als agressie en destructie.'

Toen Roosen in 1995 samen met Marlene Dumas en Marijke van Warmerdam Nederland mocht vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië, noemde Chris Dercon, die de expositie samenstelde, haar werk 'een stroom van verlangen'. Roosen vond dat hij dat goed had gezien. Dercon verwees in één zin zowel naar haar emoties, als naar de manier waarop ze die vormgaf: in sensuele beelden, geblazen uit glas - gestolde ademtocht. 'Er gaat beweging door die sculpturen, net als in mijn aquarellen, het leven zit er nog in.'

Twee blinkende vrouwenborsten bengelden indertijd in de pruimenboom die Roosen naast het Nederlandse paviljoen had gepoot, vlakbij de toiletten in de Venetiaanse Giardini. De boom, meegenomen van een kweker in Sint Oedenrode omdat er in heel Italië geen pruim te vinden was, staat er nog steeds. Met moederlijke trots: 'Het eerste jaar moest-ie nog wennen, maar nu groeien er de lekkerste pruimen aan.'

Behalve de typering van Chris Dercon memoreert ze die van museumdirecteur Jan Hoet, die haar meedeelde: 'In jouw werk gaat het om geven.'

Het lijkt een vanzelfsprekendheid, nu de roze melkkannen en onverbloemd vrouwelijke vormen van Maria Roosen hun plaats in de musea hebben gevonden. Alleen ging dit blijk van herkenning aan haar huidige roem vooraf. Bovendien raakte het aan haar persoonlijke drijfveren - een motivatie waar Roosen zelf altijd zorgvuldig over heeft gezwegen. Alsof haar autobiografie er niet toe deed.

Maar zo zakelijk gaat het er zelden aan toe in de kunst: het enige domein dat alle vrijheid biedt aan de omvorming van ingrijpende emoties. In werkelijkheid was het zo dat Maria Roosen, op het moment dat zij dit domein betrad, overliep van liefde; liefde waar ze zich geen raad mee wist, omdat de man van haar leven er plotseling niet meer was.

Wat ze te geven had, gold deze liefde, erkent ze nu, nu er geen twijfel meer kan bestaan aan haar artistieke autonomie: 'Ik wilde voorkomen dat het er ook maar in de verste verte op leek dat ik hem aanriep, om mijn werk status te verlenen.'

Kort nadat ze de kunstacademie in Arnhem had voltooid, in 1983, kreeg Roosen een relatie met de kunstenaar Gerrit van Bakel: 'Dat was iemand. Een geweldig sterke figuur, die altijd dicht bij zichzelf bleef. Op een avond voelde hij zich slecht, maar toen de dokter kwam en vaststelde dat hij aan hyperventilatie leed, lachte hij erom: 'Nou, dan heb ik ook eens een moderne ziekte.' En hij ging weer aan het werk. Later die nacht moest ik m'n bed uit, op zoek naar hem, omdat hij maar niet kwam en ik hem miste. Hij lag dood in de kamer. Dat is niet te doen. Dat iemand dood gaat en je geen afscheid kunt nemen.'

Zijn overlijden heeft haar leven bepaald. 'Al mijn liefde bleef over. Waar moest die naar toe?' Ze ontdekte: 'In de kunst vind je soms antwoorden die je daarbuiten tevergeefs zoekt.'

Op haar expositie in Diepenheim hangt tussen de vele tekeningen uit de afgelopen jaren de aquarel van een naakt meisje met een rood hart als gezicht. Het hart stroomt leeg in het lichaam, rode in roze waterverf. Toch verliest deze hartenvrouw zich niet in haar tranenvloed. Ze staat recht overeind, broos, maar fier, als een bloem in de zon.

Overal om haar heen straalt ook werkelijk de zon. Binnenshuis hing Roosen er eentje van geel geglazuurd keramiek aan het plafond, buitenshuis barsten haar zeshonderd zonnebloemen open. 'Ze doen hun best. Het worden grote hoofden. Dat ze samen een beeld moeten vormen, daar zijn die bloemen zich zo te zien wel van bewust', constateert hun verzorgster opgewekt. 'Als ze verwelken trekken ze krom en krijgen ze plooien, zoals oude gezichten, koppen met een eigen karakter. Ook die zijn mooi.'

Roosen neemt het op voor de schoonheid, maar zonder haar dorens te verhullen. Die springen naar voren in een levensgrote kogel van opgerolde bramentakken. De Doornenbol (1998) ligt in Diepenheim pal voor het raam, als om vijanden af te schrikken. Het is een biologische fragmentatiebom: puur natuur, zo scherp als glas. 'Mijn bol komt voort uit verdriet. Ik heb mijn verdriet opgerold. Ik heb er iets van gemaakt waar je naar kunt kijken', zei Roosen vorig jaar, in het kunstenaarsboek dat toen over haar werk verscheen, onder de ferme titel Ziezo.

Ziezo ontstond, in samenwerking met galeriehouder Fons Welters, op eigen initiatief: als een persoonlijke manifestatie na haar deelname aan de Biënnale van Venetië. 'Ik voelde me in dat internationale gezelschap en op de groepstentoonstelling die Chris Dercon had samengesteld opgelicht in beide betekenissen van het woord. Ik kreeg een podium voor het oog van de wereld, maar fungeerde tegelijkertijd als een figurant die zijn kunsten moest vertonen volgens andermans regie.' In Ziezo heeft Roosen haar oeuvre zelf geregistreerd.

Op het omslag prijkt één van haar mooiste sculpturen. Dit beeld uit 1998 behelst een terugkeer tot de simpelste uit glas geblazen figuren die er bestaan: proefballonnetjes, die dank zij hun staart doen denken aan mannelijk zaad. Roosen vermenigvuldigde de glasbellen in alle denkbare kleuren tussen melkwit en zwart, het hele arsenaal dat de glasblazer tot zijn beschikking heeft. Aan het palet ontspruit een staalkaart van mogelijkheden: een bonte verzameling kiemen voor een nieuw begin.

Dit glanzende voorschot op de toekomst vindt deze zomer zijn vervolg in Diepenheim, maar ook op diverse groepstentoonstellingen elders. Hier en daar, binnen en buiten, plantte Roosen haar beelden in een groeizame omgeving. Uit klei geknede figuren, vergelijkbaar met de geel geglazuurde zon die haar hartenvrouw verlicht, lijken te verrijzen uit de traditionele tegeltableaus die ze in keramiekmuseum Het Princessehof als decor verkoos. En nog eens zo natuurlijk is de hoge klim van een Wenteltrap (1999), tussen het groen in Park Berg en Bos bij Apeldoorn.

De trap staat zij aan zij met een oude boom: een ranke slingeraar van kantachtig gietijzer pal naast een potige stam. De trap nodigt het publiek mee omhoog, op naar het licht, tussen de boomtakken door - waar Maria Roosen zich thuisvoelt. 'Het is daar beschut en het waait een beetje, precies zoals goed is voor het luchten van je hart.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden